Verzoek pandhouder aan voorzieningenrechter te bepalen dat de verpande zaken aan haar zullen verblijven dan wel onderhands zullen worden verkocht. Onderwerp: Pandhouder heeft op grond van art. 496 lid 2 Rv beslag op verpande zaken gelegd. Zij wenst dat de voorzieningenrechter op
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:250 BW
Genoemd in 61 uitspraken · Officiële wettekst
61 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Onderhandse verkoop bedrijfsinventaris door faillissementscurator met toestemming r-c. Bank met pandrecht op de inventaris en fiscus met bodemvoorrecht op de inventaris hebben met die verkoop ingestemd en hebben afspraken gemaakt over de verdeling van de opbrengst. Niet gebleken
Uitwinnen pandrecht op aandelen van pandhouder onrechtmatig jegens aandeelhouders? Klachten over de geldigheid en rechtmatigheid van de openbare veiling, verkoop en de besluitvorming rond de levering van de aandelen.
Verzoek tot onderhandse verkoop verpande aandelen. Afgewezen. Voordat tot executie van het pandrecht kan worden overgegaan zal eerst moeten worden vastgesteld of verweerder in verzuim is. Daarbij is van belang of er voor verweerder een verplichting bestaat tot het te koop aanbied
Uitverkoop van elektronicawinkel door bank en leverancier. Vraag of leverancier, die eigendomsvoorbehoud heeft, samen met bank pandhouder is bevestigend beantwoord (uitleg gezamenlijke pandakte). Verzuim aanwezig geacht wegens bedrijfsbeëindiging. Pandrecht rust op eigendom onde
Faillissementspauliana, bestuurdersaansprakelijkheid.
Procesrecht. Executoriale verkoop van aandelen door pandhouder met inachtneming van blokkeringsregeling. Is voor onderhandse verkoop toestemming van de voorzieningenrechter nodig? Verhouding tussen art. 2:198 lid 6 BW en art. 3:251 lid 1 BW. Doorbreking rechtsmiddelenverbod.
Curator verkoopt verpande goederen zonder instemming van de pandhouder; dit is onrechtmatig en verplicht curator tot schadevergoeding. Systeem artikelen 57 en 58 FW
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Is omzetbelasting over verkoop als gevolg van parate executie door pandhouder boedelschuld? Verwijzing naar o.m. ander HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q.), en HR 19 april 2013, ECLI:NL
kort geding; afwijzing verbod executoriale veiling aandelen. Geen strijd met het toe-eigeningsverbod van artikel 3:235 BW of met artikel 3:250 BW. Geen misbruik van executiebevoegdheid. Veiling met voldoende waarborgen omkleed.
Vervolg op ECLI:NL:RBDHA:2016:1626. Verpanding van octrooien. Verzoek ex 3:251 BW toegewezen tot verblijven aan pandhouder.
Bestuurdersaansprakelijkheid, selectieve betaling, profiteren van wanprestatie, vereenzelviging, uitvoerbaar bij voorraad
Procesrecht. Goederenrecht. Rechtsmiddelenverbod van art. 3:268 lid 3 BW analoog van toepassing op beschikking tot verblijven van verpand goed aan pandhouder (art. 3:251 BW)? Vgl. HR 17 juni 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1401, NJ 1995/367.
Vervolg op ECLI:NL:GHSHE:2016:1947. Verkoop van in gehuurde opslagruimte opgeslagen zaken. Onrechtmatig jegens eigenaar/niet-huurder? (Welke) algemene voorwaarden van toepassing?
verkoop van in gehuurde opslagruimte opgeslagen zaken. Onrechtmatig jegens eigenaar/niet-huurder? (Welke) algemene voorwaarden van toepassing?
Onrechtmatige selectieve betaling, onrechtmatig handelen bestuurder.
Pandrecht op octrooi. Tevens verzoek 3:251 BW. Uitspraak in vorm vonnis alsmede beschikking.
Pandrecht op aandelen. Tenietgaan (substitutie)pandrecht door verjaring van gezekerde vordering? Toepasselijkheid art. 3:323 lid 1 BW indien pandhouder een op de voet van art. 3:251 lid 1 BW aangevangen executie, na toewijzende beschikking, niet voltooit. Beroep op tenietgaan pan
Bevoegdheid pandhouder tot parate executie, art. 3:248 lid 1 BW. Onderhandse executieverkoop door pandgever, art. 3:251 lid 2 BW (HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q)). Pandhouder ook na faillissement gerechtigd tot executieopbrengst, art. 3:
Bodemverhuurconstructie (voor 1 januari 2013) onrechtmatig (want nadelig) jegens boedel? Ten onrechte huuropbrengst verrekend? Zorgplicht van pandhouder voor in vuistpand genomen zaken.
Afwijkende wijze van verkoop verpande aandelen. Surseance Faillissement
Vaststellingsovereenkomst 'vervallen'. [X] kan geen rechten meer ontlenen aan de vaststellingsovereenkomst, omdat hij niet heeft voldaan aan de (opschortende) voorwaarde (tijdige betaling) en partijen zijn overeengekomen dat in die situatie alles conform vonnis/arrest opeisbaar w
Verrekening van huurpenningen voor faillissement, maar na toepassing van bodemverhuurconstructie, en na faillissement.
Vóór faillissement sluiten (latere) failliet/pandgever en bank/(vuist)pandhouder een overeenkomst als bedoeld in art. 3:251 lid 2 BW. Bank verkoopt op grond van die overeenkomst na faillissement van de pandgever de verpande zaken onderhands i.p.v. openbaar. Benadeling crediteuren
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft het verzoek van pandhouder De Deutsche Bank om het Nederlandse deel van de kunstcollectie van DS Art, in plaats van op een openbare veiling, onderhands aan een particulier te verkopen, afgewezen. De voorzieningenrechter kan