Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2025:3057
2025-01-15
Civiel recht
C/05/444738 / KG RK 24/897
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek ex artikel 3:270 BW. Internationale zaak.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.814 tekens)
beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer: C/05/444738 / KG RK 24/897
beschikking van 15 januari 2025
in de zaak van
[verzoekster]
,
handelende in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van
de naamloze vennootschap naar het recht van Luxemburg
[bedrijf] ,
kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , Groothertogdom Luxemburg,
verzoekster,
gemachtigde mr. J.F.M. Schoot, notaris te Doetinchem.
1De beoordeling
1.1.
Verzoekster is gevestigd in Groothertogdom Luxemburg. Dat betekent dat de zaak een internationaal karakter draagt. De rechtbank moet daarom ambtshalve onderzoeken of hij rechtsmacht heeft en, als dat het geval is, naar welk materieel recht het verzoek moet worden beoordeeld.
1.2.
Het verzoek betreft een burgerlijke of handelszaak in de zin van artikel 1 lid 1 van Verordening (EU) Nr. 1215/2012. De rechtsmacht moet dus aan de hand van deze verordening worden beoordeeld. In artikel 24 lid 1 van deze verordening is (onder meer) bepaald dat, ongeacht de woonplaats van partijen, voor zakelijke rechten op onroerende goederen de gerechten van de lidstaat waar het onroerend goed gelegen is bij uitsluiting bevoegd zijn. Omdat de onroerende goederen waarop het verzoek betrekking heeft gelegen zijn in en nabij [plaats] , heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht. Deze rechtbank is ingevolge het bepaalde in het Wetboek van rechtsvordering zowel absoluut als relatief bevoegd, dit laatste mede op grond van het Zaaksverdelingsreglement rechtbank Gelderland.
1.3.
Op grond van artikel 10:127 lid 1 BW - dat onder meer bepaalt dat het goederenrechtelijke regime met betrekking tot een zaak wordt beheerst door het recht van de staat op welks grondgebied de zaak zich bevindt - is op het verzoek Nederlands recht van toepassing.
1.4.
Het verzoek strekt tot het goedkeuren van de door verzoekster aan de notaris overgelegde verklaring (‘redemption note’) van 4 november 2024, op grond van artikel 3:270 lid 3 BW. Summierlijk is van de juistheid van deze verklaring gebleken. Deze verklaring wordt aan deze beschikking gehecht.
2De beslissing
De voorzieningenrechter
keurt de verklaring goed.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boerwinkel en in het openbaar uitgesproken op
15 januari 2025.
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer: C/05/444738 / KG RK 24/897
beschikking van 15 januari 2025
in de zaak van
[verzoekster]
,
handelende in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van
de naamloze vennootschap naar het recht van Luxemburg
[bedrijf] ,
kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , Groothertogdom Luxemburg,
verzoekster,
gemachtigde mr. J.F.M. Schoot, notaris te Doetinchem.
1De beoordeling
1.1.
Verzoekster is gevestigd in Groothertogdom Luxemburg. Dat betekent dat de zaak een internationaal karakter draagt. De rechtbank moet daarom ambtshalve onderzoeken of hij rechtsmacht heeft en, als dat het geval is, naar welk materieel recht het verzoek moet worden beoordeeld.
1.2.
Het verzoek betreft een burgerlijke of handelszaak in de zin van artikel 1 lid 1 van Verordening (EU) Nr. 1215/2012. De rechtsmacht moet dus aan de hand van deze verordening worden beoordeeld. In artikel 24 lid 1 van deze verordening is (onder meer) bepaald dat, ongeacht de woonplaats van partijen, voor zakelijke rechten op onroerende goederen de gerechten van de lidstaat waar het onroerend goed gelegen is bij uitsluiting bevoegd zijn. Omdat de onroerende goederen waarop het verzoek betrekking heeft gelegen zijn in en nabij [plaats] , heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht. Deze rechtbank is ingevolge het bepaalde in het Wetboek van rechtsvordering zowel absoluut als relatief bevoegd, dit laatste mede op grond van het Zaaksverdelingsreglement rechtbank Gelderland.
1.3.
Op grond van artikel 10:127 lid 1 BW - dat onder meer bepaalt dat het goederenrechtelijke regime met betrekking tot een zaak wordt beheerst door het recht van de staat op welks grondgebied de zaak zich bevindt - is op het verzoek Nederlands recht van toepassing.
1.4.
Het verzoek strekt tot het goedkeuren van de door verzoekster aan de notaris overgelegde verklaring (‘redemption note’) van 4 november 2024, op grond van artikel 3:270 lid 3 BW. Summierlijk is van de juistheid van deze verklaring gebleken. Deze verklaring wordt aan deze beschikking gehecht.
2De beslissing
De voorzieningenrechter
keurt de verklaring goed.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boerwinkel en in het openbaar uitgesproken op
15 januari 2025.