Burengeschil. Boom in buurtuin levert enig ongemak op, maar geen onrechtmatige hinder, zo heeft de rechtbank ter plaatse geconstateerd.
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:44 BW
Genoemd in 210 uitspraken · Officiële wettekst
210 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Geschillen over het ontstaan en de wijze van uitoefening van erfdienstbaarheden (recht van overpad, verbod tot bebouwing, houden van een gasleiding), alsmede geschillen rondom de perceelsgrens met betrekking tot de schutting, bomen en beplanting.
: Geen dwangsommen verbeurd. Eisers hebben voldaan aan hetgeen waartoe zij in het kortgeding-vonnis van 25 oktober 2011 zijn veroordeeld, onder andere inhoudende dat overhangende takken op het perceel van gedaagden door eisers moesten worden verwijderd.
Artikel 5:44 lid 1 BW. Geschil over het verwijderen van een aantal overhangende takken van een boom. De belangen van partijen afwegend, komt de kantonrechter tot het oordeel dat de door eiser gewraakte handelen van gedaagde niet onrechtmatig is.
Art. 81 RO. Burengeschil over gedeeltelijke demping vijver; art. 5:21, 37, 39, 44, 52, 59 BW, art. 6:162 BW. Samenhang met HR 2 september 2011, 10/01192.
Burengeschil; overhangende takken. Nu boom monumentale status heeft en door de gemeente wordt onderhouden en beschermd, levert het (laten) snoeien van de boom door de eigenaar van het perceel waarboven de takken overhangen misbruik op van het hem op grond van artikel 5:44 BW toek
(Mede)eigendom boom; art. 5:20 lid 1, onder f, BW. Omstandigheid dat de stam verenigd is met de grond van beide erven brengt mee dat de boom toebehoort aan de eigenaren van beide erven gezamenlijk. Dit geldt ook voor bomen die ooit geplant zijn in de grond van het ene perceel maa
Burenruzie. Tot 3 meter verhoogde scheidsmuur voor de bevestiging van een overkapping levert in de gegeven omstandigheden geen misbruik van bevoegdheid op noch is sprake van onrechtmatige hinder. Veroordeling om laurierhaag, bomen en struiken die feitelijk dienst doen als scheids
Zaaksbeschadiging. Schadebegroting. Perceelseigenaar heeft een bos beschadigd op een aangrenzend perceel. Het hof begroot de schade niet op basis van de herstelkosten, maar op basis van de waardevermindering, die verwaarloosbaar is.
Eiser stelt dat zijn bomen door gedaagde op onrechtmatige wijze zijn gesnoeid en afgetopt en vordert de hierdoor geleden schade. Gedaagde eist in reconventie verwijdering van de bomen op grond van art. 5:42 BW en vergoeding van de door hem gemaakte kosten van het snoeien en aftop
Burenrecht. Hinder van bomen. Afwijkend aanvangstijdstip van de verjaringstermijn. Aanvaarding beroep op afwijkende plaatselijke gewoonte. Geen onrechtmatige hinder.
Inbreuk op eigendommmen levert in beginsel een onrechtmatige daad op. Het onrechtmatige karakter kan komen te vervallen indien er een rechtvaardigingsgrond bestaat. Een dergelijke rechtvaardigingsgrond kan worden gevonden in artikel 5:44 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Eiser hee
Gedaagde heeft zich beroepen op verjaring van de rechtsvordering tot opheffing van de volgens eiser onrechtmatige toestand in de zin van artikel 3:314 lid 1 BW, omdat de in 1968 geplante bomen in 1985 waren volgroeid, zodat de verjaringstermijn van twintig jaar (artikel 3:306 BW)
Geen onrechtmatig handelen jegens buurman; Treslongvijver dempen, damwand en afvoerpijp; waterlozing vanaf parkeerplaats; schade aan beuk; recht op uitzicht.
Burenrecht. Onrechtmatige hinder. Vordering in conventie tot snoeien dennebomen en coniferen buren afgewezen. Nu niet is gesteld of gebleken dat de buren eerst zijn aangemaand overhangende beplanting te verwijderen, is onrechtmatig jegens hen gehandeld. De buren is de mogelijkhei
Schenking; eisen.
Burenrecht. Binnen twee meter van de erfgrens geplante conifeer levert in casu geen onrechtmatige hinder op. Vordering tot verwijdering is verjaard nu vast staat dat de conifeer meer dan 20 jaar geleden is geplant er geen stuitingshandeling(en) is/zijn verricht.
Burenrecht. Heg bestaande uit coniferen en braamstruiken op circa 1,50 meter ven de erfscheiding. Eiser, eigenaar van het aangrenzende erf, stelt een vordering volgens artikel 5:44 BW in. Tijdens de procedure verwijdert gedaagde de coniferen. Eiser wijzigt dan zijn vordering in d
Als grondslag voor zijn vordering voert eiser aan dat gedaagde geen zodanige hinder ondervindt van de boom, dat eiser in redelijkheid gehouden zou zijn aan de door gedaagde gestelde voorwaarden te voldoen. Voorts stelt eiser dat de vordering tot verwijdering van de boom is verjaa
Burengeschil. Vordering tot snoeien tot een hoogte van twee meter van een ruim 60 jaar oude esdoorn van twaalf meter hoog in achtertuin. Uitsluitend toegewezen ten aanzien van snoeien van overhangende takken boven de tuin van de buurman. Vordering tot herhaling snoeien eenmaal p
burenruzie, verkrijgende verjaring art. 3:99 lid 1 en 3:102 lid 2 BW De stelling van eisers met de verste strekking komt erop neer dat sprake is van verkrijgende verjaring in de zin van artikel 3:99 lid 1 jo 3:102 lid 2 BW - voor zover vast zou komen te staan dat de schutting nie
Burenrecht. Beplanting bij erfgrens en overhangende beplanting. Erfgrens ingeval van droge sloot die wel of niet als watergang moet worden aangemerkt.
''(...) Tussen partijen staat vast dat de wortelopslag in de tuin van [eisers] sinds het rooien van de abelen is toegenomen. Aangezien de gemeente in haar brief van november 2005 aan bewoners van de [adres] (productie 2 bij conclusie van antwoord) als één van de redenen voor het
Burenruzie, waarbij de ene buurman takken afzaagt van de coniferen van de andere buurman. Deze heeft wel recht op schadevergoeding, ondanks dat hij huurder is van de woning en de tuin (en dus geen eigenaar van de coniferen), omdat hij wordt geraakt in zijn vermogen. Toelaatbare a
Burenrecht. Art. 5:42 en 5:44 BW. Gemeente Achtkarspelen vordert schadevergoeding van een inwoner van de gemeente, omdat deze takken van een boom van de gemeente heeft verwijderd. De kantonrechter wijst deze vordering af, omdat overhangende takken altijd verboden zijn en de gemee