Erfrecht. Kosten van executele (art. 4:7 BW). Executele en afwikkelingsbewind. Twee- of driesterrenexecuteur? Informatieplicht executeur.
Burgerlijk Wetboek
Art. 4:147 BW
Genoemd in 51 uitspraken · Officiële wettekst
51 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Erfrecht; executeur in nalatenschap vordert verklaring voor recht dat hij niet bevoegd was om grafrechten over te dragen, en vordert teruggave daarvan; taken en bevoegdheden executeur; gerechtvaardigd vertrouwen.
Machtiging om onroerend goed te gelde te maken in dit geval niet nodig.
Van wilsonbekwaamheid van erflaatster bij het tot stand komen en passeren van het testament is niet gebleken. Het hof rekent het de notaris aan dat hij ten laste van de boedel kosten in rekening heeft gebracht voor de tijd die hijzelf en zijn medewerkers hebben besteed aan het v
Handelsrekest. Verzoek tot ontslag executeur-afwikkelingsbewindvoerster ex artikel 4:149 lid 2 BW. Zijn er gewichtige redenen die het ontslag rechtvaardigen?
Eindvonnis na twee tussenvonnissen. Erfgenamen komen onderling niet tot verdeling. Gerecht stelt verdeling vast en gelast verkoop perceel.
Erfgenaam verzoekt de executeur te verbieden de aan hem gelegateerde woning te verkopen. Hetgeen de erfgenaam uit de nalatenschap van erflater heeft verkregen is onder testamentair beschermingsbewind geplaatst. Op grond van artikel 4:153 BW is de erfgenaam dus onbevoegd om over d
Kort geding. Erfrecht. Vordering tot medewerking verlenen aan de verkoop van een appartement in Spanje. Toewijzing. Een procedure zoals bedoeld in artikel 4:147 lid 2 BW heeft geen schorsende werking. Eiseres mag het appartement verkopen om schulden van de nalatenschap te betalen
Minderjarigenbewind/testamentair bewind. Nalatenschap. Executele. Machtiging om onroerend goed te gelde te maken in dit geval niet nodig.
erfrecht / geschil tussen broer en zus (erfgenamen) / broer is op juiste gronden ontslagen als executeur-afwikkelingsbewindvoerder wegens gewichtige redenen / hij heeft nagelaten zijn zus te informeren over de aandelenportefeuille en de koersdalingen / ook heeft hij geen voorbere
Kort geding n.a.v. een verschil van mening over de beheerbevoegdheid die een executeur ten aanzien van een tot de nalatenschap behorende woning claimt, maar een notaris ontkent en daarom zijn ambtsverrichting weigert.
Executeur is bevoegd een tot de nalatenschap behorende onroerende zaak te verkopen indien nodig ter voldoening van schulden van de nalatenschap en zonder voorafgaand overleg met of instemming van de erfgenamen. Notaris moet medewerking verlenen aan notariële overdracht.
Beroep op dwaling bij een beding uit overeenkomst slaagt: onjuiste voorstelling van zaken als gevolg van mededelingen wederpartij EN wederzijdse dwaling over ander aspect van de gemaakte afspraak. Beschikkingsbevoegdheid van executeur volgt uit testament.
Ontslag executeur (4:149 BW). Benoeming opvolgend executeur (4:142 BW).
Executeur maakt afspraken met erfgenamen over verkoop landgoed. Verzoek op voet van artikel 4:147 lid 2 BW? Toepassing wisselbepaling artikel 69 Rv?
Machtiging verkoop woning minderjarige afgewezen. Op grond van 4:147 lid 1 BW is de executeur bevoegd de goederen te gelde te maken.
.
De erven stellen dat eiser sub 1 geen vordering heeft maar hooguit eisersub 2 als executeur-testamentair. De erven stellen een aantal tekortkomingen in de uitvoering van de werkzaamheden waardoor zij schade hebben geleden. Zij willen deze met de vordering van eiser sub 1 verreken
Beroepsaansprakelijkheid notaris. Zorgplicht executeur. Bewijslastverdeling: omkering bewijslast.
Conventie: Geldvordering. Geen spoedeisend belang. Reconventie: op grond van art. 4:147 lid 1 BW de executeur bevoegd is de door hem beheerde goederen te gelde te maken, voor zover dit nodig is voor de tot zijn taak behorende voldoening van schulden der nalatenschap en de nakomin
Erfrecht. Verdeling nalatenschap; bevoegdheden executeur en door deze in acht te nemen zorg; schadeplichtigheid executeur; beheer effectenportefeuille door executeur; aanvaarding effecten door erfgenaam geen verdeling als bedoeld in art. 3:182 BW.