Beslagrecht, faillissement; art. 33 F. Valt (restant)executieopbrengst in de boedel indien gelden ten tijde van faillietverklaring geëxecuteerde nog onder de notaris zijn? Het ligt in het verlengde van HR 25 januari 2008, LJN BB8653, NJ 2008/66 en strookt ook met doel executie, o
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:270 BW
Genoemd in 68 uitspraken · Officiële wettekst
68 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Rangregeling. Voorlopige staat van verdeling. Begrote bedrag in beslagverlof is niet het maximumbedrag waarvoor beslag is gelegd. Nog niet aanhangig gemaakte ontnemingsmaatregel waarvoor conservatoir beslag ex artikel 94a Sv is gelegd is een zuiver toekomstige vordering die niet
renvooiprocedure; uitleg van een met dwangsommen versterkte hoofdveroordeling in een vonnis.
Gedaagde, een curator, heeft “tegenspraak” gedaan in een renvooiprocedure in een faillissementskwestie. Daar zijn partijen niet tot overeenstemming gekomen, waardoor een civiele procedure gevoerd moest worden. Eisers stellen in deze civiele procedure dat de curator geen “tegenspr
Verzoek ex artikel 3:270 BW. Internationale zaak.
Uitleg veroordeling; moet woning in actieve of stille verkoop worden geplaatst? Motiveringsklachten
Renvooiprocedure naar aanleiding van een rangregeling. De niet verschenen eiser wordt geacht de aanmelding van zijn vordering in de rangregeling te hebben ingetrokken (486 lid 3 Rv). De vordering van de wel verschenen eiser wordt erkend. Lening en hypotheekrecht niet in strijd me
Uitgebreide klacht tegen een notaris. Opdracht hypotheekbank executieveiling woning klaagster. Rechtmatigheid executieveiling. Ministerieplicht. Aan klaagster in rekening gebrachte kosten hypotheekbank. Klacht op alle onderdelen ongegrond.
Beschikking. Verzoek tot het geven van een verklaring ex artikel 3:270 lid 1 BW. Verzoek deels afgewezen.
Hoger beroep van ECLI:NL:RBOVE:2021:4855; na ondershandse executoriale verkoop door en uitbetaling aan eerste hypotheekhouder geschilpunten rond gerechtelijke rangregeling met tweede hypotheekhouder en faillissementscurator van de schuldenaar; ontvankelijkheid van tweede hypothee
In deze zaak gaat het om de neergang van een al vijftig jaar door een vader (later met zijn zoon en nog weer later door de zoon alleen) geëxploiteerd grondverzet bedrijf. De onderneming werd gevoerd aanvankelijk als eenmanszaak, later als vennootschap onder firma en sinds de jare
Kort geding. Vordering op grond van artikel 3:270, lid 4 BW. Nu zowel eiser (beslaglegger) als de hypotheekhouder beiden gemotiveerd aanspraak maken op (een deel van) de executie opbrengst en niet op voorhand kan worden gezegd dat de stellingen van eiser geen enkele kans van slag
Verzoek om goedkeuring verklaring ex art. 3:270 lid 3 BW afgewezen. Niet summierlijk gebleken van juistheid verklaring. Aanleiding voor vermoeden oogmerk andere schuldeisers te benadelen.
Renvooizaak. Vordering tot verificatie. Hypothecaire geldlening bestaat en wordt erkend. Geen buitengerechtelijke vernietiging hypotheekrecht. Hypotheekverstrekking betrof geen onverplichte rechtshandeling in de zin van artikel art. 3:45 lid 1 BW. Ook ontbreekt wetenschap van sch
Kort geding. Hypothecaire leningen. Zakelijke lening en woninglening. Cross-defaultbepaling. Indien er problemen zijn met de ene lening, mag de Bank ook de andere lening beëindigen. De eerste rechter heeft terecht de vorderingen van de leningdebiteuren, gericht op voortzetting va
Verzoek ex artikel 3:270 lid 3 BW. De notaris en de bank zijn op het verzoek gehoord. Gebleken is dat de bank kosten heeft geboekt onder de achterstand. Dit zou staande praktijk zijn. Dat is echter niet zuiver en overzichtelijk.
Geschil over verdeling en uitkering van opbrengst onderhandse verkoop verhypothekeerd goed. Positie eerste hypotheekhouder jegens koper en overige hypotheekhouders. Vordering van overige hypotheekhouders jegens behandelend notaris tot uitkering overeenkomstig artikel 3:271 lid 2
Geen sprake van misbruik van bevoegdheid door gedaagden, omdat zij geen afstand willen doen van hun hypotheekrechten en zich het recht voorbehouden gebruik te maken van het recht van parate executie ex artikel 3:268 lid 1 BW.
Aanspraak op executieopbrengst bank. Geen doeloverschrijding. De aanspraak op de executieopbrengst van het bedrijfspand is niet teniet gegaan als gevolg van nietigheid wegens doeloverschrijding of als gevolg van het ontbreken van toestemming ex artikel 1:88 BW.
KG staking executie, art. 3:268 en 3:270 BW, voor rechtsgeldige hypothecaire executie niet vereist dat hoogte vordering bank vastligt in een vonnis of arrest.
Heeft notaris toestemming van de rechthebbenden gekregen voor het doen van een betaling vanaf de rekening waarop de executieopbrengst na veiling van een onroerende zaak was gestort?
Recht van parate executie, verlof tot onderhandse verkoop, executeitraject nog niet voltooid, zie rov 3.3 t/m 3.9.
Onderhandse verkoop ex art. 3:268 lid 2 BW toegewezen. Goedkeuringsverklaring ex art. 3:270 lid 3 BW aangehouden omdat thans onvoldoende vast staat of alle vorderingen die de bank op belanghebbenden stelt te hebben door de eerste hypotheek zijn verzekerd.
"Artikel 3:270 lid 3 BW. De voorzieningenrechter onthoudt zijn goedkeuring aan de verklaring van de bank voor wat betreft de juridische- en taxatiekosten. Niet gebleken is dat deze kosten krachtens de hypotheek zijn verzekerd."
Notaris heeft deel van een aan hem opgedragen executieverkoop opgedragen aan andere notaris. Opdrachtgevende notaris is aansprakelijk gesteld voor schade die zijn opdrachtgever heeft geleden in verband met de uitvoering van deze opdracht. In deze vrijwaringszaak is aan de orde of