Vereiste van geldige titel bij vestiging hypotheekrecht. Uitleg hypotheekakte. Dwingende bewijskracht. Eiseres niet geslaagd in tegenbewijs. Afwijzing gevorderde verklaringen voor recht. Zie ook vonnis in KG 30-9-2021 (ECLI:NL:RBGEL:2021:5196).
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:98 BW
Genoemd in 143 uitspraken · Officiële wettekst
143 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Wijziging van de obligatoire relatie tussen partijen op grond van artikel 6:258 BW. Het recht van gebruik om niet van perceel landbouwgrond door gedaagde wordt beëindigd op 1 januari 2023.
Afwikkeling van een buitengerechtelijk ontbonden koopovereenkomst activa. Door cessie verkregen vorderingsrecht (voldoende bepaald). Geen gezag van gewijsde na eerder gevoerde (hof) procedure. Ongedaan making verbintenissen c.q. waarde vergoedingen grotendeels afgewezen. Achterla
Geschil tussen vennootschap en curator van twee voormalig werkmaatschappijen over al dan niet gevestigde pandrechten en een al dan niet overeengekomen vergoeding voor afmaken onderhanden werk.
Recht van medegebruik en medebewoning bij notariële akte overeengekomen; geen verzuim voor schadeplichtigheid.
Recht van erfdienstbaarheid: verjaring (754 oud BW, 94 Overgangswet nieuw BW, 3:106 jo. 3:306 BW), afstand van recht en rechtsverwerking, verlegging (5:73 lid 2 BW), beperking en opheffing (5:79 BW).
Inwinning pandrecht. Er is een rechtsgeldig pandrecht tot stand gebracht. ING heeft met haar mededeling aan de schuldenaar van de verpande vordering een openbaar pandrecht op de r-c vordering verkregen (art. 3:246 BW). ING was bevoegd te innen. ING heeft terecht de afboeking van
K.G. Ontruiming.
derdenhypotheek – titel – dwaling – mededelingsplicht – bancaire zorgplicht – waarschuwingsplicht – bewijsaanbod.
Burenzaak. Geen recht van erfdienstbaarheid ontstaan door bevrijdende verjaring. Dagelijkse, vanzelfsprekende gebruik van pad door tuin buurman onvoldoende. Ook uit inrichting percelen kan geen bezit van erfdienstbaarheid worden afgeleid.
Vervolg van tussenarrest 16 april 2019. Is vordering op de bank stil verpand aan de holding? Evenals de eerste rechter oordeelde, is niet voldaan aan het uit art. 3:84 lid 2 BW in verbinding met art. 3:98 BW voortvloeiende bepaaldheidsvereiste (HR 14 oktober 1994, ECLI:NL:HR:1994
Vervolg van tussenarrest 13 augustus 2019. Erfdienstbaarheid van weg ten dienste van twee erven. Uitleg van de leveringsakte van 1971 naar objectieve maatstaven. Anders dan de eerste rechter oordeelde, wordt met de verklaring voor recht inzake de erfdienstbaarheid ten dienste van
“Erfdienstbaarheid. Ontstaan en tenietgaan door verjaring (oud) BW en art. 3:106 BW. Afstand van recht. Opheffing bij gebrek aan belang. Verlegging.”
Vestiging pandrechten op aandelen. Afhankelijkheid hoofdrecht. Het bestaan van het hoofdrecht blijkt afdoende uit de tekst van de overgelegde stukken.
Kort geding. Beroep op auteurs- en modelrechtelijke bescherming van een sieradenlijn. Beoordeling aan de hand van concrete producten. Met betrekking tot enkele producten wordt inbreuk gemaakt. Beroep op slaafse nabootsing wordt verworpen.
Uitleg overdraagbaarheidsbeding (art. 3:83 lid 2 BW).
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Geen mededeling van cessie gedaan aan schuldenaar. Wordt pandhouder beschermd tegen beschikkingsonbevoegdheid die voortvloeit uit leveringsgebrek? Art. 3:88 BW en art. 3:98 BW.
Pandrecht. Vestigingshandelingen voor stil pandrecht (met inachtneming van grondslagvereiste van art. 3:239 lid 1 BW voor pandrecht op toekomstige vorderingen) en openbaar pandrecht in één akte? Uitleg pandakte.
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Procesrecht. Verdeling van nalatenschappen. Totstandkoming deskundigenbericht (art. 198 lid 2 Rv). Weigering van erfgenaam tevens executeur-testamentair om rekening en verantwoording af te leggen. Vervolg van HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:649.
Kort geding. Pandrecht. Schuldeiser neemt lease-auto in vuistpand die aan schuldenaar door haar werkgever ter beschikking was gesteld. Schuldenaar niet beschikkingsbevoegd ten aanzien van die auto, dus geen geldig vuistpand gevestigd (3:84 jo. 3:98 BW). Ook geen rechtsgeldig inge
Art. 81 lid 1 RO. Reikwijdte (derden)pandrecht: ook gevestigd voor toekomstige vorderingen van pandhouder op schuldenaar? Uitleg pandrecht aan de hand van Haviltexmaatstaf.
In geschil is of eiseres terecht in de verhuurderheffing is betrokken. De rechtbank oordeelt dat de statuten van eiseres, het huishoudelijk reglement en de individuele huurovereenkomst geen steun bieden voor het standpunt van eiseres dat er geen sprake is van verhuur maar van een
geen onoverdraagbaarheid vordering in de zin van art. 3:83 lid 2 BW, uitlegnorm HR 21 maart 2014 Coface/Intergamma
International financial planning van bank nova scotia- splitsing erfpacht- ondeelbaarheid hypotheek-inschrijving openbare registers.”
beding met goederenrechtelijke werking? coface/intergamma problematiek