Procesrecht. Vernietiging meerpartijenovereenkomst. Verjaring. Is verjaring gestuit door mediation? Wet implementatie richtlijn nr. 2008/52/EG betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken; ambtshalve toepassing (art. 25 Rv). Niet-ontvanke
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:322 BW
Genoemd in 106 uitspraken · Officiële wettekst
106 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Relatievermogensrecht. Afwikkeling affectieve relatie tussen informeel samenlevenden. Vergoedingsrecht bij aflossing lening t.b.v. gemeenschappelijke woning uit privé-vermogen? Eenvoudige gemeenschap. Stelplicht verjaringsverweer. Uitleg grieven.
Huwelijksvermogensrecht. Verjaringstermijn vergoedingsrecht: is de twintigjarige verjaringstermijn van art. 3:306 BW of de vijfjaarstermijn van art. 3:307 BW van toepassing?; schending grenzen rechtsstrijd;
Beroepsaansprakelijkheid van advocaat. Verzuim om verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraak (art. 3:324 BW) te stuiten? Rechtsgevolg van stuiting door daad van tenuitvoerlegging in de zin van art. 3:325 lid 2, onder c, BW: nieuwe verjaringsterm
Premievordering Bpf Schoonmaak is een periodieke vordering in de zin van artikel 3:308 BW en verjaart door verloop van vijf jaren na aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Het uitvoeringsreglement bevat een termijn voor nakoming. Artikel 26
Procesrecht. Vernietiging meerpartijenovereenkomst. Verjaring. Is verjaring gestuit door mediation? Wet implementatie richtlijn nr. 2008/52/EG betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken; ambtshalve toepassing (art. 25 Rv). Niet-ontvanke
Verbintenissenrecht; verjaring. Vordering op rechtspersoon die na faillietverklaring door insolventie is ontbonden en vervolgens is opgehouden te bestaan (art. 2:19 lid 1, onder c, en lid 6 BW), terwijl de mogelijkheid bestaat dat de vereffening in faillissement wordt heropend (a
Dwaling; misbruik van omstandigheden; verjaring
Verjaring van rechtsvordering tot vergoeding van schade van vennootschapscrediteur jegens vennoten in privé.
Merkenrecht; vervolg op HR 5 april 2002, nr. C00/197, NJ 2003, 356 en HR 15 april 2005, nr. C03/230, NJ 2006, 55. Vaststellingsovereenkomst in strijd met art. 3:322 lid 3 BW?; afstand van recht op executie van – door overtreding van verbod tot merkinbreuk – verbeurde dwangsommen
Aansprakelijkheidsrecht; bevoegdheidsperikelen. Schadevordering van voormalige werkgever tegen oud-bestuurders/werknemers die op staande voet waren ontslagen wegens in dienstverband gepleegde strafbare feiten; samenloop, vraag of art. 2:9 en 7:661 BW in de weg staan aan toewijzin
Conservatoir beslag op registergoed gevolgd door eis in de hoofdzaak; verval van het beslag doordat in hoger beroep nog slechts een declaratoir wordt gevorderd?; verdeling na executie door hypotheekhouder (art. 3:270 BW); rangregeling en renvooiprocedure; inmiddels verjaarde vord
Onrechtmatige daad. Verjaring; art. 3:310 BW. Rechter heeft procedure aangespannen tegen advocaat wegens uitlating advocaat in interview dat die rechter met advocaten belde over een zaak. Na royement van die procedure vordert advocaat schadevergoeding van rechter op de grond dat
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Verjaring. Procesrecht. Overeenkomst totstandbrenging onroerendgoedproject. Tekortkoming in de nakoming van een toezegging tot aanbieding van een soortgelijk project? Opeisbaarheid. Art. 3:307 lid 1 of lid 2 BW? Gedekt verweer in appel?
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Arbeidsovereenkomst met statutair bestuurder; overeenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd? Geëindigd door opzegging? Aanvulling rechtsgronden? Weging gevolgen van het ontslag.
14 mei 2004 Eerste Kamer Nr. C02/258 HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. N.V. INTERPOLIS SCHADE, gevestigd te Tilburg, 2. [Eiseres 2], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERESSEN tot cassatie, advocaat: mr. G. Snijders, t e g e n [Verweerster], gevestig
Eindvonnis. Verklaring voor recht dat het Land onrechtmatig handelt door geen of onvoldoende maatregelen te hebben genomen en te nemen tegen de door de RWZI veroorzaakte hinder/overlast in de vorm van stank en vliegen aan [RESORT]. Veroordeling van het Land om aan [RESORT] de doo
civiel - schadevaring - verjaring - “schuld van het schip
Toewijzing verzoek dwangakkoord. Verjaring werkt niet van rechtswege. Verzoeker heeft jegens geen van zijn schuldeisers op mogelijke verjaring beroepen. Hij is daartoe evenmin gehouden. Dat betekent dat alle verbintenissen in de door verzoeker opgegeven schuldenlast rechtens nog
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht; huurrecht. Uitleg van art. 6:265 lid 1 BW. Voorwaarden voor ontbinding van wederkerige overeenkomst. Verhouding tussen hoofdregel en tenzij-bepaling. Rechtspraak Hoge Raad. Gelden bijzondere eisen voor ontbinding van een huu
Appelprocesrecht. Nieuw verweer in memorie van antwoord; had wederpartij daarop moeten reageren in haar memorie van antwoord in incidenteel beroep? Zelfstandige positie incidenteel beroep. Uitzonderingen op tweeconclusieregel; ondubbelzinnige toestemming.
Verkrijgende verjaring. Geen bezit te goeder trouw (art. 3:99 BW). Art 3: 105 lid 1 BW ambtshalve toepassen? Artikel 3:322 lid 1 BW, dat bepaalt dat de rechter het middel van verjaring niet ambtshalve mag toepassen, heeft geen betrekking op de verkrijgende verjaring maar alleen o
Contractenrecht. Overeenkomsten gesloten door onder bewind gestelde. Bewindvoerders vorderen vernietiging op grond van misbruik van omstandigheden. Art. 3:44 lid 4 BW. Kenbaarheid abnormale geestestoestand.
Aansprakelijkheid Congregatie van de Priesters van het Heilige Hart van Jezus ex artikel 6:170 en 6:162 BW voor de gevolgen van mishandelingen door Congregatieleden gedurende verblijf op het jongensinternaat Huize Sint Joseph in de periode 1964-1970? Vordering verjaard op grond v
Verjaring dwangsommen. Vraag of afspraak dat niet zal worden geëxecuteerd tijdens appelprocedure ook betekent dat de dwangsommen niet verjaren. Het hof beantwoordt die vraag, na uitleg van de tussen partijen gemaakte afspraak, ontkennend.