erfrecht; quasi-legaat; uitkering uit een levensverzekering; beoordelingsmoment; termijn art. 4:127 BW en art. 4:216 BW; welk bedrag is niet onredelijk om te moeten betalen in de zin van art. 4:127 BW
Burgerlijk Wetboek
Art. 4:216 BW
Genoemd in 11 uitspraken · Officiële wettekst
11 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Erfrecht. Procesrecht. Legataris vordert uitbetaling legaat. Hof wijst af omdat erfgenaam niet heeft voldaan aan bevel ex art. 22 lid 1 Rv en waarheids- en volledigheidsplicht (art. 21 Rv) heeft geschonden. Stelplicht en bewijslast. Toepassing art. 21 en 22 Rv. Uitvoerbaarheid be
Civiel recht. Bodemzaak. Vereffenaar nalatenschap vordert uitkering uit levensverzekering terug bij derde, die de moeder is van de minderjarige erfgenamen. Vordering afgewezen omdat deze niet binnen de vervaltermijn is ingesteld. Beroep op vervalbeding is naar maatstaven van rede
Erfrecht. Procesrecht. Legataris vordert uitbetaling legaat. Hof wijst af omdat erfgenaam niet heeft voldaan aan bevel ex art. 22 lid 1 Rv en waarheids- en volledigheidsplicht (art. 21 Rv) heeft geschonden. Stelplicht en bewijslast. Toepassing art. 21 en 22 Rv. Uitvoerbaarheid be
Vermogensrecht. Erfrecht. Vermindering van begunstiging bij sommenverzekering (art. 4:120 lid 4; art. 4:126 lid 2, aanhef en onder b, BW; art. 4:127 BW). Belang bij klachten in cassatie. Is voor benutting van termijnen, bedoeld in art. 4:127 BW, art. 4:216 BW en art. 4:220 lid 3
Erfrecht. Uitleg van vervaltermijn in art. 4:216 BW. Peilmoment voor beoordeling gift (art. 7:188 BW) i.v.m. vermindering van uitkering (art. 4:120 lid 2 jo. art. 4:126 lid 2 sub b BW).
Erfrecht. Verzoek van een vereffenaar om een aanwijzing ex artikel 4:210 BW. Overlijdensrisicoverzekering is een quasi-legaat, dat voor vermindering door de vereffenaar in aanmerking komt. Meewerken aan de vermindering is niet onredelijk.
Beneficiaire aanvaarding; 4:192,1 BW gedrag als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam?; verwijzing door de Hoge Raad.
Voorligt het verzoek om de beschikking van de rechter-commissaris te vernietigen op grond van artikel 676b Rv, voor wat betreft een aantal door de rechter-commissaris gegeven aanwijzingen (ex artikel 4:210 lid 1 BW). Die aanwijzingen hebben onder andere betrekking op een door de
Huur bedrijfsruimte. Achterstallige huurtermijnen niet verrekenbaar met in het gehuurde achtergelaten veranderingen en toevoegingen, omdat geen sprake is van een opeisbare vordering. Beantwoording van de vraag of de aangebrachte veranderingen als verbeteringen kunnen worden aange
erfrecht; verzoekschrift benoeming vereffenaar; ouderlijke boedelverdeling en beneficiaire aanvaarding; art 4:149, 195, 198, 202, 203, 215 BW