Nu Ekeby en [persoon A], blijkens het hierboven onder 4.4 overwogene, uitvoering hebben gegeven aan de in de vestigingsakte toegekende beëindigingsregeling en die regeling (van de opzegging door de eigenaar) ingevolge artikel 5:87 lid 3, tweede volzin, BW rechtsgeldig is, moet wo
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:84 BW
Genoemd in 681 uitspraken · Officiële wettekst
681 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 26 · live
Wissel- en chequerecht. Art. 182 lid 1 K. laat toe dat een cheque aan twee of meer personen betaalbaar wordt gesteld; indien een cheque betaalbaar is gesteld of geëndosseerd aan twee of meer personen afzonderlijk, hetgeen kan worden aangegeven door het woord “of” dan wel een slas
Vraag of in beslag genomen oldtimers wel of niet zijn bezwaard met pandrecht ten behoeve van gedaagde. Oldtimers aangetroffen in pand van eisers - vermoeden van bezit. Bank weet dat vermoeden te weerleggen, waardoor eiseres haar gepretendeerde eigendom moet bewijzen.
Voorkeursrecht gemeente. Nietigverklaring overeenkomst; rechtshandeling die is verricht met de kennelijke strekking afbreuk te doen aan het voorkeursrecht van de gemeente (art. 26 Wvg); maatstaf.
Erflater verkoopt woning aan erfgenaam, met uitstel van levering tot na overlijden. Artikel 10 Successiewet 1956 niet toepasselijk.
bewijs, criminele organisatie, bestuur, feitelijk leidinggeven, witwassen, strafmaatmotivering.
3:94 BW; 6:74 BW; 6:127 BW; 93 en 94 Rv; 130 Rv; oorspronkelijk vrijwaringsprocedure; door cessie van de vordering (uit hoofdzaak) volgt (hoofd)procedure in conventie en reconventie. Werkgever (hypotheekadviseur) wordt aansprakelijk gesteld door klant voor handelen van werknemer.
Tegenover het feit dat Ruvo de auto, de autosleutels en een deel van het kentekenbewijs niet aan Van Iperen heeft overgedragen, is de vermelding "verkocht/geleverd" onvoldoende om te kunnen spreken van een erkenning van de overdracht door Ruvo. Geen sprake van levering constitutu
In conventie is de vraag aan de orde of eiser in conventie door verjaring eigenaar is geworden van een strook grond, die blijkens het kadaster toebehoort aan de gemeente Weert. In reconventie heeft de gemeente Weert, voor het geval de rechtbank tot het oordeel komt dat eisers in
De vorderingen van Yukos Finance BV om gedaagden in kort geding te veroordelen tot - onder meer - het ongedaan maken van in Yukos Finance BV genomen aandeelhouders- en bestuursbesluiten worden afgewezen omdat zij hierbij onvoldoende concreet en spoedeisend belang heeft.
levering constitutum possessorium (artikel 3:90 lid 1 BW juncto artikel 3:115 sub a BW); verbod van interversie van houderschap (artikel 3:111 BW); gehonoreerd verweer strekt mede ten gunste van niet in het geding verschenen gedaagde (artikel 140 Rv).
Huurovereenkomst bedrijfsterrein; vervolg op HR 29 oktober 1999, nr. C98/097, NJ 1999, 823; rechtsstrijd in geding na verwijzing, niet voor cassatie gevoerd verweer een nieuwe grief?
Het hof is van oordeel dat [geïntimeerde] geen beroep op artikel 3:86 lid 3 BW toekomt, nu [geïntimeerde] de hoogwerker niet binnen de in dat artikel gestelde termijn van drie jaar als zijn eigendom heeft opgeëist en niet is gebleken dat [geïntimeerde] deze termijn tijdig heeft g
De redenen op grond waarvan de bank de kredietovereenkomst heeft opgezegd heeft de bank aan [bedrijf 1] en [bedrijf 2] medegedeeld bij brief d.d. 13 maart 2002 (prod. 4 dagv.). Uit die brief blijkt dat meer dan de helft van de crediteuren meer dan 90 dagen open stond, [bedrijf 1]
Het gaat in deze procedure na verwijzing thans - kort samengevat - nog om het volgende. Appellante had in de zomer van 2001 een aan haar in eigendom toebehorende Volvo in handen gegeven aan persoon 1. Uitgangspunt bij de procedure bij het gerechtshof Arnhem en in cassatie was, da
Vraag of beslag op Bentley moet worden opgeheven.
Waar grief 1 over klaagt is dat de rechtbank het beroep op artikel 6 septies van het Unieverdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom voor deze vorderingen onbesproken heeft gelaten. Dit artikel geeft de buitenlandse merkhouder het recht zich t
Borgtocht. Geschil tussen bank en een directeur-grootaandeelhouder die ten tijde van het aangaan van de borgtocht handelde ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf; particuliere borgtocht, uitzondering op toestemmingsvereiste in art. 1:88 lid 5 BW, samenhang met art
Nu de verkoop nadelig was voor de geestelijk gestoorde moeder, wordt haar toestemmingsverklaring vermoed te zijn gegeven onder invloed van de stoornis. Een met haar toestemmingsverklaring overeenstemmende wil wordt geacht te ontbreken. Een beroep van [appellanten] op artikel 3:35
Vordering tot verklaring van waardeloosheid. Een inschrijving is waardeloos indien deze rechtens zonder belang is. Onduidelijkheid in de koopovereenkomst omtrent de hoedanigheid van de koper maakt een inschrijving niet waardeloos. De vordering van de curator wordt afgewezen.
Axiair baseert haar eigendomsrechten op de onderhavige wasemkappen op de met de curator van Zuidema gesloten overeenkomst, waarbij zij de activa van Zuidema - waaronder de gehele orderportefeuille - heeft overgenomen. Nu uit de stukken niet blijkt dat de curator in het faillissem
Ter beoordeling van het beroep op verrekening moet worden bezien of Pelders jegens Kinheim wanprestatie heeft gepleegd en uit dien hoofde schadevergoeding aan Kinheim verschuldigd is (en, zo ja, in welke omvang). De klacht van Kinheim is dat de maatvoering van de door Pelders gem
Geschil tussen een curator van een op grond van een geestelijke stoornis onder curatele gestelde (art. 1:378 lid 1, aanhef en onder a, BW) en de pretense koper van een - intussen aan een derde doorverkochte - Rolls Royce over afgifte van de auto dan wel vervangende schadevergoedi
Geschil tussen een curator van een op grond van een geestelijke stoornis onder curatele gestelde (art. 1:378 lid 1, aanhef en onder a, BW) en de pretense koper van een - intussen aan een derde doorverkochte - Rolls Royce over afgifte van de auto dan wel vervangende schadevergoedi
Artikel 3:84 lid 3 BW. Fiduciaverbod. Gelet op de inhoud en strekking van de overeenkomst van 26 april 2005 acht de voorzieningenrechter het voldoende aannemelijk dat de bodemrechter - later oordelende - zal beslissen dat de overeenkomst alle elementen van een koop- en huuroveree