Goederenrecht. Procesrecht. Niet-inschrijving cassatieberoep in rechtsmiddelenregister (art. 3:29 lid 3 BW). Herstel mogelijk? Ratio inschrijvingsvoorschrift. Onverbrekelijk samenhangend oordeel dat deelt in niet-ontvankelijkheid?
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:274 BW
Genoemd in 73 uitspraken · Officiële wettekst
73 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Cassatieberoep, onvankelijkheid, incident. Verklaring van waardeloosheid hypotheekrecht, verzuim inschrijving uitspraak in rechtsmiddelenregister (art. 3:29 BW, art. 433 Rv, art. 25 Kadasterwet). Belangenafweging? Onlosmakelijk verbonden beslissingen.
kort geding. verklaring van waardeloosheid hypotheek ex art 3:29 BW verleend. Geen verstek tegen niet meer bestaande gedaagde vennootschap, maar niet-ontvankelijkheid. Uitleg art 54 lid 3 Rv.
kort geding, waardeloos verklaring hypothecaire inschrijving, hypotheekverstrekker is ontbonden vennootschap, eisers niet-ontvankelijk maar wel zelfstandig belanghebbende
Proces- en goederenrecht. Toewijzing van verklaring voor recht dat hypotheekrechten als gevolg van art. 3:45 BW nietig zijn. Hoger beroep niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de verplichting om een hoger beroep tegen een vonnis met een verklaring van waardeloosheid van een
Schending zorgplicht ter zake renteswap. De bank heeft cliënt niet geruime tijd voorafgaande aan het sluiten van de financieringsovereenkomst met verplichte renteruil gewaarschuwd voor de aan de renteswap verbonden risico’s. Rechtsgeldig opzegging financiering
kort geding. verklaring van waardeloosheid hypotheek ex art 3:29 BW verleend. Geen verstek tegen niet meer bestaande gedaagde vennootschap. Eisers niet-ontvankelijk. Uitleg art 54 lid 3 Rv. Direct kracht v gewijsde.
Vervallen verklaren hypotheek,/waardeloos verklaren hypothecaire inschrijving, 3:274 BW/3:29 BW, ingeschreven rechthebbende overleden, niet-ingeschreven rechtverkrijgenden onbekend
Kort geding. 3:29 BW. Waardeloosverklaring hypothecaire inschrijving.
Kort geding. Waardeloosverklaring hypothecaire inschrijving.
Hoger beroep na incidenteel arrest ECLI:NL:GHARL:2021:4712; negatieve vordering van derdenhypotheekgever tegen uitwinning door hypothecaire schuldeiser; doel en strekking hypotheekovereenkomst; ruimer omschreven derdenbankhypotheek; geen bedrog of dwaling; derdenhypotheek is een
artikel 3:29 BW; waardeloosverklaring inschrijving hypotheekrecht; gesecureerde vordering afgelost; hypotheekhouder inmiddels ontbonden vennootschap;
Tussenvonnis. Eiser vordert waardeloosverklaring van een hypotheekrecht o.g.v. artikel 3:29 BW. Geoordeeld wordt dat de BV niet is opgehouden te bestaan en dat de vordering is verjaard. Eiser kan daarom aanspraak maken op doorhaling van de hypotheek. De (vereffenaar van de) BV is
De rechtbank beveelt de gedaagden om gezamenlijk één bankrekening aan te wijzen waarop de eiser een bedrag dient te betalen en beveelt de gedaagden om ieder voor zich een opgave te doen van het bankrekeningnummer. Verder worden de gedaagden gebiedt om iedere vorm van executie of
Vordering in kort geding tot doorhaling hypotheekinschrijving. Afwijzing omdat de hypotheekinschrijving niet waardeloos is geworden in de zin van art. 3:28 BW.
Hoger beroep van ECLI:NL:RBNNE:2021:4159. Beroepsfout notaris. Schadestaat. Toerekening naar redelijkheid van diverse schadeposten.
Kort geding. Vervallenverklaring hypotheek o.g.v. art. 3:274 BW. Verstek verleend aan niet-ingeschreven rechtsopvolgers waarvan alleen voorletters en achternaam bekend zijn. Weg van art. 3:29 BW niet verplicht.
Kort geding. Waardeloosverklaring van een hypotheekrecht ex artikel 3:29 BW. Toewijzing. Verstek verleend tegen gedaagden sub 2. De partij die in beginsel tot afgifte van die verklaring verplicht is, is overleden. Wie een overleden persoon (of een ontbonden rechtspersoon) dagvaar
Waardeloosverklaring hypothecaire inschrijving. Artikel 3:29 BW. Procedure op tegenspraak. Vordering toegewezen
Kort geding. Waardeloosverklaring hypotheek.
kort geding; artikel 3:29 BW; waardeloosverklaring inschrijving hypotheek; gesecureerde vordering afgelost; hypotheekhouder betreft een inmiddels ontbonden vennootschap waarvan het vermogen is vereffend.
Partijen hebben in een notariële akte opgenomen dat eiser € 65.000,- van gedaagde heeft geleend. In verband met deze geldlening heeft eiser een recht van hypotheek op zijn woning aan gedaagde verleend. Gedaagde heeft op haar beurt geld geleend van NVIG Beheer B.V. (hierna: NVIG).
Kort geding. Waardeloosverklaring hypothecaire inschrijvingen. Hypotheeknemer is ontbonden. Eisers niet-ontvankelijk maar wel zelfstandig belanghebbenden. Er is op voorhand berust in het vonnis waardoor direct sprake is van kracht van gewijsde.
Kort geding. Waardeloosverklaring hypotheekrecht. Toewijzing. Artikel 3:29 lid 1 BW.
Kort geding. Verstek. Artikel 3:29 lid 1 BW. Toewijzing van de vordering tot waardeloosverklaring hypothecaire inschrijving. Afwijzing vordering die ziet op het onmiddellijk in kracht van gewijsde gaan van het vonnis.