Burengeschil. Extinctieve verjaring (artikel 3:105 BW) met betrekking tot erfgrens tussen twee aangrenzende opritten, inbezitneming / bezitspretentie? Bomen op erfgrens (artikel 5:42 BW), plaatselijke gewoonte, verjaring rechtsvordering (artikel 3:314 BW)
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:49 BW
Genoemd in 229 uitspraken · Officiële wettekst
229 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Burengeschil. Bomen en struiken op kleinere afstand van de erfgrens dan bedoeld in artikel 5:42 BW hoeven niet te worden verplaatst of verwijderd, nu de redelijkheid en billijkheid daaraan in de weg staan. Een heg als erfafscheiding tot een hoogte van 2 meter wordt in het algemee
Geschil over totstandkoming koopovereenkomst. Veroordeling medewerking te verlenen aan de levering van een strook grond.
Geschil m.b.v. erfafscheiding/erfgrens.
burengeschil over vernieling erfafscheiding; vernieling onrechtmatig want buren hebben recht op erfafscheiding ter bescherming van hun privacy
Kort geding. Burenrecht. Vrije en onbelemmerde doorgang naar achtertuin over voetpad door achtertuin van buur? Onbelemmerd en vrij uitzicht? Belangenafweging. Een afscheiding als door geïntimeerde op de erfgrens geplaatst, voldoet wellicht aan de in artikel 5:49 BW gestelde eisen
Burenrecht. Vordering oprichting scheidsmuur. Twee meter. Verboden uitzichten. Balkons of soortgelijke werken. Privacy. Onrechtmatige daad. Art. 3:13; art. 5:49 BW; art. 5:50 BW; art. 5:62 BW; art. 6:162 BW.
Vaststellingsovereenkomst. Verkrijgende verjaring. Buren corresponderen over de plaats van een schutting tussen hun percelen. Het hof oordeelt dat geen vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen. Voorshands is bewezen dat een perceelsgedeelte door verjaring is verkregen. Het
Burengeschil over schutting. Geen omstandigheiden aangevoerd die beroep op misbruik van recht kunnen rechtvaardigen; geen erfdienstbaarheid door verjaring ontstaan.
Burenruzie. Tot 3 meter verhoogde scheidsmuur voor de bevestiging van een overkapping levert in de gegeven omstandigheden geen misbruik van bevoegdheid op noch is sprake van onrechtmatige hinder. Veroordeling om laurierhaag, bomen en struiken die feitelijk dienst doen als scheids
Onrechtmatig handelen rechts voorganger(s) gedaagde door schutting en berging (aan garage eiser) te plaatsen. Vordering verwijdering schutting onvoldoende belang. Vordering verwijdering bevestigingsmiddelen berging en herstel boeiband garage: misbruik van bevoegdheid. Schadevergo
Vermogensrecht. Geen verkrijgende verjaring van strook grond ex art. 3:105 BW. Hof had moeten onderkennen dat na de erkenning in de zin van art. 3:318 BW, waardoor de verjaring werd gestuit, op de voet van art. 3:319 BW een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaren aanving. In dit
Grensgeschil. De partijen zijn het eens over de in veldwerk 1381 weergegeven kadastrale grens. Voor zover de feitelijke grens daarvan afwijkt doen zij elk een beroep op bevrijdende verjaring. De door gedaagde in conventie ingenomen stellingen zijn zo weinig consistent dat zij de
Geschil over erfgrens, overbouw en recht van reed betreffende het perceel van de Stifting Slag by Warns
Burengeschil. Rondom een monumentaal pand is een scheidsmuur opgetrokken, waar de buren tegen opkomen. De rechtbank stelt vast dat voor het bouwen van de muur kosten noch moeite zijn bespaard, maar dat de muur aan de achterzijde (de kant waarde buren uitzicht op hebben) schaamtel
Burengeschil. Erfdienstbaarheid van overpad door verjaring. Oud recht. Niet voldaan aan hoge eisen die gelden voor ontstaan van erfdienstbaarheid door verjaring. Mandelige scheidsmuur. Vervangen op kosten van beide eigenaars. Comparitie ter plaatse.
Vervolg van LJN BG 1606; Buurweg.
Eiser stelt onrechtmatige hinder door aanbouw van buurman. Gedaagde beroept zich op bouwvergunning en vrijstelling bestemmingsplan. Rb: gedaagde moet bewijzen, dat gemeente en GS de belangen van eiser om gevrijwaard te blijven van hinder in de zin van art. 5:37 BW hebben meegewog
Burengeschil. Ontvankelijkheid erfpachters in procedure na kennisneming standpunt eigenaar. Geschil omtrent erfgrens, erfdienstbaarheden, scheidingsmuur en aanwezigheid bomen op erfrgrens. Oud recht.
Burengeschil. Vordering tot snoeien tot een hoogte van twee meter van een ruim 60 jaar oude esdoorn van twaalf meter hoog in achtertuin. Uitsluitend toegewezen ten aanzien van snoeien van overhangende takken boven de tuin van de buurman. Vordering tot herhaling snoeien eenmaal p
In dit geding wordt door de rechtbank geen noodweg aangewezen, maar wordt beoordeeld of er in het verleden tussen de (rechtsvoorgangers van) partijen zulk een aanwijzing heeft plaatsgevonden. Hetgeen in HR 14 oktober 1994, NJ 1995, 664 omtrent het opleggen van voorwaarden wordt o
Burengeschil; plaatsen schutting op ca. 10 cm afstand van de ramen van de buurman; die buurman neemt daarmee recht in eigen hand; schutting moet worden verwijderd.
Burenrecht
Eisers stellen zich terecht op het standpunt dat zij sinds 1 januari 1993 op de voet van artikel 3:105 lid 1 BW juncto 3:306 BW en artikel 73 Overgangswet eigenaar zijn van de in geschil zijnde strook grond. Waar gedaagde betoogt dat de vordering van eisers op haar beurt zou zijn
Burengeschillen over bomen en planten: wellicht verhuizen?