Verjaring en stuiting van individuele vorderingen nadat collectieve actie ex artikel 3:305a BW is geëindigd door toewijzing van verklaring voor recht. Vragen over toepassing van artikel 3:316 lid 2, 3:324, 3:319 lid 2 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:324 BW
Genoemd in 176 uitspraken · Officiële wettekst
176 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Beroepsaansprakelijkheid van advocaat. Verzuim om verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraak (art. 3:324 BW) te stuiten? Rechtsgevolg van stuiting door daad van tenuitvoerlegging in de zin van art. 3:325 lid 2, onder c, BW: nieuwe verjaringsterm
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv), effectenleaseovereenkomst; kan de bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging van rechtshandelingen collectief gestuit worden? De aan de Hoge Raad voorgelegde vragen zijn: - strekt de stuitende werking op de voet van art. 3:316 BW van een co
Verjaring. Vordering uit overeenkomst van geldlening. Is art. 3:324 BW van toepassing op in executoriale vorm uitgegeven proces-verbaal van schikkingscomparitie?
Faillissementsrecht. Verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van in proces-verbaal van verificatievergadering opgenomen erkende, en niet door de gefailleerde betwiste, vordering (art. 196-197 Fw). Toepasselijkheid van verjaringstermijn van twintig jaar (art. 3:324 lid
Pandrecht op aandelen. Tenietgaan (substitutie)pandrecht door verjaring van gezekerde vordering? Toepasselijkheid art. 3:323 lid 1 BW indien pandhouder een op de voet van art. 3:251 lid 1 BW aangevangen executie, na toewijzende beschikking, niet voltooit. Beroep op tenietgaan pan
Procesrecht. Vonnis op tegenspraak of verstekvonnis? Aanwending van juiste rechtsmiddel? Beoordeling door appelrechter van aard van uitspraak in eerste aanleg. Recht op toegang tot de rechter (art. 6 EVRM) indien niet kenbaar is dat sprake is van vonnis op tegenspraak. Geen belan
611g lid 1 Rv., aanvang verjaringstermijn dwangsommen door moment van verbeurte. Verjaring niet geschorst door instellen rechtsmiddel tegen veroordeling waarbij zij zijn opgelegd; art. 3:324 lid 2 BW niet van toepassing. Ratio korte verjaringstermijn.
Vermogensrecht. Verjaring. Collectieve actie op voet van art. 3:305a (oud) BW waarin verklaring voor recht is toegewezen. Geldt zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW t.a.v. op collectieve actie aansluitende individuele vorderingen tot schadevergoeding of begint daarvoor op vo
Procesrecht. Conservatoir beslag, gevolgd door hoofdzaak waarin in appel verklaring voor recht in plaats van veroordeling wordt gevorderd. Art. 700 lid 3 Rv. Levert arrest executoriale titel op? Verjaringstermijn. Art. 3:324 lid 1 BW. Rangregeling. Art. 552 Rv. Renvooiprocedure.
Effectenlease-overeenkomst. Geldt voor het Dexia Aanbod het toestemmingsvereiste van art. 1:88 BW? Belang bij antwoord op die vraag? Verjaring van de vordering tot vernietiging van de effectenleaseovereenkomst; beroep op stuiting van de verjaring door een collectieve actie, indie
Verjaring bevoegdheid tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak, art. 3:324 BW. Stuiting naar oud recht, art. 120 Overgangswet Nieuw BW. Onmiddellijke werking nieuw BW op grond van art. 68a in verbinding met art. 73 lid 1 Ow NBW met betrekking tot rechtsgevolgen stuiting. Toepassi
Verjaringstermijn voor de vordering van de bank die resteert nadat het hypothecaire zekerheidsrecht is uitgewonnen bedraagt vijf jaar. Het is in de onderhavige situatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de bank cliënten houdt aan de voorwaarde dat
Beroepsaansprakelijkheid van advocaat. Verzuim om verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraak (art. 3:324 BW) te stuiten? Rechtsgevolg van stuiting door daad van tenuitvoerlegging in de zin van art. 3:325 lid 2, onder c, BW: nieuwe verjaringsterm
Executiegeschil. Beroep op verjaring dwangsommen faalt.
Personen- en familierecht. Procesrecht. Ter zitting bereikte schikking. Onbegrijpelijk oordeel in einduitspraak in het licht van het proces-verbaal over wat partijen zijn overeengekomen.
verdeling executieopbrengst; rangregeling; executoriale titel vereist of is verklaring voor recht voldoende? verjaring vordering?
Internationaal privaatrecht. Vordering tot betaling uit hoofde van een overeenkomst van borgtocht overeenkomstig de veroordeling in een Russisch vonnis. Vereisten voor erkenning van een buitenlands vonnis op de voet van art. 431 lid 2 Rv (HR 17 december 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC11
Verbintenissenrecht. Kredietovereenkomst. Verjaringsverweer; art. 3:307 lid 1 BW. Materiële rechtsverhouding verandert niet door veroordelend vonnis met betrekking tot een deel van de vordering. Andere verjaringstermijn art. 3:324 BW doet daaraan niet af. Feitelijk oordeel hof da
Verjaring en stuiting. Appellant had een hypothecaire geldlening en er ontstond achterstand in de aflossingen. De bank heeft na executoriaal beslag op het loon van appellant (2010) de woning executoriaal verkocht (2012) waarna er nog een restschuld was. Op die restschuld bleef he
Verbintenissenrecht; verjaring. Vordering op rechtspersoon die na faillietverklaring door insolventie is ontbonden en vervolgens is opgehouden te bestaan (art. 2:19 lid 1, onder c, en lid 6 BW), terwijl de mogelijkheid bestaat dat de vereffening in faillissement wordt heropend (a
Verjaring van bevoegdheid tot tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak; art. 3:324 BW. Veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente zonder dat het bedrag bepaald is: valt dit onder de korte verjaringstermijn van lid 3 (‘hetgeen ingevolge de uitspraak bij het jaar of kortere t
Advocaat legt binnen de verjaringstermijn van een vonnis executoriaal derdenbeslag. Stelling is dat de advocaat een beroepsfout heeft gemaakt door niet binnen vijf jaar na leggen van het beslag de verjaring van de vordering te stuiten. Het hof oordeelt dat, ofschoon de letterlijk
Bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van dwangsommen is nog niet verjaard. Nieuwe verjaringstermijnen zijn gaan lopen door executoriale beslagen en door de vordering tot opheffing daarvan. Tijdsverloop tot het indienen van de memorie van grieven maakt dat niet anders. Beslagene ston
Conservatoir beslag op registergoed gevolgd door eis in de hoofdzaak; verval van het beslag doordat in hoger beroep nog slechts een declaratoir wordt gevorderd?; verdeling na executie door hypotheekhouder (art. 3:270 BW); rangregeling en renvooiprocedure; inmiddels verjaarde vord