absolute verjaringstermijn; art. 3:310 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:39 BW
Genoemd in 79 uitspraken · Officiële wettekst
79 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Veroordeling van gemeente tot vergoeding van schade veroorzaakt door het afstromen van rioolwater van het hoger gelegen gemeentelijk perceel (de openbare weg) naar het lager gelegen perceel van eiser. Ambtshalve verwijzing naar schadestaatprocedure.
Verhoging naburig erf door gedaagden waardoor volgens eisers het regenwater niet meer weg kan lopen via goot op eigendom van derde. Artikel 5:39 BW weliswaar niet rechtstreeks van toepassing, maar deze bepaling bevat geen eigen norm en eisers verwijzen ook naar artikel 6:162 BW,
Nieuwe huurwoningen aan rand gemeente. Hinder en slechte verhuurbaarheid door naburige schapenweide met illegale bouwsels. Kantonrechter bevoegd op grond van artikel 96 Rv. Voor onrechtmatigheid wegens bouwen zonder bouwvergunning geen bepaalde mate van hinder vereist. Schadebepe
Appellanten hebben hun stelling dat er in het kader van de uitgevoerde werkzaamheden sprake is geweest van een ‘langdurige’ bemaling die tot verzakking van hun vakantiewoningen heeft geleid in het licht van de gedetailleerde uiteenzetting door geïntimeerde onvoldoende onderbouwd.
hoger beroep
Vordering tot opheffing of wijzing erfdienstbaarheid van weg wegens onvoorziene omstandigheid dat de weg nu gebruikt wordt met vrachtwagens ten behoeve van de bevoorrading van een supermarkt Aangezien de erfdienstbaarheid is gevestigd in 1883 en dus vóór de invoering van artikel
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Kort geding. Schade ontstaan bij bouwwerkzaamheden op naburig perceel. Onbegrijpelijk oordeel?
Haagse tramtunnel; waterschade tijdens aanleg aan naburig pand; bij aanleg tunnel gewerkt onder overdruk; causaliteit? elkaar tegensprekende deskundigenrapporten. Tussenarrest.
Aansprakelijkheid 6:171 BW
Gevoegde zaken - geschil over verloop erfgrens, eiser heeft zijn recht verwerkt om nog een beroep te doen op een bepaling uit een notariële akte uit 1946. Beide partijen hebben de kadastrale grensaanwijzing van 1977 tot zeker 2010 beschouwd als de erfgrens tussen de percelen.
Verzetprocedure. Bevaarbaar water. Erfgrens, hinder door plaatsen aanvaarbescherming in water. Afspraken over het gebruik van het water, redelijkheid en billijkheid, onrechtmatig handelen, rechtsverwerking.
Wateroverlast bij woonboerderij. Gemeente is eigenaar van de aan het woonerf grenzende percelen. Op enkele van de aan het woonhuis grenzende percelen zijn infrastructurele en andere bouwkundige werkzaamheden verricht onder andere bestaande uit het aanbrengen van ophogingen, het d
Burenrecht. Bomen binnen de twee-metergrens van art. 5:42 BW. Waterloop. In landelijk gebied staat van oudsher een rij knotwilgen binnen de twee-metergrens van art. 5:42 BW. De vordering van de buurman tot verwijdering/verplaatsing van deze bomen moet, gelet op de wederzijdse bel
Art. 81 lid 1 RO. Geschil over gedeeltelijke demping van op naburige erven gelegen vijver. Burenrecht; art. 5:36, 39, 52, 59 BW. Uitleg erfdienstbaarheden.
Burengeschil. Vordering op grond van artikel 5:37 BW tot inkorten coniferen en rododendronstruiken. Voorts vordering op grond van artikel 5:39 BW tot verwijderen drempel in gemeenschappelijke waterafvoer en waterafvoer in oorspronkelijke staat te herstellen. Vorderingen afgewezen
Art. 81 RO. Burengeschil over gedeeltelijke demping vijver; art. 5:21, 37, 39, 44, 52, 59 BW, art. 6:162 BW. Samenhang met HR 2 september 2011, 10/01192.
Art. 81 RO. Geschil over gedeeltelijke demping vijver; art. 5:37, 39, 44, 52, 53, 59 BW, art. 6:162 BW. Samenhang met HR 2 september 2011, 09/04144.
* art. 219 Rv Tussenkomst: Gelet op de nauwe verwevenheid tussen de (oorspronkelijke) eiseres en de tussenkomende partij, worden deze partijen in het kader van deze procedure vereenzelvigd. * Erfgrensbepaling: De erfgrens is vastgesteld tijdens een kadastrale meting in het bijzij
Erfdienstbaarheden en burenrecht; schoonhouden vijver; hinder.
Geen onrechtmatig handelen jegens buurman; Treslongvijver dempen, damwand en afvoerpijp; waterlozing vanaf parkeerplaats; schade aan beuk; recht op uitzicht.
Sedert 2000 is [eiser] eigenaar van de (in 1978 gebouwde) woning aan de [adres] te Oostburg, gemeente Sluis (hierna: de woning). De benedenverdieping van de woning ligt lager dan de [adres] en lager dan het maaiveld. [eiser] is door de vorige eigenaar op de hoogte gesteld van wat
Burenrecht. Beplanting bij erfgrens en overhangende beplanting. Erfgrens ingeval van droge sloot die wel of niet als watergang moet worden aangemerkt.
Verkrijgende verjaring. Hinder.
[appellant] drijft een landbouwbedrijf en pacht hiertoe onder meer grond van de gemeente. Tot die van de gemeente gepachte gronden behoren een perceel van ongeveer 7 ha ten noorden van [straat 1] en ten westen van de [straat 2] aldaar. Tussen laatstgenoemde weg en de betreffende