Partijen in deze zaak zijn buren. Zij bewonen ieder een gedeelte van een zogenaamde carréboerderij en hebben een geschil over een strook grond die langs een van de muren van de binnenplaats loopt, alsmede over de ramen die in de muren boven die strook zitten.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:306 BW
Genoemd in 924 uitspraken · Officiële wettekst
924 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 37 · live
Aanleiding terug te komen op het oordeel in het tussenvonnis dat hier de twintigjarige verjaringstermijn van artikel 3:306 BW geldt, nu nadien door de Hoge Raad in het arrest van 4 juni 2004, JOR 2004, 220 is beslist dat uit de parlementaire geschiedenis moet worden afgeleid dat
Onrechtmatige overheidsdaad (CBB geen "independent tribunal" als bedoeld in art. 6 EVRM), besluit CBB tot verwerping van het beroep van een melkveehouder tegen het besluit van de minister tot afwijzing van diens aanvrage tot toekenning van extra melkquotum op de voet van art. 11
De inspecteur heeft terecht met een beroep op de foutenleer de aangegeven winst gecorrigeerd met een bedrag betreffende een door belanghebbende gepassiveerde omzetbelastingschuld welke schuld door de ontvanger oninbaar was geleden.
Door bevrijdende verjaring is door de gebruiker eigendom verkregen van twee percelen. Vordering van de gemeente tot ontruiming van deze percelen afgewezen.
Burenrecht. Erfdienstbaarheid. Bevrijdende en verkrijgende verjaring met betrekking tot bomen binnen twee meter van de erfafscheiding.
In deze zaak draait het om de vraag waar de grens tussen de erven van eiseres en gedaagde 1 c.s. ligt. Verjaring?
Geschil tussen buren. Geïntimeerde heeft door verjaring een erfdienstbaarheid verkregen, te weten dat ramen in een zijmuur van de op zijn perceel staande bedrijfshal moeten kunnen worden geopend. Daarnaast heeft het hof een deskundigenbericht gelast teneinde de erfscheiding tusse
(1) te verklaren voor recht dat ingevolge de extinctieve verjaring ex artikel 3:105 BW Van den Boomgaard eigenaar geworden is van de uitweg van de openbare weg. (2) te verklaren voor recht dat ingevolge extinctieve verjaring ex artikel 3:105 BW Van den Boomgaard eigenaar is van h
Burenrecht; Erfdienstbaarheid.
Het bestreden besluit ziet op de definitieve vaststelling van de hoogte van de op grond van artikel 24, eerste lid, sub a, Abw in de vorm van een geldlening verstrekte bijstand. De vordering die verweerder op eiseres heeft is niet verjaard. Van toepassing is artikel 3:307, tweede
Vraag of een strook grond door verkrijgende of extinctieve verjaring in eigendom is verkregen.
4 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C02/314HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, incidenteel verweerster, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n DE GEMEENTE HEERLEN, zetelende te Heerlen, VERWEERSTER in cassati
31 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C01/252HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser 1], 2. [eiseres 2], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. T.H. Tanja-van den Broek, t e g e n 1, [verweerder 1], 2. [verweerster 2], beiden wo
Kadaster, eigendom na verjaring.
17 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/158HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], handelende als opvolger van [betrokkene 1], in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Milieu Management Diensten B.V., wonende te [woonplaats], EISER tot ca
Appellant heeft uitdrukkelijk getuigenbewijs aangeboden. Het hof zal hem toelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat de kwijtschelding in de notariële akte van 19 december 1979 van het bedrag van f. 16.000,- niet kan worden aangemerkt
[appellante] en [geïntimeerde] zijn buren, woonachtig aan respectievelijk [adres appellante] en [adres geintimeerde] te [woonplaats]. In 2001 heeft [geïntimeerde] schuin aan de voorgevel van zijn woning een poort gebouwd, met een hoogte van 2.40 meter. Vanuit haar woonkamer heeft
-
-
-
-
-
-
-