Goederenrecht. Eigendomsvoorbehoud, pandrecht. Kan de verkrijger van onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken een geldig pandrecht vestigen op zijn voorwaardelijk eigendomsrecht (art. 3:92 BW)? Voldoening restant-koopsom na faillissement van de koper. Kan het pandrecht worden ui
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:98 BW
Genoemd in 143 uitspraken · Officiële wettekst
143 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Arrest na verwijzing arrest Hoge Raad van 19 december 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3650). Nietigheid geldlening wegens strijd met goede zeden op grond van artikel 3:40 lid 1 BW. Artikel 6:2 lid 2 BW.
Tekortkomingen in nakoming incasso-opdracht. Exoneratie. Geen reflexwerking 6:237 BW.
Tussenvonnis. Vestiging pandrecht. Aanbieding pandakte ter registratie. De registratie van de pandakte betreffende de verpanding van een vordering heeft twee dagen na het faillissement van pandgever plaatsgevonden. Voor de datum van registratie is niet bepalend de datum waarop de
ongeldige stampandakte; met vervolgpandakten is zelfstandig een stil pandrecht gevestigd; geen mededeling van de rechtsgeldige verpanding gedaan vóór memorie van grieven; curator stemt in met verrekening door crediteur van de gefailleerde: in de verhouding tussen twee crediteuren
Heeft de instemming van de Ontvanger van de Belastingdienst met stille verpanding als bedoeld in artikel 24 lid 4 Invorderingswet als constitutief vereiste te gelden voor rechtsgeldige verpanding van vorderingen op de Belastingdienst?
Goederenrecht. Burenrecht. Mandeligheid. Het is een deelgenoot niet geoorloofd om van een mandelige zaak een gebruik te maken dat verder gaat dan een tijdelijk zich daarvan bedienen. De vraag of de andere deelgenoot of deelgenoten van een verdergaand gebruik al dan niet last onde
Art. 3:83 BW. Uitleg algemene voorwaarden: is onoverdraagbaarheid met goederenrechtelijke werking beoogd? Art. 3:83 lid 2 BW heeft geen relatieve werking in die zin dat de (goederenrechtelijke) onoverdraagbaarheid alleen kan worden ingeroepen door de schuldenaar.
Art. 3:83 BW. Uitleg algemene voorwaarden: is onoverdraagbaarheid met goederenrechtelijke werking beoogd? Art. 3:83 lid 2 BW heeft geen relatieve werking in die zin dat de (goederenrechtelijke) onoverdraagbaarheid alleen kan worden ingeroepen door de schuldenaar.
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], tegen de uitspraak van het gerechtshof te Arnhem van 22 mei 2012, nr. 10/00286, LJN BW7837, NTFR 2012/1744. De staatssecretaris van Financiën heeft incidenteel beroep in cassatie ingesteld. B
Geen afstand van recht van bewoning.
Arubaanse zaak. Verkrijgende verjaring van erfpachtsterrein. Inschrijving in registers. 3:99, 3:105, 3:306, 3:173, 3:89 en 3:98 BW
CONCLUSIE PG A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaken met nummers 12/00637 en 12/00641 naar aanleiding van de beroepen in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën en de incidentele beroepen in cassatie van belanghebbenden, tegen de uitspraken van het gerechtshof te
Pauliana Tussen partijen wordt als vaststaand aangenomen dat het vestigen van het recht van hypotheek onverplicht is verricht. Voor een succesvol beroep op de actio Pauliana moet een schuldeiser daarnaast zijn benadeeld in zijn verhaalsmogelijkheden. Benadeling moet aanwezig zijn
Pandrecht – Door de (eerdere) registratie van pandlijsten is een pandrecht ontstaan op de daarin genoemde vorderingen, ook al is de pandakte die daaraan ten grondslag ligt eerst later geregistreerd. De pandlijsten fungeren in het onderhavige geval als onderhandse pandakten. In ca
Inhoud erfdienstbaarheid en wijze van uitoefening; plaatselijke gewoonte door aanleg en gebruik sinds 1971; afsluiten hek/slagboom.
Uitleg overeenkomst, recht van gebruik en bewoning, toewijzing vordering tot doen van afstand van recht van gebruik en bewoning.
Art. 81 RO. Eendenkooi. Flora- en Faunawet; art. 59. Landinrichtingswet; art. 160. In ruilverkaveling betrokken afpalingsrecht.
Uitoefening van pandrecht en retentierecht door vervoerder na surseance van afzender. Afbakening relevante goederen en toepasselijke regime (art. 23 en 24 AVC). Omvang vordering waarvoor het recht wordt uitgeoefend. Voor vestiging van een pandrecht is een geldige vestigingshandel
De grondslag van de primaire vordering berust op de opvatting dat De IJsvogel Groep zich onrechtmatig jegens de failliet dan wel jegens de curator heeft gedragen door zich de complete inventaris, de handelsgoederen en de courante voorraad handelsgoederen van de failliet toe te e
Het hof is van oordeel dat er met betrekking tot doorhalingen van hypothecaire inschrijvingen onderscheid moet worden gemaakt tussen enerzijds doorhalingen die dienen te geschieden nadat het hypotheekrecht is teniet gegaan, bijvoorbeeld door betaling van de schuld waarvoor zekerh
Met betrekking tot doorhalingen van hypothecaire inschrijvingen moet onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds doorhalingen die dienen te geschieden nadat het hypotheekrecht is teniet gegaan, bijvoorbeeld door betaling van de schuld waarvoor zekerheid is gegeven, en anderzijds
Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Art. 26 lid 1 Wvg. Zelfde problematiek als in HR 13 november 2009, R 08/02890, waarnaar hier wordt verwezen. Beslissing nagenoeg gelijkluidend.
Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Art. 26 lid 1 Wvg. Economisch belang bij gronden grotendeels komen te liggen bij ontwikkelaars aan wie ook de beschikkingsmacht voor onbeperkte duur in belangrijke mate is overgedragen. Maatstaf beroep op nietigheid ex art. 26 lid 1 Wvg (vgl. H
Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Art. 26 lid 1 Wvg. (Vgl. HR 13 november 2009, R 08/00497 en R 08/02890). Door gemeenteraad aangewezen perceel waarop de art. 10-14, 26 en 27 Wvg van toepassing zijn, verhypothekeerd ten gunste van hypotheeknemer. Verzoek van gemeente om onder m