Erfrecht. Procesrecht. Vordering tot verdeling van beneficiair aanvaarde nalatenschap waarvan de vereffening niet is voltooid. Art. 4:202 lid 1, onder a, BW. Stelplicht. Regie van de rechter. Art. 22 Rv.
Burgerlijk Wetboek
Art. 4:184 BW
Genoemd in 94 uitspraken · Officiële wettekst
94 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Taak executeur nalatenschap, art. 4:144 lid 1 BW. Voldoening schulden nalatenschap uit legaat, vermindering legaten, art. 4:120 BW; begunstiging door uitkering sommenverzekeraar, art. 4:126 lid 1 en 2, aanhef en onder b BW. Wijziging hoedanigheid executeur in vereffenaar na benef
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Vereffening van nalatenschap. Vraag of rente over schulden van de nalatenschap buiten beschouwing dient te blijven op grond van overeenkomstige toepassing (ingevolge art. 4:218 lid 5 BW) van art. 128 Fw.
Prejudiciële vragen; vereffening nalatenschap; berekening vordering; art. 4:218 lid 5 BW; fixatiebeginsel art. 128 Fw van overeenkomstige toepassing op vereffening nalatenschap?; onderscheid tussen ‘lichte’ en ‘zware’ vereffening?
Erfrecht. Afwikkeling nalatenschap. Vele jaren na het overlijden van erflaatster is een geschil ontstaan over de uitkering van legaten en over de afbetaling van een door erflaatster aan één van de erfgenamen verstrekte geldlening. Verjaring, redelijkheid en billijkheid.
Vaststelling loon vereffenaar ex artikel 4:206 lid 3 BW. Feitelijke werkzaamheden als vereffenaar die voor vergoeding in aanmerking komen. Geen ruimte voor vaststelling van vereffenaarsloon in dit kader voor werkzaamheden die mogelijk op basis van overeenkomst tussen erfgenamen e
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure bij Ondernemingskamer inzake vennootschappen waarvan de aandelen tot een nalatenschap behoren. Bevoegdheid vereffenaar nalatenschap q.q. om enquêteverzoek in te dienen: is een van de erven ontvangen procesvolmacht toereikend?
Verzet tegen uitdelingslijst gegrond. In afwijking van het faillissementsrecht, moet de rente na overlijden wel in de uitdelingslijst worden meegenomen. Advocaatkosten voor benoeming vereffenaar zijn vereffeningskosten. Grafrechten voor 20 jaar zijn geen preferente schulden a.b.i
Ik-oma testament. Moet de waarde van de door de kleinkinderen verkregen vorderingen worden berekend volgens het eerste of het negende lid van artikel 10 van de SW, dus volgens de nominale waarde van de vordering of alleen de surplus verkrijging? Economische of civielrechtelijke b
4:211 lid 3 BW en 4:184 lid 2 onder d BW Verplichting van de vereffenaar tot het opmaken van een boedelbeschrijving.
Erfrecht. Uitkering levensverzekering. Quasilegaat.
Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over toepasselijkheid van het in artikel 128 van de Faillissementswet neergelegde fixatiebeginsel op de vereffening van een nalatenschap.
Erfrecht. Legitieme. Beneficiaire of zuivere aanvaarding. Vorderingen vaderlijke erfdelen op grond van ouderlijke boedelverdeling. Waarde goederen nalatenschap moeder. In hoeverre kunnen vaderlijke erfdelen worden voldaan. Legitieme portie. In aanmerking te nemen giften en schuld
Erfrecht. Verbintenis van vereffenaar nalatenschap tot vergoeding van kosten lijkbezorging aan niet-erfgenaam, nu deze zich op redelijke gronden heeft ingelaten met verzorging uitvaart van zijn overleden zus. Die verbintenis vloeit niet rechtstreeks voort uit artikel 4:7 BW, maar
Verbintenissenrecht. Heeft informeel samenwoner van overledene jegens de erven aanspraak op betaling van het bedrag dat de levenverzekeraar aan de hypotheekhouder heeft betaald, waardoor de woning onbezwaard in de nalatenschap valt? Onduidelijkheid over de geldende polis. Subroga
De moeder van partijen heeft haar drie kinderen bij leven schenkingen gedaan, onder voorwaarde dat de kinderen de schenkingen gedurende haar leven in een onverdeelde gemeenschap aanhouden. Nu de moeder is overleden, vorderen de twee broers in conventie de verdeling van de gemeens
Vereffening, informatieplicht vereffenaar, Legitieme portie, omvang van de nalatenschap, stelplicht, gift, quasi-legaat, economische eigendom, vruchtgebruik.
Procesrecht/erfrecht; herhaaldelijk instellen van dezelfde rechtsvordering; ne bis in idem; belanghebbende in de zin van art. 4:203 lid 1 onder b BW; vaststellingsovereenkomst
erfrecht; schuldeiser in een nalatenschap sluit vaststellingsovereenkomst met vereffenaars/ beneficiair aanvaarde erfgenamen over die schulden; vorderingen op grond van artikel 3:194 lid 2 BW; selbsteintritt; etc. Vorderingen afgewezen.
Verzoek o.g.v. artikel 4:198 BW: toekennen vereffenaarsbevoegdheden aan twee van de vier vereffenaars. Verzoekers willen namens de nalatenschap een vordering instellen jegens erfgenaam. Verz. afgewezen. Vordering meenemen bij verdeling, na vereffening.
Erfrecht; artikel 4:192 BW. Aan de orde is de vraag of gedaagde zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam heeft gedragen. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Gedaagde heeft vanaf de bankrekening van erflaatster selectief schul
Erfrecht. Geschil tussen zeven erfgenamen van in 2007 overleden vader. Na eerdere uitspraken (rechtbank 25 april 2012 en hof Arnhem van 9 december 2014), stelt de rechtbank nu zelf verdeling vast na beoordeling van diverse geschilpunten.
Beroep op exceptio plurium litis consortium gehonoreerd in geschil over nalatenschap. Nicht (wiens vader vooroverleden is) procedeert in eerste aanleg tegen Oom en Tante (een broer en een zus van de vooroverleden vader van Nicht) over nalatenschap van haar opa. Het geschil betref
Erfrechtelijk geschil tussen twee zussen omtrent erfdeel van eiseres uit nalatenschap van vader en haar legitieme portie uit de nalatenschap van moeder. Erfgenamen van vader zijn zijn echtgenote en hun kinderen (partijen en hun broer). Het testament van vader bevat een ouderlijke
De ontvanger kon en mocht tot het oordeel komen dat eiseres als zuiver erfgenaam beschouwd kon worden. De toegepaste verrrekeningen zijn dus niet onrechtmatig.