Verkoop van opgeslagen zendingen druiven door bewaarnemer die zich beroept op een pandrecht. Toepasselijkheid Nekrovi-voorwaarden. Vestigen geldig pandrecht. Niet naleven regels voor parate executie
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:250 BW
Genoemd in 61 uitspraken · Officiële wettekst
61 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Verzoek ex artikel 3:251 lid 1 BW. De voorzieningenrechter heeft – kort samengevat – geoordeeld dat het verzoek van de bank moet worden afgewezen, nu niet aannemelijk is geworden dat de voorgestelde wijze van onderhandse verkoop meer zal opleveren dan een openbare verkoop ex arti
Faillissement (art. 57 F.); verleggingsregeling als bedoeld in art. 12 lid 4 Wet op de omzetbelasting 1968 jo. art. 24ba lid 1, aanhef en onder d, Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968; Richtlijn 2006/112/EG. Onderhandse verkoop door curator krachtens overeenstemming met pandhou
Procesrecht. Hoger beroep; onvolledige vermelding in arrest van verloop pleitzitting; passage, waarin het hof heeft gereleveerd dat pleidooi heeft plaatsgehad, is niet reeds onjuist omdat daarin een vermelding van de re- en dupliek van partijen, van de vragen van het hof en van d
zoekwoorden: hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurders, onrechtmatig handelen
Geschil tussen curator en de bank over de verkoop van de handelsvoorraad van gefailleerde door die bank. De Bank had pandrecht op de verkochte zaken. De overeenkomst van vuistpand was niet vernietigd o.g.v. art. 24 Faillissementswet. Bank mocht ook tijdens faillissement tot verko
pandrecht roerende zaak; executie, art. 3:249 en 3:250 BW, revindicatie, art. 3:86 BW, goede trouw
Gedeeltelijke liquidatie effectenportefeuille door bank vanwege overschrijding van bevoorschottingspercentage
Aansprakelijkheidsrecht. Geschil tussen pandgever en pandhouder over schadevergoeding na een onderhandse in plaats van executoriale verkoop van de in pand gegeven goederen (81 RO).
gevolgen van onderhandse verkoop verpande goederen door pandhouder na faillissement pandgever zonder verlof voorzieningenrechter of toestemming curator
De bewindvoerder voert hiertoe - kort gezegd - primair aan dat Tiemex c.s. onrechtmatig heeft gehandeld, door zonder toestemming van de curator over te gaan tot de verkoop van bij Tiemiex Warehousing Nijmegen opgeslagen goederen, die als eigendom van betrokkene tot de faillisseme