burenzaak; uitleg erfdienstbaarheid van uitweg/overpad, verkrijging van erfdienstbaarheid door verjaring, buurweg, redelijkheid en billijkheid, misbruik van recht.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:306 BW
Genoemd in 924 uitspraken · Officiële wettekst
924 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 26 · live
Langdurig onverdeelde gebleven boedel. Algehele gezichtspunten.
Verjaringsvraagstuk. Heeft eiser door verkrijgende of bevrijdende verjaring de eigendom van een strook grond verkregen ?
Extinctieve verjaring. Door de Gemeente gedoogd gebruik van strook grond? Belang van rechtszekerheid.
erfdienstbaarheid; verjaring; oud recht, buurweg
Eigendomsverkrijging stuk grond door verjaring (artikel 3:105 BW). Geen onrechtmatige daad van gedaagde (verkrijger van de grond) tegenover eiseres, omdat eiseres eerst na de verjaring eigenaar is geworden van haar perceel. Zij is dus nooit eigenaar geweest van het litigieuze stu
“Geldigheid verhuurbeding op vakantiepark. Verjaring en verplicht lidmaatschap VvE. Wijziging van de akte op de voet van artikel 6:259 BW.”
Verkrijgende/bevrijdende verjaring perceel grond.
Onrechtmatige daad gemeente door verwijderen kiosk (friteskraam). Geen verkrijgende verjaring: geen bezit door verhuur van kiosk. Kiosk is geen onroerende zaak. Geen natrekking door gemeente.
Verkrijgende verjaring, bezit, economische eigendomsoverdracht, inbezitneming, misbruik van recht.Ter beantwoording ligt voor of de eigenaren (voorheen economisch eigenaren) van een hotel door verjaring de eigendom van een stuk gemeentegrond onder hun hotelserre hebben verkregen.
Recht van opstal door verjaring van elektriciteitshuisje? Geen bruikleenovereenkomst. Bewijsopdracht.
Eiser vordert een verklaring voor recht dat hij eigenaar is van bepaalde percelen grond. Verjaring. (Criterium voor) inbezitneming: HR 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2743. Artt. 3:105 lid 1 BW, 3:306 BW, 3:314 lid 2 BW, 3:108 BW.
Er is geen sprake geweest van inbezitneming van een strook grond. Het beroep op verjaring van de rechtsvordering tot beëindiging van het bezit en de claim eigenaar te zijn geworden van de strook grond kunnen dan ook niet slagen.
Burengeschil. Uitleg erfdienstbaarheid, doorgang in erfafscheiding, onderhoud, hinder, plaatsing beveiligingscamera.
buurweg? of erfdienstbaarheid van weg? Afspraak tot overpad en art. 6:249 BW
De buurvrouw mag niet langer over het terrein van de buren lopen. En de deur naar het terrein van de buren moet worden dichtgemetseld. De buurvrouw kan namelijk niet bewijzen dat zij sinds lange tijd over het terrein van haar buren naar een gemeenschappelijke tuin loopt.
Verjaring; bezit of houderschap van een zolder in een appartementencomplex; heeft eiser de feitelijke macht voor zichzelf uitgeoefend?
Uitweg afgesloten door buurman. Onvoldoende gebleken dat een erfdienstbaarheid is gevestigd. Erfdienstbaarheid van weg verkregen door verjaring van 1992 tot 2012? Contact tussen de buren over gebruik, onderhoud, snoeien en afsluiting verhindert aannemen van bezit. Ook geen buurwe
Afwijzing verklaring voor recht, omdat een verklaring voor recht als instrument niet ten doel kan hebben de nakoming van een overeenkomst te bewerkstelligen.
Burengeschil. Vaststelling erfafscheiding. Gebouw ten dele op erf ander. Verjaring. Verkoop of vestiging erfrecht (art. 5:54 BW). Belangenafweging.
Goederenrecht. Verkrijgende verjaring van strook grond. Art. 3:107, 108 en 113 lid 2 BW. Verschaffing (voortgezet) bezit door rechtsvoorganger? Vereiste bezitsdaden voor inbezitneming.
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Is gebruiker van perceel eigenaar geworden door verjaring? Art. 3:107-108 BW.
Burengeschil. In geschil is (in conventie) de locatie van de erfgrens en de inbezitname van (een deel van) het buurperceel. Het verjaringsverweer slaagt niet. Dit leidt ertoe dat de vordering tot de beëindiging van de bezitneming en het gebruik van het perceel, alsmede de ontruim
burenzaak, erfdienstbaarheid van overpad door verjaring verkregen, oud BW en nieuw BW, buurweg, noodweg.
Vorderingen ingesteld door borg jegens hoofdschuldenaar en medeborgen. Verjaring regresvordering en geen omslag over medeborg ex artikel 7:869 BW omdat onvoldoende is gebleken dat vordering op hoofdschuldenaar onverhaalbaar was.