WSNP. Procesrecht; verzoek ex art. 358a F.; proceskostenveroordeling mogelijk ondanks uitsluiting toepasselijkheid derde titel Rv. in art. 362 F.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:306 BW
Genoemd in 924 uitspraken · Officiële wettekst
924 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 36 · live
Bevrijdende verjaring. Bezit of houderschap. Artikelen 3:105 lid 1 en 3:107 e.v. BW.
Vordering tot nietigverklaring dan wel wijziging van bedingen in een akte van erfpacht, verjaring, Art. 3:306 BW, art. 5:97 lid 1 BW In erfpachtakten, gesloten tot 1973 tussen de gemeente (gedaagde) en diverse woningcorporaties (eisers), is grond om niet in erfpacht uitgegeven aa
1. Erfdienstbaarheid van overpad. Niet zozeer staat het belang voorop van het gebruik van de deuren in het pand van eisers die uitkomen op de doorgang met poort op het erf van gedaagde, maar de mogelijkheid om door het betreden van het (lijdend) erf van gedaagde de openbare weg t
Verjaring.
Erfdienstbaarheid ontstaan door verjaring? Voortdurende erfdienstbaarheid? Aanvang verjaringstermijn. Overgangsrecht.
Als er een toezegging is gedaan, is het waterschap daar dan aan gebonden.
Burengeschil. Vordering tot snoeien tot een hoogte van twee meter van een ruim 60 jaar oude esdoorn van twaalf meter hoog in achtertuin. Uitsluitend toegewezen ten aanzien van snoeien van overhangende takken boven de tuin van de buurman. Vordering tot herhaling snoeien eenmaal p
De gemeente voert bij haar memorie na verwijzing als disculperende, tot derogerende werking leidende omstandigheid aan dat zij naar eerst achteraf blijkt ten onrechte is uitgegaan van een verjaringstermijn van 20 jaren, dus tot 9 december 2006, en dat de Hoge Raad pas bij zijn ar
Verkrijging van een stuk grond door middel van extinctieve verjaring.
Eigendomsverkrijging door verkrijgende of extinctieve verjaring. Partijen twisten over het antwoord op de vraag of eisers door verjaring eigenaar zijn geworden van de in het geschil zijnde stuk grond dat kadastraal gezien behoort tot het perceel van gedaagde. De voorzieningenrech
Erfdienstbaarheid van weg. Ontstaan door vestiging of door verjaring. Opheffing. Wijziging.
Erfdienstbaarheid van weg; verjaring.
Het hof verenigt zich met het oordeel van de rechtbank in het vonnis van 14 januari 2004 onder 3.3 dat [appellant] als eigenaar op grond van artikel 3 lid 4 van de algemene voorwaarden verplicht is zich te onthouden van het hebben van bomen die op enig moment wat betreft de hoogt
De vraag die in dit kort geding aan de orde is, is of er aanleiding bestaat de bewaarder van het kadaster te bevelen de inschrijving in de openbare registers alsnog te verrichten (zie artikel 3:20 lid 2 BW). Hierbij is van belang dat inschrijving in de openbare registers primair
Op zich zelf blijkt uit de overgelegde foto, die dateert uit 2004, voldoende dat de grond opzij van de opstal van KR Beheer alleen voor de eigenaar van perceel 1515 toegankelijk was, zodat deze naar verkeersopvattingen als bezitter heeft te gelden. Wil een beroep op verjaring kun
[geïntimeerde] heeft zijn vorderingen gegrond op de stelling dat hij de beide percelen sedert [datum 1] in zijn bezit heeft en dat voor hem zijn ouders het bezit hadden. De ouders van [geïntimeerde] waren eigenaar van de woning en het perceel aan [adres 1], terwijl dit perceel on
Arrest van het hof nadat de zaak naar de rol is verwezen bij arrest van 25 juli 2006 om [A.] in de gelegenheid te stellen om meer inzicht te verschaffen over de feitelijke gevolgen van het verbod, inhoudende bedrijfsstaking op het perceel, voor de werkgelegenheid en de stand van
Verkrijgende + bevrijdende verjaring t.a.v. strook water. Verjaring m.b.t. recht van erfdienstbaarheid. Oud + nieuw recht.
Revindicatie van perceel grond. Gedaagden stellen de stukken grond te hebben verkregen door extinctieve verjaring. Alleen in geval sprake is van bezit, kunnen gedaagden de grond hebben verkregen door middel van extinctieve verjaring. Of sprake is van bezit, moet aan de maatstaf v
Extinctieve verjaring ex artikel 3:105 jo 3:306 BW vereist een aaneengesloten bezit van 20 jaar door de bezitter. Ingevolge artikel 3:314 lid 2 BW begint de termijn van verjaring van een rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit van een niet-rechthebbende met de aa
De door [gedaagde2] dan wel [gedaagde3] aan het door hen gehuurde pand aangebrachte installaties maken inbreuk op het eigendomsrecht van [eiseres] ter zake van de tussen haar woning en het door [gedaagde2] en [gedaagde3] gehuurde pand gelegen steeg. [eiseres] ondervindt van die i
Huwelijkse voorwaarden: beroep op dwaling bij tot standkoming is verjaard. Inhoud verrekenbeding vastgesteld met behulp van Haviltex
Artikel 3:105 BW juncto artikel 95 Overgangswet NBW. Verkrijging van erfdienstbaarheid door bevrijdende verjaring, zoals geregeld in art. 3:105 BW, kan, in verband met de verjaringstermijn van twintig jaren (art. 3:306 BW), niet voor 1 januari 2012 plaatsvinden.
Eisers stellen zich terecht op het standpunt dat zij sinds 1 januari 1993 op de voet van artikel 3:105 lid 1 BW juncto 3:306 BW en artikel 73 Overgangswet eigenaar zijn van de in geschil zijnde strook grond. Waar gedaagde betoogt dat de vordering van eisers op haar beurt zou zijn