Goederenrecht, verjaring. Eigendomsverkrijging van perceel grond door bezitter te kwader trouw ingevolge verjaring; art. 3:105 lid 1 en 3:314 lid 2 BW. Objectieve maatstaf, kenbaarheid, ondubbelzinnigheid. Kenbaarheid van het bezit indien het perceel moeilijk begaanbaar of moeili
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:314 BW
Genoemd in 469 uitspraken · Officiële wettekst
469 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vordering tot ontruiming strook grond. Verkrijging door verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit, art. 3:105 BW. Interversieverbod, art. 3:111 BW. Aanvang verjaringstermijn, art. 3:314 lid 2 BW.
Goederenrecht. Verkrijging eigendom strook grond door bezitter niet te goeder trouw op grond van verjaring (art. 3:105 BW jo. art. 3:314 lid 2 BW en art. 3:306 BW). Onrechtmatige daad jegens voormalige eigenaar; vordering tot schadevergoeding in natura door levering strook grond
Arubaanse zaak; gebruik strand; verjaring ex art. 3:105 jo 3:306 BWA; bezit van openbare overheidsgrond?; uiterlijke feiten (art. 3:108 BWA); verenigbaarheid van gebruik met houderschap voor de overheid
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van overpad (over steegje buurperceel). Verkrijging door verjaring op grond van art. 3:105 BW in verbinding met art. 3:306 BW? Bezit? Bezitsdaden? Behelst art. 3:119 lid 2 BW een uitzondering op art. 3:109 BW?
pensioenrecht; nabestaandenpensioen; opbouw of risico? ; wijziging pensioenreglementen; welbewuste instemming; verjaring
Erfdienstbaarheid. Verjaring van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit. Bezit. Kwalitatief recht.
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Extinctieve verjaring; art. 3:105, 306 BW. Bezitsvereiste
Goederenrecht. Bezit strook grond. Extinctieve verjaring van revindicatie, art. 3:105 BW. Feitelijke machtsuitoefening; verkeersopvatting en uiterlijke feiten (art. 3:108 en 3:113 BW).
Vermogensrecht. Voor verjaring vereist bezit. Heeft het hof ten aanzien van betwisting van bezit terecht een verzwaarde motiveringsplicht aangenomen?
Verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW); bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW); aparte maatstaf voor inbezitneming van publieke grond?; Heusdense vordering
Caribische zaak; verjaring ex art. 3:105 BW Sint Maarten; maatstaf inbezitneming (art. 3:113 lid 2 BWSM); posterieure omstandigheden; niet waarneembare intenties houder; grenzen rechtsstrijd
toepassing van HR 24-02-17, ECLI:HR:2017:309, overdracht stuk grond door verkrijger krachtens bevrijdende verjaring aan gedepossedeerde; uitleg formulering “wetende dat grond aan een ander toebehoorde toen hij in bezit nam”
Gemeente vordert verwijdering woonark uit openbaar vaarwater dat eigendom is van de gemeente. In dit geval sprake van misbruik van haar privaatrechtelijke bevoegdheid.
Deskundigenkosten ten behoeve van partijdeskundigenrapport (door de oorspronkelijke gedaagde in conventie/eiser in reconventie gemaakt) vallen niet onder art. 6:96 lid 2 sub b BW (indien daarnaast geen – andere - wettelijke verplichting tot schadevergoeding bestaat) en evenmin on
Goederenrecht, verjaring. Eigendomsverkrijging van perceel grond door bezitter te kwader trouw ingevolge verjaring; art. 3:105 lid 1 en 3:314 lid 2 BW. Objectieve maatstaf, kenbaarheid, ondubbelzinnigheid. Kenbaarheid van het bezit indien het perceel moeilijk begaanbaar of moeili
Goederenrecht. Naar verkeersopvatting geen sprake van inbezitneming of een voltooide verkrijgende verjaring met betrekking tot een perceel grond; voor inbezitneming is vereist dat de machtsuitoefening door de inbezitnemer dusdanig is dat zij het bezit van de oorspronkelijke bezit
Vermogenrecht. Goederenrecht. Extinctieve verjaring. Bezit. Art. 3:105, art. 3:108-114 BW. Stelplicht- en bewijslastverdeling. Art. 150 Rv. Eisers vorderen o.m. verklaring voor recht dat zij door verjaring eigenaren zijn geworden van een perceel grond. Rechtbank en hof wijzen vor
Rederij Lovers is niet door zogenoemde verkrijgende verjaring de rechthebbende geworden van een steiger in het Open Havenfront voor het Centraal Station van Amsterdam.
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van weg; vestiging; verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW); bewijs. Buurweg; art. 719 (oud) BW; beperkende werking redelijkheid en billijkheid; misbruik van bevoegdheid. Aanvullende grief; tweeconclusieregel.
Arubaanse zaak. Erfrecht. Verdeling nalatenschap; beroep op opzettelijke verzwijging van tot huwelijksgemeenschap behorende goederen (art. 4:1090 BW Aruba; vgl. art. 4:1110 BW (oud)); ontslag erfgenaam als executeur-testamentair.
Bevrijdende of verkrijgende verjaring met betrekking tot strook grond van gemeente? Geen bezit, geen sprake van verjaring.
beroep op verjaring ex artikel 3:105 BW met betrekking tot strook grond van de gemeente, grenzend aan de eigen tuin; verweer wordt verworpen, verkeersopvattingen
Verkrijgende verjaring en bevrijdende verjaring erfdienstbaarheid. Omvang erfdienstbaarheid. Goede trouw.
Vermogensrecht. Bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW). Eigendom steiger in openbaar vaarwater; bezit verkregen door inbezitneming (art. 3:113 lid 2 BW)?; interversie van houderschap (art. 3:111 BW)?; maatstaf; verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit (art. 3:314 lid 2 BW)