Goederenrecht, procesrecht. Art. 3:301 BW en 433 Rv. Geldt de sanctie van niet-ontvankelijkheid (art. 3:301 lid 2 BW) ook voor een niet-ingeschreven appel tegen een beslissing waarbij de rechtbank heeft geoordeeld dat eigendom door verjaring is verkregen en het bestreden vonnis i
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:98 BW
Genoemd in 143 uitspraken · Officiële wettekst
143 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Artikel 3:40 BW overeenkomst van 'geldlening' tevens inhoudende verpanding van vorderingen die blijkens de considerans ten doel heeft liquide middelen buiten het bereik van schuldeisers te brengen en daarover zelf de beschikking te houden is nietig wegens strijd met de goede zede
De gemeente Amsterdam mag de jaarlijkse vergoeding voor de erfpacht op basis van de huidige marktwaarde herzien. In Amsterdam staan verreweg de meeste woningen op grond die eigendom is van de gemeente. Voor het gebruik van die grond betalen de bewoners een jaarlijkse pachtsom: de
Faillissementspauliana; art. 42 en 47 Fw. Rechtsgeldigheid verpandingen door middel van verzamelpandakteconstructie. Volmacht die uitsluitend strekt tot uitvoering van in stampandakte neergelegde verplichting tot verpanding; onverplichte rechtshandeling? Samenspanning? Maatstaf.
Renvooiprocedure. Vermogensrecht. Goederenrecht. Cessie. Bepaaldheidsvereiste. Klachten dat het hof te hoge eisen heeft gesteld aan het vereiste van ‘voldoende bepaaldheid’ van art. 3:84 lid 2 BW en dat het ten onrechte het bewijsaanbod om de curator te horen heeft gepasseerd.
Vuistpand, rententierecht
Verpanding vordering. Uitleg pandakte. Bepaalbaarheid.
Erfdienstbaarheid; wijziging wegens algemeen belang (art. 5:78 sub b BW); wijzigingsvonnis uitvoerbaar bij voorraad; tijdstip wijziging; overdracht heersend erf hangende hoger beroep; ontvankelijkheid oorspronkelijk eigenaar; grenzen rechtsstrijd; schadeloosstelling (art. 5:81 BW
WHOA-zaak. Verzoek aspecten die van belang zijn in het kader van het tot stand brengen van een akkoord. Voornemen prejudiciele vraag te stellen.
De door eiser gestelde levering (aan hemzelf) van het onderopstalrecht is niet tot stand gekomen wegens het ontbreken van de voor die levering vereiste toestemming van de houder van het opstalrecht (gedaagde). Vorderingen afgewezen.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Is het Kadaster voor zijn vorderingen wegens inschrijvingskosten en recherchekosten rechthebbende op een aandeel in het saldo van de kwaliteitsrekening van de notaris? Art. 25 lid 3 Wet op het notarisambt.
Afgifte schilderijen. Beroep op (tweede) vuistpandrecht slaagt niet. Geldige titel ontbreekt. Beroep op retentierecht slaagt niet. Geen samenhang.
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid. Bij vestiging erfdienstbaarheid van weg is verzuimd om de kaart waarop de loop van de weg staat aangegeven, te hechten aan de akte van vestiging. Is de erfdienstbaarheid tot stand gekomen? Zo ja, hoe loopt de weg? Verdeling kost
Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor he
Goederenrecht. Verpanding van auteursrecht op software. Is voldaan aan vereiste dat het object van pandrecht in de pandakte voldoende bepaald dan wel bepaalbaar is? Art. 3:84 lid 2 BW en art. 3:98 BW.
Appel van ECLI:NL:RBNHO:2017:9152. Uitleg van erfdienstbaarheid van overpad. Bekrachtiging. Zie ECLI:NL:GHAMS:2018:131 en ECLI:NL:GHAMS:2019:3549.
Eigendom strook gemeentegrond verkregen d.m.v. bevrijdende verjaring ex art. 3:105 BW? Criteria inbezitneming. Geen bezit, maar slechts houderschap ex art. 3:108 BW. Evenmin sprake van erfdienstbaarheid d.m.v. verjaring.
cessie en verpanding vordering op naam, artikel 3: 88 jo 3:98 BW
Kort geding. Veilingkoop van 21 hectare landbouwgrond. Vraag of op het perceel een recht van gebruik als bedoeld in artikel 3:226 BW rust wordt op grond van uitleg van een eerdere notariële akte van levering ontkennend beantwoord. Bovendien is niet voldaan aan artikel 24 lid 4 Ka
Overeenkomstenrecht. Nietigheid wegens strijd met goede zeden (art. 3:40 lid 1 BW). Overeenkomst strekt tot benadeling schuldeisers. Voor nietigheid vereist dat schuldeisers daadwerkelijk worden benadeeld? Beroep op nietigheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaan
Artikel 3:92 lid 1 BW voorziet wel in een voorwaardelijke overdracht van de zaak en deze geeft de koper onder eigendomsvoorbehoud wel een sterkere positie dan die welke toekomt aan de koper aan wie de zaak nog niet (voorwaardelijk of onvoorwaardelijk) overgedragen is. Dat beteken
art. 3:83 lid 2 BW, art. 3:228 BW
verpanding (toekomstige) vorderingen
Beroep op vernietigbaarheid wegens dwaling van overeenkomst tot levering van energie. Vernietiging op terechte gronden ingeroepen. Vordering in conventie afgewezen, in reconventie alleen verklaring voor recht dat Plusenergy heeft gedwaald toewijsbaar.
art. 3:301 BW en art. 3:300 BW; Toepasselijkheid art. 3:301 lid 2 BW bij veroordeling tot medewerking aan vestiging erfdienstbaarheid en een uitspraak op de voet van art. 3:300 lid 1?