Parate executie. Onderhandse verkoop door hypotheekhoudende bank onder ontbindende voorwaarde van toestemming van de voorzieningenrechter. Tussentijdse zuivering van het tot de executie aanleiding gevende verzuim door de rechthebbende op het verbonden goed. Maatstaf van art. 6:23
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:268 BW
Genoemd in 496 uitspraken · Officiële wettekst
496 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Omzetbelasting; artikel 12, lid 4, Wet OB 1968 (oud); artikel 24ba, lid 1, aanhef en letter d, Uitvoeringsbesluit OB 1968; verleggingsregeling; faillissement; levering van een verhypothekeerd motorpassagiersschip aan belanghebbende valt onder het bereik van de verleggingsregeling
Executoriale verkoop woning door hypotheekhouder, misbruik van recht, te hanteren maatstaf.
In onderstaande zaak wil de curator gebruik maken van een recht van parate executie (recht van hypotheek) dat deel uitmaakt van de faillissementsboedel. De eigenaar van het uit te winnen pand verzet zich tegen de executie op grond van het argument dat de onderliggende lening, die
Koop van een schip (eeuweling). Beroep op non conformiteit en dwaling afgewezen. Onderzoeksplicht koper en mededelingsplicht verkoper. Wetsartikelen: art. 7:17 e.v. BW, art. 6:228 BW.
Goedkeuring onderhandse koopovereenkomst (3:268 lid 2 BW jo 548 Rv). Verzoek toegewezen. Afwijzing primair verzoek om voor recht te verklaren, althans overwegen, dat hypotheekgever en de zijnen tot ontruiming worden genoodzaakt als bedoeld in artikel 525 lid 3 Rv, omdat daarvoor
Verzoek ex art. 3:268 lid 2 BW jo. art. 548 Rv.
3:268 lid 2 BW Verzoekschrift onderhandse verkoop door hypotheekhouder.
Verzoek onderhandse verkoop artikel 3:268 lid 2 BW biedingen ter zitting.
Koop. Non-conformiteit. Mededelings- en onderzoeksplicht. Ruim honderd jaar oud zeilschip.
Conservatoir beslag op registergoed gevolgd door eis in de hoofdzaak; verval van het beslag doordat in hoger beroep nog slechts een declaratoir wordt gevorderd?; verdeling na executie door hypotheekhouder (art. 3:270 BW); rangregeling en renvooiprocedure; inmiddels verjaarde vord
Beroepsaansprakelijkheid notaris. Naar het oordeel van het hof heeft de notaris als professioneel handelend beroepsoefenaar de zorg van een redelijk bekwaam en redelijk handelend opdrachtnemer betoond bij de uitvoering van de aan haar gegeven opdracht door de bank.
Verzoek onderhandse verkoop op grond van artikel 3:268 BW toegewezen.
Overeenkomstenrecht. Koop. Pauliana. Procesrecht. Onverplichtheid, benadeling wegens verkoop woning onder de marktprijs aan oom, wetenschap van benadeling; kosten ex art. 3:96 lid 2 BW, honorering restitutie proceskostenveroordeling eerste aanleg, passeren essentiële stellingen e
Redelijke termijn uitoefening recht van parate executie door de bank van hypotheekrecht op woning. Belangen van jong gezin met bijzondere zorgbehoefte.
Kort geding. Verbod tot (onderhandse) executoriale verkoop van de woning zolang niet is voldaan aan de daarvoor geldende voorwaarden bedoeld in artikel 3:268 BW in verbinding met artikel 544 e.v. Rv., omdat niet aannemelijk is geworden dat sprake is van verzuim van de schuldenaar
Opzegging hypotheekovereenkomst door hypotheeknemer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. Verhuur van kamers in de woning in strijd met huurbeding opgenomen in de hypotheekakte. Vordering tot opschorting van een mogelijk toekomstige executoriale ver
Executieveiling woning kan doorgaan. Op grond van het afstemmingsbeginsel dient in dit kort geding te worden aangesloten bij een vonnis in een bodemzaak van de rechtbank Amsterdam, waarin is geoordeeld dat de banken een hypotheekrecht op de woning hebben. Het hypotheekrecht is ni
Voorzieningenrechter bepaalt dat geen retentierecht op het zeilschip bestaat. Gevorderde opheffing conservatoir beslag afgewezen.
3:13, 3:268 lid 1, 6:52, 6:54, 6:60 BW, 68b BGfo. Parate executie. Geen schuldeisersverzuim, onbevoegd tot volledige opschorting rentebetalingen hypotheek. Geen misbruik van recht/O.D.
Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Executiegeschil. Uitleg hypotheekakte en toepasselijke algemene bepalingen. Misbruik van bevoegdheid tot parate executie? Art. 3:13 en 3:268 lid 1 BW.
Uitoefening recht van parate executie door bank. Bank handelt in de gegeven omstandigheden onzorgvuldig door niet voeren van overleg over alternatief voor executoriale verkoop. Opschorting executie voor duur van een maand.
Executiegeschil. Geen feiten en omstandigheden op grond waarvan voorshands geoordeeld zou moeten worden dat de voogenomen executieveiling onrechtmatig is te achten, dan wel als misbruik van bevoegdheid/recht kan worden gekwalificeerd.
Kort geding. Executiegeschil. Vordering tot het verbieden van parate executie woning. Afwijzing.
Procesrecht. Goederenrecht. Parate executie bij hypotheek (art. 3:268 BW). Verlof voor onderhandse verkoop (art. 3:268 lid 2 BW). Doorbreking van het rechtsmiddelenverbod van art. 3:268 lid 3 BW. Wijze waarop aan belanghebbende op grond van art. 548 lid 3 Rv mededeling moet worde