Vordering toegewezen, Erfdienstbaarheid, Vestigingsakte, Geen inschrijving tekening, Plaatselijke gewoonte, Artikel 5:73 BW
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:78 BW
Genoemd in 153 uitspraken · Officiële wettekst
153 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
erfdienstbaarheden
Erfdienstbaarheid opgenomen in akte uit 1910: uitleg mede op basis van art. 733 BW (oud). Wijziging erfdienstbaarheid? Eigendomsverkrijging en erfdienstbaarheid door verjaring?
Erfdienstbaarheid naar oud recht.
Erfdienstbaarheid. Verjaring. Bewijslevering.
Afsluiting (dienend) erf met hek levert geen onredelijke of buitenproportionele belemmering van het recht van weg op.
Burengeschil over eigendom van strook grond en over recht van overpad
Turborotonde. Buitenring Parkstad Limburg. Omgevingsvergunning. Evidente privaatrechtelijke belemmering. Verweerder heeft een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van twee viaducten, ten behoeve van de boven de A76 te realiseren turborotonde. Eiser voert aan dat er een evide
erfdienstbaarheid van weg, artikel 5:79 BW, HR 21 december 2018 (ECLI:Nl:HR:2018:2373), artikel 5:78 BW.
Kort geding. Uitoefening van “oude” erfdienstbaarheid van overweg. Artikel 5:79 BW en artikel 165 Overgangswet NBW. Misbruik van recht. Eiser kan in redelijkheid niet blijven vasthouden aan zijn recht van overweg.
Burengeschil. Verjaring van erfdiensbaarheid (non-usus). Ladder- en steigerrecht ex art. 5:56 BW.
Erfdienstbaarheid van weg. Vorderingen tot verplaatsing van de erfdienstbaarheid, opheffing dan wel wijziging. Uitleg procesvolmacht.
Bevrijdende verjaring erfdienstbaarheid? Bevrijdende verjaring strook grond? Onrechtmatige daad?
Wat houdt de erfdienstbaarheid "recht van weg" in? Bestaat de erfdienstbaarheid nog? Wijze van uitoefening erfdienstbaarheid en wijziging c.q. opheffing erfdienstbaarheid.
Uit de bewoordingen van de notariële akte blijkt duidelijk de omvang van de erfdienstbaarheid. Er is geen verder reikende erfdienstbaarheid ontstaan door verjaring omdat eiser niet kan worden aangemerkt als (onrechtmatig) bezitter van een erfdienstbaarheid. Het verder reikend geb
Erfdienstbaarheid om te komen en gaan van en naar de openbare weg. Over en weer gevestigd. Vordering tot verwijdering uitbouw, opheffing of wijziging erfdienstbaarheid ivm ‘zwaarder drukken’ door uitbouw. Vorderingen afgewezen. Geen inbreuk op erfdienstbaarheid. Geen onrechtmatig
Vordering tot wijziging van het recht van erfdienstbaarheid (art. 5:78 BW). Verklaring voor recht. Pad over perceel buren. Overgangsrecht.
5:73 lid 1 BW, 733 BW (oud), 5:79 BW, 5:78 sub a BW, 165 Overgangswet NBW, 5:80 BW. Inhoud en wijze van uitoefening erfdienstbaarheid. Schutting en geparkeerde auto’s zijn in strijd met de erfdienstbaarheid. Onderhavige erfdienstbaarheid rechtvaardigt inbreuk op eigendomsrecht ge
Vordering tot opheffing erfdienstbaarheid van weg ten gunste en ten laste van meerdere erven. Redelijk belang. Wel bevoegdheid om de weg af te sluiten, mits te openen door gerechtigden op de erfdienstbaarheid. Daarnaast is gebruik met te brede voertuigen onrechtmatig.
Vordering tot opheffing erfdienstbaarheid van weg ten gunste en ten laste van meerdere erven. Criterium opheffing op grond van artikel 5:79 BW sinds HR 28 maart 2014 ECLI:HR:NL2014:736. Opheffing ingevolge artikel 5:78 BW op grond van artikel 165 Overgangswet NBW niet mogelijk. G
Burengeschil: ligging erfgrens, verkrijgende verjaring, enkel gebruik is geen bezit, geen opheffing erfdienstbaarheid van overpad
Vordering ex art. 5:79 BW wordt afgewezen; gedaagde heeft geen andere uitweg dan de uitweg waar de erfdienstbaarheid op rust. Voor vordering tot wijziging van de erfdienstbaarheid ex art. 5:78 BW wegens intensivering gebruik uitweg volgt bewijsopdracht.
vordering tot opheffing van een erfdienstbaarheid uit 1891. Opheffing kan niet gegrond worden op artikel 5:78 BW. Omdat evenmin is voldaan aan de maatstaf voor opheffing op grond van artikel 5:79 BW komt de rechtbank tot afwijzing van de vorderingen.
Vordering tot opheffing van een erfdienstbaarheid op grond van art. 5:78 sub a BW en/of art. 5:79 BW. Opheffing op grond van art. 5:78 sub a BW is uitgesloten, omdat de erfdienstbaarheid is gevestigd vóór 1 januari 1992 (art. 165 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek). Ook
kort geding over de vraag of dwangsommen zijn verbeurd omdat een partij een vonnis niet voldoende heeft nageleefd.