Conclusie van advocaat-generaal Widdershoven over de toepassing van het leerstuk van afgeleid belang in algemene zin en in het sociaal domein in het bijzonder. In de conclusie wordt vijf vuistregels geformuleerd die richtinggevend zouden moeten zijn bij toekomstige toepassing van
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:98 BW
Genoemd in 143 uitspraken · Officiële wettekst
143 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Overeenkomstenrecht. Nietigheid wegens strijd met goede zeden (art. 3:40 lid 1 BW). Overeenkomst strekt tot benadeling schuldeisers. Voor nietigheid vereist dat schuldeisers daadwerkelijk worden benadeeld? Beroep op nietigheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaan
-
Stille verpanding. Rechtsgeldigheid ‘verzamelpandakte’-constructie. Afzonderlijke elementen waaruit onderhavige verpandingsconstructie bestaat, niet in strijd met wet, meer in het bijzonder met art. 3:239 lid 1 BW. Dit geldt ook voor vestiging stil pandrecht op vorderingen die op
-
Goederenrecht. Pandrecht. Is vordering stil verpand, zonder dat deze was vermeld in pandakte? Uitleg pandakte. Bepaaldheidsvereiste; art. 3:84 lid 2 jo. art. 3:98 BW.
Goederenrecht. Verpanding van auteursrecht op software. Is voldaan aan vereiste dat het object van pandrecht in de pandakte voldoende bepaald dan wel bepaalbaar is? Art. 3:84 lid 2 BW en art. 3:98 BW.
Erfpacht. Omvang van de canon. Overeenkomst tussen de erfpachtster en de gemeente, tot omzetting van tijdelijke in voortdurende erfpacht met een bepaalde canon. Net zoals de eerste rechter heeft geoordeeld, is een canon die 97,5% boven de marktconforme prijs ligt, onredelijk hoog
Goederenrecht. Eigendomsvoorbehoud, pandrecht. Kan de verkrijger van onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken een geldig pandrecht vestigen op zijn voorwaardelijk eigendomsrecht (art. 3:92 BW)? Voldoening restant-koopsom na faillissement van de koper. Kan het pandrecht worden ui
Gemeentelijke erfpacht Amsterdam. Goederenrecht. Europees consumentenrecht. Vermelding canon in akte van erfpacht; art. 5:85 lid 2 BW, art. 767 (oud) BW. Beding in Algemene Bepalingen (AB) over periodieke herziening canon door deskundigen; voldoende bepaalbaar (art. 6:227 BW)? Fo
Goederenrecht. Leidt een contractueel onoverdraagbaarheidsbeding met goederenrechtelijke werking als bedoeld in art. 3:83 lid 2 BW steeds ook tot onverpandbaarheid? (art. 3:81 lid 1 BW; art. 3:228 BW).
Prejudiciële vragen over overdraagbaarheid vordering van bank op niet-bank. Eisers in twee zaken (waarvan dit er een is) zijn cliënten van F. Van Lanschot Bankiers N.V. Op 30 september 2015 heeft Promontoria de zakelijke vastgoedleningen, die waren ondergebracht bij de Afdeling B
Vorderingen uit hoofde ledenlening en participatiereserve coöperatie FloraHolland rechtsgeldig verpand? Uitleg statuten. Artikel 3:83 lid 2 BW beding goederenrechtelijke werking. HR Coface/Intergamma. Bestaande vorderingen op datum faillissement.
In 2015 droeg Van Lanschot Bankiers een deel van haar zakelijke vastgoedleningen over aan een niet bancaire instelling.
Goederenrecht. Pandrecht. Is vordering stil verpand, zonder dat deze was vermeld in pandakte? Uitleg pandakte. Bepaaldheidsvereiste; art. 3:84 lid 2 jo. art. 3:98 BW.
Procedure met betrekking tot locaties voor mobiele telefonieantennes ten behoeve van KPN. Zijn er rechtsgeldige rechten van vruchtgebruik van Telecom Vastgoed gevestigd op de vorderingsrechten van de Landlords jegens KPN met betrekking tot huurpenningen en retributies? Is er spra
Omzetbelasting; artt. 2(1)a, 9(1), 14(2)a Btw-richtlijn, artt. 1, 3(1)d, 7(1) Wet OB; levering schoolgebouw; scholenconstructie; economische activiteit; levering onder bezwarende titel; eigendomsovergang krachtens de wet; rechtszekerheidsbeginsel.
Onoverdraagbaarheidsbeding = onverpandbaarheidsbeding? Is per datum faillissement sprake van toekomsitge vorderingen?
Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van weg. Uitlegmaatstaf. Omvat de erfdienstbaarheid ook het recht om de weg te gebruiken als verbinding, via het heersend erf, met ander perceel dat aan dezelfde eigenaar toebehoort als het heersend erf? HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4160.
Brengt een onoverdraagbaarheidsbeding met goederenrechtelijke werking met zich dat ook de verpandbaarheid van een vordering is uitgesloten? Artikel 3:228 BW, 3:83 lid 2 BW.
Naburige rechten. Art. 14a Wet Naburige Rechten (WNR). Heruitzenden door kabelexploitanten? Veronderstelt ‘doorgifte via de kabel’ een eerdere ‘mededeling aan het publiek’? Art. 9 lid 1 SatKabRichtlijn (Richtlijn 93/83/EEG). HvJEU 7 maart 2013, zaak C-607/11 (ITV/TVCatchup), ECLI
Gevoegde zaken van opstalhouders tegen het Hoogheemraadschap van Rijnland. In de zaak met zaaknummer 292877 vorderen de opstalhouders in conventie verklaringen voor recht dat het gewijzigd retributiebeleid van HHR in strijd is met de oude algemene voorwaaren, in strijd is met de
Hoger beroep na incidenteel arrest ECLI:NL:GHARL:2021:4712; negatieve vordering van derdenhypotheekgever tegen uitwinning door hypothecaire schuldeiser; doel en strekking hypotheekovereenkomst; ruimer omschreven derdenbankhypotheek; geen bedrog of dwaling; derdenhypotheek is een
Coöperatie; verpanding van aanspraken lid uit hoofde van ledenlening en participatierekening; bestaande of toekomstige vorderingen?; leidt goederenrechtelijke onoverdraagbaarheid ex art. 3:83 lid 2 BW tevens tot onverpandbaarheid?
Goederenrecht. Vraag of pandrecht kan worden gevestigd op een assurantieportefeuille (art. 3:228 BW). Is assurantieportefeuille een goed in de zin van art. 3:1 BW? Betekenis van art. 4:103 lid 4 Wft.