Art. 8:24, lid 2, Awb. Art. 3:72 BW. Beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verstrekken van door Rechtbank verlangde machtiging waaruit vertegenwoordigingsbevoegdheid blijkt. Machtiging hoeft niet per instantie te worden verleend en hoeft niet te dateren van
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:72 BW
Genoemd in 69 uitspraken · Officiële wettekst
69 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Artikel 8:24, lid 2, Awb; schriftelijke machtiging; verzoek tot overlegging.
Ter zitting in een eerdere zaak was gebleken dat de gestelde gemachtigde tegen de wil van belanghebbende doorprocedeerde onder een herroepen volmacht. In de onderhavige zaak heeft dezelfde gemachtigde zich gesteld. Daarin en vanwege de grote gelijkenis met die eerdere zaak ziet h
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 30 mei 2025 in de zaken met: 24/04262 ECLI:NL:PHR:2025:623 , 24/04264 ECLI:NL:PHR:2025:624 en 24/04267 ECLI:NL:PHR:2025:625
Art. 8:24, lid 2, Awb. Beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verstrekken van door Rechtbank verlangde machtiging waaruit vertegenwoordigingsbevoegdheid blijkt. Machtiging hoeft niet te dateren van na de bestreden uitspraak op bezwaar.
Art. 8:24, lid 2, Awb. Art. 3:72 BW. Beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verstrekken van door Rechtbank verlangde machtiging waaruit vertegenwoordigingsbevoegdheid blijkt. Machtiging hoeft niet te dateren van na de bestreden uitspraak.
Artikel 8:24, lid 2, Awb: ontbreken recente schriftelijke machtiging; gerede twijfel vertegenwoordigingsbevoegdheid. Hoger beroep niet-ontvankelijk.
Artikel 8:24, lid 2, Awb: ontbreken recente schriftelijke machtiging; gerede twijfel vertegenwoordigingsbevoegdheid. Hoger beroep niet-ontvankelijk.
Art. 81 lid 1 RO. Beroepsaansprakelijkheid notaris. Onvoldoende recherche naar rechtstoestand huis in Spanje?
(i) Moeder met HIR-vrijval richt dochter op die (i) meteen gevoegd wordt, (ii) een even groot verlies op optiecontracten organiseert en (iii) op basis van een put-optie meteen daarna weer ontvoegd wordt, commercieel met medeneming van het verlies. Is het verlies een resultaat uit
Erfgename heeft een machtiging afgegeven met betrekking tot de WOZ-waarde per waardepeildatum 1 januari 2019. Zij overlijdt voordat de uitspraak op bezwaar is gedaan. De gemachtigde stelt namens haar beroep in. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de ma
Surseance van betaling; verrekening; maatstaf ontbreken goede trouw (art. 54/235 Fw); gezichtspunten; cash pooling; overboekingen zonder toestemming bewindvoerder (art. 228 Fw); contractuele meerpartijenverrekening; reikwijdte verruimde verrekening (Mulder q.q./CLBN, NJ 1996/471)
Executiegeschil. Overledene leent geld uit, neergelegd in een hypotheekakte. Heeft de grosse executoriale kracht? Lijden de beslagen schade?
Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Laten verstrijken verzettermijn en onjuiste advisering over procespositie na te laat ingediend verzet.
In geschil is of de Heffingsambtenaar belanghebbende terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn bezwaren wegens het ontbreken van een machtiging.
Bijlage: ECLI:NL:PHR:2025:652 Art. 8:1 en 8:24 Awb. Art. 3:60 BW. Mocht het Hof een meer recente machtiging verlangen van de gemachtigde?
Bijlage: ECLI:NL:PHR:2025:652 Art. 8:1 en 8:24 Awb. Art. 3:60 BW. Mocht het Hof een meer recente machtiging verlangen van de gemachtigde?
Bijlage: ECLI:NL:PHR:2025:652 Art. 8:1 en 8:24 Awb. Art. 3:60 BW. Mocht het Hof een meer recente machtiging verlangen van de gemachtigde?
Artikel 8:24, lid 2, Awb: ontbreken recente schriftelijke machtiging; gerede twijfel over vertegenwoordigingsbevoegdheid. Hoger beroep niet-ontvankelijk.
Artikel 8:24, lid 2, Awb: ontbreken recente schriftelijke machtiging; gerede twijfel vertegenwoordigingsbevoegdheid. Hoger beroep niet-ontvankelijk.
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g