Cassatieprocesrecht. Beroep op niet-ontvankelijkheid van cassatieberoep wegens berusting (art. 400 Rv).
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:59 BW
Genoemd in 148 uitspraken · Officiële wettekst
148 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Geschil over verschuldigdheid facturen. Foutieve aanduiding van requirant in dagvaarding eerste aanleg. Rectificatie.
Appelprocesrecht; Onjuiste tenaamstelling appellante. Kenbare vergissing. Uitleg dagvaardingsexploot. Beroep op niet-ontvankelijkheid wordt verworpen.
afstamming - verklaring voor recht dat de door verzoeker gedane erkenning van de minderjarige te Amsterdam door bekrachtiging rechtsgeldig is
Verzoek OM nietigverklaring/vernietiging erkenningsaktes. In 1998/1999 zijn vier Colombiaanse jongens erkend door de (latere) Nederlandse echtgenoot van hun moeder. In het kader van een strafrechtelijk onderzoek inzake witwassen en drugshandel zijn in Colombia documenten aangetro
Rijkswet op het Nederlanderschap. Verzoekers zijn in Nederland erkend door een gehuwde man. De erkenningen zijn in beginsel nietig. De erkenningen zijn op grond van artikel 3:59 juncto 3:58 BW bekrachtigd, waardoor ze alsnog rechtsgeldig zijn.
Procesrecht. Arbitrage. Slechts van een arbitraal eindvonnis kan de vernietiging worden gevorderd. Uitleg processtukken.
Ontbinding geregistreerd partnerschap en verdeling van de gemeenschap van goederen. Partijen hebben nimmer samengewoond, nimmer bij elkaar overnacht en nimmer seksueel contact gehad. Het verzoek tot nietigverklaring van het geregistreerd partnerschap (op grond van artikelen 1:80a
Summary in English: Inland navigation law. Water pollution. Limitation of liability. CLNI convention. As the Netherlands national regulation on limitation of liability in respect of water pollution is a consequence of the CLNI – the direct applicability of which is excluded on wa
art. 1:204 lid 1 sub e BW (oud). Beantwoording van de vraag of er naar Nederlands recht sprake is van rechtsgeldige erkenningen in 2006 en 2009. Er kon geen sprake zijn van een rechtsgeldige erkenning zonder dat vaststelling vooraf van de huwelijkse band of nauwe persoonlijke bet
Vervolg op tussenvonnis van 23 juli 2014 (ECLI:NL:RBROT:2014:6603). Tijdbevrachting binnenvaart. Voortijdige beëindiging. Verjaring. Schadebegroting.
Intermediairovereenkomst tussen verzekeringsmaatschappij en vennootschap onder firma als assurantietussenpersoon. Vaststellingsovereenkomst ter zake van door de v.o.f. geclaimd bedrag. Na ontbinding van de v.o.f. wordt een deel van de activiteiten door een aantal oud-vennoten voo
Caribische zaak. Personen- en familierecht. Nationaliteitsrecht; art. 17 RWN, vaststelling Nederlanderschap. Bekrachtiging nietige erkenning kinderen, art. 3:58 lid 1 en 3:59 BWC; belang van het kind. HR 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3460. Strekking ‘bezit van staat’ art. 1:2
Zeerecht. Beperking van aansprakelijkheid. IPR. LLMC. Heeft een schuldeiser vorderingen op verzoeksters ingediend? Maatstaf artt. 3:33 en 3:35 BW jo. art. 642ld 1 Rv. Uit het gestelde in art. 642l lid 4 Rv volgt dat het niet-voldoen aan het vereiste van overlegging van bewijsstuk
Wet verplichte deelneming in een Bedrijfstakpensioenfonds 2000. Uitleg ‘Protocol Onderhandelingsaccoord’, invoering prepensioenregeling, financiering. Betekenis ‘bedrijfstakheffing’, HR 15 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6165. Premieplichtigheid werkgever over periode tussen inwerk
Zeerecht; beperking van aansprakelijkheid. Schuldeiser doet hetzij bij indiening van de vordering bij de vereffenaar hetzij ter verificatievergadering beroep op ontbreken van rechtsmacht en op onbevoegdheid van de rechtbank. Toepasselijk recht. Procesrechtelijke onderwerpen in he
Contractenrecht. (Appel)procesrecht. Appeldagvaarding uitgebracht aan verkeerde vennootschap. Processuele positie geïntimeerde/incidenteel appellant. Uitleg gedingstukken. Uitleg overeenkomst tot overdracht aandelen holding afvalverwerkende bedrijven. Haviltex-maatstaf. Leidt sch
Erfrecht (naar oud recht). Ouderlijke boedelverdeling met toedeling vruchtgebruik. Overgangsrecht.
Schorsing van de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis op basis van misbruik van executiebevoegdheid
In geschil is nationaliteit van verzoekster. Hof stelt vast dat zij Nederlander is geworden op twee zelfstandige gronden. De erkenning op 4 januari 1994 was nietig daar de huwelijkse staat van haar vader aan de geldigheid in de weg stond. Dit beletsel kwam enige maanden later te
Meerpartijenovereenkomst. Vallen gedaagden aan te merken als schuldenaar van in die overeenkomst geregelde geldlening? Uitleg.
Ontheffing door Hoogheemraadschap van publiekrechtelijk verbod tot hebben van steiger; onderscheid met privaatrechtelijke toestemming door Hoogheemraadschap als eigenaar tot gebruik van het water en de waterbodem waarop de steiger rust. Bevoegdheid als eigenaar gebruiksvergoeding
Klager is op het verkeerde been gezet doordat de brieven van het secretariaat van de kamer telkens (mede) aan [ A ] waren gericht. Onder de geschetste omstandigheden begrijpt het hof en moest ook de notaris redelijkerwijs begrijpen dat het de kennelijke bedoeling van klager was o
Overname onderneming. Uitleg contractueel overeengekomen klachttermijn.
Overeenkomstenrecht; art. 6:251, 248 BW. Kwalitatief recht? Hof heeft ten onrechte van belang geacht of schuldeiser recht mede heeft bedongen ten behoeve van zijn rechtsopvolgers onder bijzondere titel; art. 6:251 stelt die eis niet, evenmin als art. 1354 BW (oud). Hof heeft voor