-
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:4 BW
Genoemd in 276 uitspraken · Officiële wettekst
276 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
-
Eigenaar geworden van een stuk perceel op grond van verjaring. In reconventie is onrechtmatige hinder door muurankers van een balkon onvoldoende onderbouwd.
Niet-ontvankelijkheid. Gelet op de aard van haar vorderingen heeft eiseres niet de goede partijen gedagvaard. Zij had alle individuele eigenaren afzonderlijk in de procedure moeten betrekken, maar heeft dit niet gedaan.
Burengeschil. Verkrijging eigendom van grond onder aanbouw die deels over de kadastrale erfgrens staat. Bezit ondanks toestemming buurman bij bouw van de aanbouw? Verkrijging eigendom van grond van een strook grond naast die aanbouw. Aanwezigheid coniferenhaag en schutting gedure
Burenrecht, natrekking, onrechtmatige hinder, mandelige muren, verwijdering van camera's.
Volgens eiseres/appellante, fotografe, heeft gedaagde, galeriehouder, een vordering van haar niet betaald. Zijn verweer daartegen is, dat die vordering is verrekend met een vordering van hemzelf. Die laatste vordering ziet op de kosten van het inlijsten van foto’s die op het mome
Overbouw. Vordering tot teruggave deel van schuur dat bij woning buren is getrokken. Bestanddeel woning. In reconventie beroep op overbouwregeling. 5:20 BW, 3:4 BW, 5:54 BW
(gedeeltelijke) toewijzing van herstelkosten en gederfde huurinkomsten (7:225 BW) na beëindiging van huurovereenkomst bedrijfsruimte; buitengerechtelijke incassokosten gematigd op grond van 242 Rv.
Burenrecht. Geschil omtrent eigendom van een deel van een bouwwerk. Geen horizontale natrekking, wel verticale natrekking. Artikel 5:20 BW en artikel 3:4 BW.
Gebouw op percelen van verschillende grondeigenaren. Begrip ‘woning’ in de zin van art. 14, lid 2, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970. Verkrijging naar civielrechtelijke maatstaven (art. 5:20(1)(e) BW; art. 5:3 BW; art. 3:4 BW). Verlaagd tarief voor de overdrachtsbe
Gebouw op percelen van verschillende grondeigenaren. Begrip ‘woning’ in de zin van art. 14, lid 2, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970. Verkrijging naar civielrechtelijke maatstaven (art. 5:20(1)(e) BW; art. 5:3 BW; art. 3:4 BW). Verlaagd tarief voor de overdrachtsbe
Huurzaak. Afmeervoorziening kwalificeert niet als artikel 7:290 of 7:230a BW bedrijfsruimte. Huurovereenkomst is niet geëindigd.
Artikel 1 lid 4 richtlijn 99/44/EG; artikel 7:5 lid 4 BW. Op maat gemaakte kozijnen; geen gemengde overeenkomst aanneming van werk/consumentenkoop; geen verwijzing naar de kantonrechter.
Horizontale natrekking. Waar ligt de grens tussen het gemeentelijke en het particuliere gedeelte van het riool?
Faillissementsrecht. Boedelschuld. Verplichting tot verwijdering van zaken die tot de boedel behoren. Geldt deze verplichting óók als zaken zijn nagetrokken door de grond van degene die verwijdering verlangt? Vraag wanneer sprake is van verplichting die op boedel rust. Wat is rec
CBb; weigering energie-investeringsaftrek; omvang bedrijfsmiddel; aanschaffings- of voortbrengingskosten; evenredigheidsbeginsel.
Voorhands is de voorzieningenrechter van oordeel dat gedaagde sub 1 niet in privé namens Enduso Nederland B.V. io de offerte heeft getekend. Er zijn immers voldoende aanwijzingen waaruit kan worden afgeleid dat gedaagde sub 1 in zijn hoedanigheid van (indirect) bestuurder van End
Afschrijvingsbeperking voor gebouwen terecht toegepast op investering in zonnepanelen door woningcorporatie (artikel 8, lid 1, Wet Vpb jo. art. 3.30a, lid 2, eerste volzin, Wet IB 2001). De zonnepanelen zijn onroerende zaken (art. 3:3, lid 1, BW) en onderdeel van dan wel aanhorig
Dit geschil gaat over een bouwwerk aan een restaurant, gebouwd op een perceel dat geen eigendom is van de eigenaar van het restaurant. Er is geen sprake van een recht van opstal, een erfdienstbaarheid of een kwalitatieve verplichting die ziet op het bouwwerk. De inzet van de proc
Moet een huurder de geplaatste stacaravan verwijderen? Onroerende aanhorigheid?
Huur. Vaststelling hoogte servicekosten na uitspraak huurcommissie. De kantonrechter oordeelt dat de wet op zich niet verbiedt dat zonnepanelen en zonneboiler als servicekosten worden doorberekend, ondanks het feit dat zij ook van invloed zijn op het energielabel en daarmee de ho
Artt. 142, 217 Rv; artt. 1:88 lid 5, 1:89 lid 1, 3:4 lid 2, 6:94 lid 1, 6:96 lid 2, 6:233, 6:277 lid 1, 7:215 lid 1, 7:216 lid 1 BW; artt. 5 lid 1, 11, 12 lid 1 Wgb. Twee procedures. Gedaagde in de hoofdzaak heeft samen met een derde een 290-bedrijfsruimte gehuurd. Later komen be
Verzoek van de eigenaar van een trekpont tot beperking van haar aansprakelijkheid ter zake van personenschade op grond van artikel 8:1060 e.v. BW, alsmede een aanhaakverzoek van de verzekeraar van verzoeker. Belanghebbenden hebben verweer gevoerd. De rechtbank heeft geoordeeld da
huurrecht; gebrekenregeling; zelf aangebrachte voorziening; erfafscheiding; geen sprake van een gebrek ten aanzien van door de huurder geplaatste schutting; vorderingen van de huurder tot herstel / vervanging van de schutting en huurprijsvermindering afgewezen;