Hoger beroep door partij die door rechtbank niet als tussenkomende partij is toegelaten. Verjaring van vordering. Namens welke partij zijn stuitingshandelingen verricht. Erkenning. Cessie van vordering. Hoger beroep tegen medestander in eerste aanleg in verband met proceskostenve
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:318 BW
Genoemd in 307 uitspraken · Officiële wettekst
307 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Verjaring van bevoegdheid tot executeren van een rechterlijke beslissing (3:324 BW) van vonnis uit 1988 is nog niet verjaard, voor zover het gaat om executie van de hoofdsom. Voor de (bij het vonnis opgelegde) wettelijke rente geldt een verkorte verjaringstermijn van vijf jaar, h
art. 3:301 BW en art. 3:300 BW; Toepasselijkheid art. 3:301 lid 2 BW bij veroordeling tot medewerking aan vestiging erfdienstbaarheid en een uitspraak op de voet van art. 3:300 lid 1?
Hoofdzaak. Vordering tot betaling op basis van huurkoopovereenkomst verjaard (artt. 3:307, 3:310 BW). Geen stuiting op grond van art. 3:317 lid 1 BW (ontvangst brief) of art. 3:318 BW (erkenning door inlevering auto bij garage). Nieuwe grondslag.
Artikel 3:310 lid 1 BW. Verjaring van vordering tot vergoeding van schade. Verjaringstermijn begon te lopen vanaf het moment van bekend worden met het rapport over de oorzaken van de instorting. De overwegingen en conclusies in dit rapport gaven een serieuze aanwijzing dat (ook)
Toewijzing van de gevorderde verklaring voor recht van eisers 1 tot en met 3 in conventie dat zij door verkrijgende verjaring ex. artikel 3:105 BW eigenaar zijn geworden van een perceel bestaande uit grond en water. Stelling van gedaagden in conventie dat het gebruik van het perc
Betreft de invordering van verbeurde dwangsommen. Partijen hebben een betalingsregeling afgesproken. Elke betaling moet worden aangemerkt als een erkenning van de rechtsvordering als bedoeld in art. 3: 318 BW. Derhalve is de vordering niet verjaard.
Verbintenissenrecht. Afgewezen vordering tot levering van aandelen wegens gegrond beroep op bevrijdende verjaring (3:307 lid 1 BW), geen derogerende werking van redelijkheid en billijkheid (81 RO).
Het hof verwijst naar zijn tussenarrest van 23 mei 2006 (verder ook: het tussenarrest. [Zie LJN AY 5110]). Ingevolge dat tussenarrest heeft op 18 augustus 2006 een comparitie van partijen plaatsgevonden. [..] Thans gaat het hof in op de factoren die hebben bijgedragen tot de slui
[appellant], geboren [datum 1], stelt dat zijn twaalf jaar oudere broer [geïntimeerde] hem in de periode van 1977/1978 tot en met zomer 1982 seksueel heeft misbruikt. [geïntimeerde] ontkent het gestelde misbruik en beroept zich op de verjaring van de vordering van [appellant]. In
14 mei 2004 Eerste Kamer Nr. C02/258 HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. N.V. INTERPOLIS SCHADE, gevestigd te Tilburg, 2. [Eiseres 2], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERESSEN tot cassatie, advocaat: mr. G. Snijders, t e g e n [Verweerster], gevestig
-
De zaak gaat over een overeenkomst die op 12 november 2008 door eiseres met de gedaagde partij is gesloten. In die overeenkomst heeft de gedaagde partij op zich genomen om uiterlijk op 21 november 2008 een bedrag van USD 4.070.203,- aan eiseres te voldoen. Van dat bedrag is USD 3
is bestuurder en 70% aandeelhouder van. houdt de andere 30% aandelen. heeft aan geld geleend, dat grotendeels niet is terugbetaald. Vordering tot terugbetaling openstaande hoofdsom is niet verjaard door stuiting.
kopje volgt
Eiseres heeft goederen vervoerd voor gedaagde en wil daarvoor worden betaald. Een groot deel van de vorderingen was al verjaard op het moment dat eiseres voor het eerst de verjaring heeft gestuit. Artikel 32 lid 2 CMR staat niet aan de weg aan het herhaalde beroep van eiseres op
Beroepsaansprakelijkheid advocaat, artikel 7:401 BW. Geen beroepsfout dat verjaringsverweer niet is gevoerd; vordering was niet verjaard. Verjaring bij termijnbetaling, artikel 3:318 BW, houdt betaling erkenning in? Ontvangst stuitingsbrief. Schending waarheidsplicht, artikel 21
Arbeid, Verjaring en rechtsverwerking, actuaris aanwijzen , Bindende pensioentoezegging of niet.
Aannemingsovereenkomst-erfgenamen-verjaring.
Sint Maarten. Vordering bewakingsdiensten. Ongerechtvaardigde verrijking. Gedeeltelijke verjaring. Vrijwaringszaak tegen het Land Sint Maarten: hoewel appellant het Land niet als partij in het hoger beroep heeft betrokken (geen vermelding in de akte van appel, geen vernietiging g
Art. 53 en 29 Fw; art. 3:184 lid 2 BW. Verrekening vordering franchisenemers met gecedeerde vorderingen van gefailleerde franchisegever. Beoordeling gegrondheid te verrekenen tegenvordering in procedure tussen franchisenemer en cessionaris, ondanks toewijzend vonnis en schorsing
Consument vordert verklaring voor recht dat vordering van bank uit hoofde van kredietovereenkomst is verjaard. Vaststelling dat sprake is van een kredietovereenkomst. Door doen van betalingen en vragen om bevriezing door hulpverlener is sprake van erkenning. Vordering bank is nie
Arbeidsrecht. Werknemer is in dienst getreden bij werkgever. Na 2 jaar is hij op verzoek van de werkgever bij een zustervennootschap in de VS gaan werken. Bijna twintig jaar later is hij teruggekeerd naar Nederland om daar zijn werkzaamheden voort te zetten. Partijen twisten over
Curaçao. Pensioenregeling directeur bankinstelling.
Erfrecht. Recht uit vaststellingsovereenkomst (ter afwikkeling van schade) en nadere overeenkomst gelegateerd. Verjaringsverweer; artikel 3:307 lid 1 BW van toepassing op vaststellingsovereenkomst, niet artikel 3:310 BW. Voordat vaststellingsovereenkomst is verjaard is een nadere