extinctieve verjaring artikel 3:105 BW, Overgangswet Nieuw BW, bekendheid eigenaar met inbezitneming.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:306 BW
Genoemd in 924 uitspraken · Officiële wettekst
924 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 27 · live
Bewijsopdracht. Gedaagde mag bewijzen dat zij gedurende twintig jaren anders kan krachtens een overeenkomst of gedogen een strookje grond heeft gebruikt.
burenrecht; overhangende takken; artikel 5:44 BW; erfdienstbaarheid die verplicht om overhangende takken te dulden; positie van de niet-eigenaar in het kader van artikel 5:44 BW; voorwaarden voor een geslaagd beroep op het wegsnijrecht; relevantie van de periode waarin mag word
Beperkte rechten. Geen inbezitneming van erfdienstbaarheid. Partijen zijn ieder eigenaar van 2 naast elkaar gelegen winkelpanden in de Vijzelstraat in Arnhem. Op de bovenverdieping is in het verleden een doorgang gemaakt van nr. 14 naar nr. 15 in verband met het samentrekken van
gemeentegrond. geen verkrijgende verjaring. geen verkrijging door extinctieve verjaring: aanbrengen eenvormige bestrating en afgekaderde groenperkjes niet ongebruikelijk op gemeentegrond en wordt gedoogd. Geen bedreiging eigendomsrecht.
erfdienstbaarheid, houderschap
Burengeschil. Vordering tot verwijdering van leibomen op grond van artikel 5:42 BW en artikel 5:37 jo. 6:162 BW (onrechtmatige hinder). Beroep op ontbreken belang, misbruik van bevoegdheid, rechtsverwerking en verjaring verworpen. Geen onrechtmatige hinder. Bewijsopdracht gedaagd
Burengeschil inzake een erfgrens. Vordering van eisers toegewezen ex artikel 3:105 BW (verkrijgende verjaring)
Ondergrondse leidingen. Horizontale natrekking.
Gebruik van gemeentegrond na gesprek met opstaller. Geen bezit maar houderschap. Geen verkrijging door verjaring.
Artt. 3:105 lid 1, 107, 108, 114 en 306 BW; 5:57 lid 1 BW. Kort geding. Erfdienstbaarheid; bevrijdende verjaring; noodweg.
Verjaring van vordering tot vernietiging koopovereenkomst (art. 3:34 BW)? Betekenis van ‘onbekwaamheid’ in art. 3:52 lid 1, onder a, BW. Bekrachtiging overeenkomst die is aangegaan in strijd met verbod van ‘Selbsteintritt’ (art. 3:68).
artikel 5:42 BW; schade aan terras als gevolg van onder de erfgrens doorschietende wortels
Civiel. Kosteloos procederen. Eigendom. Bezit. Verkrijgende verjaring.
Erfrecht. Verjaring van vordering kindsdeel (OBV).
Geschil over gesloopte bebouwing op perceel grond. Is de bebouwing bestandeel geworden van het pand (3:4 lid 1 en 2 BW). Verkrijgende verjaring perceel grond en daardoor ook van de bebouwing?
Door landaanwinning ontstane gronden. Verkrijgende verjaring. Bezit. Erfpacht.
verkrijgende verjaring 3:99 lid 1 BW / eigendomsverkrijging door bevrijdende verjaring 3:105 lid 1 BW. Rechtsvordering tot opheffen van een onrechtmatige toestand 3:314 lid 1 BW jo 3:306 BW, echter leerstuk overhangende beplanting 5:44 BW van toepassing
Afwijzing van vordering tot verklaring voor recht dat perceel belast is met een erfdienstbaarheid van overpad. Er is geen sprake van bestendig gebruik van uitrit en eventuele verjaringstermijn van twintig jaren is voortijdig afgebroken, althans is niet voldaan aan het vereiste be
Geschil tussen buren over erfdienstbaarheid van overpad. De termijn van verjaring is niet in discussie. De vraag is of het gebruik van het pad kan worden aangemerkt als het bezit van een erfdienstbaarheid. De voorgangers van eisers hebben de mogelijkheid het pad te betreden nooit
Appel van ECLI:NL:RBNHO:2014:5387. Bezit van steeg? Bekrachtiging.
Verordening (EEG) Nr. 1101/89; Wet structurele sanering binnenvaart; incassering door Staat van speciale bijdrage, opgelegd wegens ingebruikname (vergroot) schip. Formele rechtskracht. Verjaring. Stuiting. Wettelijke rente.
Kortgeding. Bij tuin gebroken strook grond. Anders dan de eerste rechter oordeelde, kan verjaring bedoeld in art. 3:105 BW niet zijn voltooid en is bovendien bezit onvoldoende gesteld.
verplichte deelname bedrijfstakregelingen, werkingssfeeronderzoek, strekking art. 220 Rv.
Gedaagde is op grond van extinctieve verjaring eigenaar geworden van een strook grond.