kort geding. Gedaagden dienen mee te werken aan de verkoop van een woning.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:301 BW
Genoemd in 395 uitspraken · Officiële wettekst
395 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 14 · live
Verdeling nalatenschap. Inschrijving instellen hoger beroep in het rechtsmiddelenregister. Uit artikel 4:222 BW volgt dat eerst de vereffeningsprocedure moet worden gevolgd alvorens er kan worden verdeeld.
Hoger beroep tegen uitspraak op de voet van artikel 3:301 lid 1 BW niet ingeschreven in rechtsmiddelenregister? Eiswijziging tegen in appel niet verschenen geïntimeerde niet betekend op de voet van artikel 130 lid 3 Rv? Zaak naar rol voor akte van appellant.
Procesrecht. Art. 3:301 lid 2 BW. Niet-ontvankelijkheid hoger beroep ten aanzien van de bepaling dat het vonnis in de plaats treedt van de tot levering bestemde akte. Deze betreft mede de veroordeling tot meewerking van de levering.
Tussenarrest.
Mondelinge koopovereenkomst met betrekking tot percelen grond. Bewijsperikelen met betrekking tot de totstandkoming en de inhoud van de koopovereenkomst.
Profiteren van wanprestatie.
Beslag; eis hoofdzaak tijdig ingesteld gelet op herstelexploot? Geen adequate grief.
Medewerking verlenen aan transportakte - vervangende toestemming ex artikel 3:300 BW zou niet afdoende zijn.
Procesrecht. Niet-ontvankelijkheid hoger beroep in verband met verzuim dit ex art. 3:301 lid 2 BW in te schrijven in het rechtsmiddelenregister bedoeld in artikel 433 Rv. Omvang van die niet-ontvankelijkheid.
Appelprocesrecht. Grondslag vordering en verweer, art. 24 Rv. Onduidelijke stellingen en weren, nadere memorie. Devolutieve werking appel. Omvang stelplicht, aanvulling stellingen. Verweer onvoldoende onderbouwd?
Procesrecht. Art. 3:301 lid 2 BW. Hoger beroep niet-ontvankelijk.
Sexueel misbruik; verjaring; samenlopende causaliteit.
Art. 81 lid 1 RO (principaal cassatieberoep). Verjaring van vordering tot vernietiging van scheiding en deling; verjaring schadevordering uit onrechtmatige daad. Incidenteel cassatieberoep: Incidenteel hoger beroep ingesteld? Uitleg gedingstukken. Kostenveroordeling.
Als de woning daadwerkelijk wordt toegescheiden aan eiser, zal de hypotheek van gedaagde vervallen en krijgt hij daarvoor in de plaats, in de visie van eiser, een pandrecht op de overbedelingsvordering van de erven betrokkene2 op eiser. Of en in hoeverre gedaagde zich uit hoofde
Koop aandelen. Veroordeling tot levering aandelen met toepassing van art. 3:300 lid 2 BW. Ontvankelijkheid daartegen ingesteld rechtsmiddel; toepasselijkheid art. 3:301 lid 2 BW? Totstandkoming overeenkomst?
Machtiging tot te gelde maken. Sprake van een maatschap m.b.t. een kantoorpand. Art. 3:174 BW is daarop niet van toepassing. Subsidiaire verzoek tot ontbinding van de maatschap o.g.v. artikel 69 Rv doorverwezen naar de dagvaardingsprocedure. Verzoek voor het overige aangehouden i
Faillissementspauliana. Wetenschap van benadeling schuldeisers.
Heropening vereffening. Art. 2:23c BW. Vertegenwoordiging BV. Totstandkoming overeenkomst. Herroepelijk aanbod.
Geschil tussen erfgenamen. Testamentaire last. De vraag is of de last zo moet worden uitgelegd dat de koopovereenkomst van 1 juni 2011 leidt tot onterving van gedaagde in conventie. De vraag wordt ontkennend beantwoord. Zuivere aanvaarding? De zaak zal naar de rol worden verweze
Art. 81 RO. Koop. Beroep op vernietigbaarheid overeenkomst; art. 3:34, 3:44, 6:228 BW.
Artikel 3:301 lid 2 BW: inschrijving instellen hoger beroep in het rechtmiddelenregister.
Kernvraag in dit kort geding is of eiser, zoals gedaagden sub 2 stellen, onterfd is doordat hij de woning zonder toestemming van gedaagden sub 2 heeft verkocht. Deze vraag ligt reeds voor in de bodemprocedure die gedaagden sub 2 op 16 juni 2011 aanhangig hebben gemaakt bij deze r
Verdeling gemeenschap; verkoop en levering echtelijke woning. Vordering vrouw te bepalen dat het vonnis in de plaats zal treden van de notariele akte van levering. Vrouw geen belang bij haar vordering nu zij reeds met het vonnis van 18 maart 2009 kan bereiken wat zij wil nu daari
Geschil over windmolens. Gedaagden hebben op goede gronden beroep kunnen doen op terugtredingsregeling.