Burenrecht. Binnen twee meter van de erfgrens geplante conifeer levert in casu geen onrechtmatige hinder op. Vordering tot verwijdering is verjaard nu vast staat dat de conifeer meer dan 20 jaar geleden is geplant er geen stuitingshandeling(en) is/zijn verricht.
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:37 BW
Genoemd in 647 uitspraken · Officiële wettekst
647 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 25 · live
Geschil met betrekking tot uitbouw van aangrenzende woning, na verkregen bouwvergunning. Vordering om bouwwerkzaamheden te staken wordt afgewezen; geen onrechtmatige hinder.
Geluidshinder van twee vrachtwagencombinaties en een wasstraat nabij de woning van eisers. In het kader van dit kort geding is onvoldoende komen vast te staan dat gedaage onrechtmatige geluidshinder jegens eisers veroorzaakt, zodat de gevorderde voorzieningen moeten worden gewijz
In geschil is de aanwezigheid van twee bomen binnen twee meter van de erfgrens van de naburige percelen. Beide bomen reiken hoger dan de aanwezige schutting. Gedaagde beroept zich ten aanzien van één boom op de verjaring van de vordering op grond van een verklaring van een aangez
Naar [appellanten] ook zelf redelijkerwijs hadden behoren in te zien, weegt hun belang bij een hogere bergzolder in redelijkheid niet op tegen voormelde, thans gehinderde, belangen van [geïntimeerden] [appellanten] konden wel ergens anders bergruimte creëren dan hoog tegen de erf
Gemeente moet blad afvoeren.
Burenrecht, vordering tot sloop opstallen ogv toezegging en onrechtmatige daad. Vordering afgewezen.
Burengeschil. Ontvankelijkheid erfpachters in procedure na kennisneming standpunt eigenaar. Geschil omtrent erfgrens, erfdienstbaarheden, scheidingsmuur en aanwezigheid bomen op erfrgrens. Oud recht.
Van hinder in de zin van artikel 5:37 BW is onder meer sprake in geval van het verspreiden van geluid, trillingen, stank, rook of (chemische) gassen, stof, bomen, struiken, zaden en dergelijke, dieren, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun en brand-
Burenrecht. Vordering tot opheffing onrechtmatigheid wegens het planten van coniferen binnen twee meter van de grenslijn. Verjaringstermijn van artikel 3:306 BW vangt aan op het moment dat de bomen boven de scheidsmuur uitkomen (artikel 5:42, derde lid, BW).
Kort geding over door omwonenden ondervonden geluidsoverlast van op de kleuterspeelplaats van de Crayenesterschool te Heemstede spelende kleuters. Hoewel aannemelijk is dat het krachtens de wet toegestane niveau van het stemgeluid van tijd tot tijd wordt overschreden, worden de v
Huurzaak. Vordering tot ontruiming wegens ernstige overlast toegewezen.
Betreft het al dan niet verwijderen van de windgong omdat deze volgens eisers overlast veroorzaakt. Dit wordt door gedaagden weersproken.
Partijen zijn buren. Het geschil betreft een berging in de achtertuin van partij Van Arkel, die gebouwd is met een vergunning waarbij vrijstelling is verleend van het bestemmingsplan. Het college van Burgemeester en wethouders heeft zich bij het verlenen van vrijstelling een oord
Burengeschil over 17 meter hoge bomen binnen twee meter van de erfgrens. Eiser vordert primair verwijdering en subsidiair uittoppen, snoeien en onderhoud tot op een hoogte van 10 meter. Eiser is in primaire vordering niet-ontvankelijk omdat deze is verjaard. De bomen zijn meer da
Er is geen sprake van onrechtmatig handelen en van strijdig gebruik als bedoeld in artikel 5:1 lid 2 BW. Evenmin is sprake van handelen in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel genoemd in artikel 3:2 danwel 3:4 Awb of het vert
burengeschil, geluidsoverlast onrechtmatig? Op grond van de observaties van de comparitierechter ter plaatse moet worden aangenomen dat eisers als benedenburen overlast in de vorm van contactgeluiden ervaren, zodat thans de vraag aan de orde komt of deze overlast jegens hen onrec
Op zichzelf staat wel vast dat eiser van de door zijn buren gerealiseerde uitbreiding hinder ondervindt. Onderzocht moet worden of die hinder zodanig ernstig is dat deze in de gegeven situatie als maatschappelijk onbetamelijk en daarmee als onrechtmatig heeft te gelden (artikel 5
Burengeschil. Vordering tot snoeien tot een hoogte van twee meter van een ruim 60 jaar oude esdoorn van twaalf meter hoog in achtertuin. Uitsluitend toegewezen ten aanzien van snoeien van overhangende takken boven de tuin van de buurman. Vordering tot herhaling snoeien eenmaal p
Ongerechtvaardigde verrijking.
Erfdienstbaarheid op grond van verjaring. Aanvang verjaringstermijn. Geen sprake van onredelijke hinder als bedoeld in artikel 5:50, lid 4, BW. Niet gebleken van hinder als bedoeld in artikel 5:37 BW. Geen onrechtmatig gebruik van verleende bouwvergunning.
burengeschil over dakkapellen en dakraam, bescherming visuele privacy. Vordering wordt gedeeltelijk toegewezen, ramen van dakkapel moeten worden voorzien van ondoorzichtig glas op straffe van een dwangsom.
Uitgangspunt bij de beoordeling van deze zaak is dat gedaagde in beginsel het recht heeft om op de haar toebehorende grond te bouwen. In de uitoefening van dat recht zal zij echter wel rekening dienen te houden met de gerechtvaardigde belangen van derden. Of er sprake is van onre
Verkrijgende verjaring. Hinder.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Vooropstaat dat een vergunning niet zonder meer vrijwaart tegen aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. De weg naar de burgerlijke rechter ligt nog open indien de belangen van omwonenden mogelijk geen rol hebben gespeeld bij de afwegin