Overstroming bij oesterputten door sluis die bleef open staan. Afwijzjng van de vorderingen blijft in stand.
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:40 BW
Genoemd in 8 uitspraken · Officiële wettekst
8 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Goederenrecht. Vraag of een waterperceel openbaar is. Feitelijk gebruik. Beroep op verbod (correspondentie, bebording). Pleziervaart.
Burengeschil, mandelige muur, onjuiste grondslag, aanvulling rechtsgronden, leibomen kwalificeren als heester en staan op voldoende afstand van erfgrens, camera niet onrechtmatig, lekkages dakgoot onvoldoende gesteld, volgt afwijzing.
Verbod tot het bouwenvan een bouwwerk dat voor onredelijke hinder zal zorgen bij het naastgelegen pand (artikel 5:50 lid 4 BW). Het dichtbouwen van ramen levert onredelijke hinder op. Verjaring van vordering tot wegneming.
Gebruik van een waterperceel waarvoor het Hoogheemraadschap betaling verlangt. Exclusief gebruik door blijvend innemen van ligplaatsen door schepen en drijvend materiaal. Dit is bijzonder gebruik dat niet valt onder normaal gebruik dat de eigenaar moet dulden. Art. 5:40 BW. Geen
Een nieuw bedrijfspand van 8 meter hoog op een industrieterrein in Amsterdam-Zuidoost is te dicht op het buurpand gebouwd. Dat is onrechtmatig, want het leidt tot hinder door het onthouden van veel daglicht.
burengeschil, verjaring, bomen, kapvergunning
Erfdienstbaarheid op grond van verjaring. Aanvang verjaringstermijn. Geen sprake van onredelijke hinder als bedoeld in artikel 5:50, lid 4, BW. Niet gebleken van hinder als bedoeld in artikel 5:37 BW. Geen onrechtmatig gebruik van verleende bouwvergunning.