Aansprakelijkheid voor schade ten gevolge van bodemverontreiniging onder bedrijfspand. Eiswijziging toegestaan. Verjaring vordering.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:316 BW
Genoemd in 701 uitspraken · Officiële wettekst
701 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 28 · live
Rechtmatige overheidsdaad; algehele schadevergoeding voor getroffene. Eind oktober 1998 is in grote delen van de Provincie Groningen als gevolg van hevige regenval ernstige wateroverlast ontstaan.Ter voorkoming van overstromingen elders heeft een crisisberaad, waarin vertegenwoor
Letselschade na verkeersongeval. Vraag of vordering is verjaard. Geen stuiting door aanvragen van gezamenlijke medische expertise. Onderhandelingen. Beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
De overgangsbepaling van artikel VII van de Wet van 6 december 2001, Stb. 580 tot herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg, luidt als volgt: "1. Ten aanzien van de verdere behandeling door een kantongerecht,
Verjaring. Het aanhangig maken van de procedure door de curatrice van Reijnders tegen Fräser heeft in beginsel slechts de stuiting van de eigen vordering van Reijnders tegen Fräser tot gevolg en niet ook de stuiting van de vordering van Reijnders Groothandel tegen Fräser.
Onrechtmatige overheidsdaad (CBB geen "independent tribunal" als bedoeld in art. 6 EVRM), besluit CBB tot verwerping van het beroep van een melkveehouder tegen het besluit van de minister tot afwijzing van diens aanvrage tot toekenning van extra melkquotum op de voet van art. 11
12 augustus 2005 Eerste Kamer Nr. C03/316HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, incidenteel verweerder, advocaat: mr. J. Groen, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, incid
De vordering van de curator betreft de nakoming van een in 1992 gesloten overeenkomst van geldlening. Verjaring?
Gezag van gewijsde. Afstand van recht. Omdat reeds door de kantonrechter en in hoger beroep door de rechtbank definitief was beslist op de aansprakelijkheid en de ingestelde schadevordering, wordt eiseres niet ontvankelijk verklaard in een nieuwe bij de rechtbank aanhangig gemaak
15 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/044HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: voorheen mr. A.G. Castermans, thans mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai, t e g e n UNIDEK VOLUMEBOUW B.V., gevestigd te Gemert, geme
Executiegeschil. Verjaring verbeurte dwangsommen.
Verzekeringsrecht Opzetclausule Artikel 283 WvK Artikel 3:40 BW
Gerechtshof 's-Hertogenbosch erkent auteursrechtelijke bescherming reukstof. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft geoordeeld dat de reukstof, dat wil zeggen de stof die zich bevindt in de flesjes parfum die door Lancome onder haar merk Tresor op de markt brengt, voor auteursrec
Art. 3:200 BW. De verjaringstermijn tot vernietiging van een verdeling kan alleen worden gestuit door het tijdig indienen van een rechtsvordering dan wel een schriftelijke aanmaning of een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming v
Verjaring is voltooid met betrekking tot bomen die binnen de wettelijke afstand van de erfgrens staan. De brief van de advocaat van eiseres heeft niet geleid tot stuiting omdat die niet binnen een half jaar nadien door een stuitingshandeling is gevolgd (art. 3:316 BW jo 3:317 lid
3 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/294HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/ ONDERNEMINGEN ALMELO, kantoorhoudende te Almelo, EISER tot cassatie, advocaat: mr. M.J. Schenck, t e g e n [Verweerster], gevestigd te [vestigin
Beroepsaansprakelijkheid advocaat verjaring AMEV heeft onweersproken gesteld dat bij een contractuele relatie tussen verzekeraar en de verzekerde (ook bij een beroepsaansprakelijkheidsverzekering) de verjaring moet worden beoordeeld aan de hand van de maatstaf die is neergelegd i
-
-
-
-
Met [appellant] is het hof van oordeel dat de bewijslast van de inhoud van de aannemingsovereenkomst op BVR rust. Het hof sluit zich geheel aan bij en neemt over de overwegingen die de rechtbank in de zaak met rolnummer 988/92 heeft gewijd aan deze kwestie (6.2. t/m 6.2.7.). Deze
-
-
-