Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Pandrecht op aandelen, stemrecht overgegaan op pandhouder (art. 2:198 lid 3 BW). Vordering dat stemrecht weer op aandeelhouder overgaat (art. 2:342 BW); heeft pandhouder door zijn gedragingen het belang van de vennootschap zodanig geschaad dat
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:235 BW
Genoemd in 23 uitspraken · Officiële wettekst
23 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Is de bank aansprakelijk jegens medeschuldenaar en (indirect) grootaandeelhouder van haar kredietnemer door de laatste tranche van een toegezegde lening niet te verschaffen, waarna de kredietnemer failliet ging? Toepasselijke maatstaf jegens kredietnemer respectievelijk jegens me
Lease. Faillissement. Gedeelte huur en gedeelte koop/financiering.
De rechtbank oordeelt dat vorderingen na verwijzing (renvooi) niet verder kunnen strekken dan hetgeen aan de rechter-commissaris ter beoordeling voorlag. In dit geval ging het om het vaststellen van een rangregeling na een executieopbrengst. In deze zaak gaat het om een bijzonder
Afgeleide schade. Vraag of een aandeelhouder recht heeft op schadevergoeding omdat de bank geen aanvullende financiering heeft verleend aan de vennootschap, waarna de vennootschap is gefailleerd. Wanneer is de bank gehouden aanvullende financiering te verlenen.
executieverkoop pandrecht, oproepingstermijn niet onredelijk kort, geen strijd met artikel 3:325 BW, geen verlof van voorzieningenrechter nodig, redelijke uitoefening van executierecht
Het recht van pand is, net als het recht van hypotheek, een beperkt recht dat er toe strekt om op het daaraan onderworpen goed - in casu: de vordering tot levering - een vordering tot voldoening van een geldsom - in casu: voornoemde vordering tot schadevergoeding (zie 4.13) - bij
Nakoming samenwerkingsovereenkomst. Geen rechtsgeldige ontbinding want niet in gebreke gesteld (6:82 en 6:83 BW). Bepalingen niet nietig o.g.v. toe-eigeningsverbod art. 3:235 BW of buiten toepassing o.g.v. art. 6:248 lid 2 BW. Vorderingen tot betaling van voorschot op winstdeel e
Kort geding. Executieverkoop. Staking parate executie. Doorhaling hypotheekrecht. Zekerheid hypotheekrecht.
Handelszaak. Beëindiging van de bankrelatie met een (oud) notaris wegens een integriteitskwestie en wegens het ondermijnen van een pandrecht van de bank. De bank was bevoegd om de verpande verzekeringsuitkering te innen en te verrekenen met de uitstaande leningen van eiser. De ba
Eiseres is geen eigenaar geworden van de woning, vordering tot ontruiming wordt afgewezen
Renvooiprocedure; eiswijziging; sale and operational lease back van economische eigendom registergoed; kwalificatie; contractuele schadevergoedingsvordering; grenzen rechtsstrijd.
Tussenvonnis. Toerekenbare tekortkoming. Het partijdebat over de omvang van de schade is nog onvoldoende uit de verf gekomen. Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich hierover bij akte nader uit te laten.
Klacht tegen een notaris. Notaris (schijn van) partijdigheid? De kamer heeft de maatregel van berisping opgelegd. Het hof de maatregel van schorsing van twee weken. Kostenveroordeling in hoger beroep en in eerste aanleg.
Uitwinnen pandrecht op aandelen van pandhouder onrechtmatig jegens aandeelhouders? Klachten over de geldigheid en rechtmatigheid van de openbare veiling, verkoop en de besluitvorming rond de levering van de aandelen.
Beding dat hypotheekhouder de bevoegdheid geeft zich in het geval van verzuim van hun wederpartij het verbonden goed toe te eigenen is niet in strijd met het fiduciaverbod van art. 3:84 lid 3 BW, maar wel nietig ogv art. 3:235 BW.
Kort geding. Bank mag in dit geval eigen recht van hypotheek uitoefenen. Artikel 35 Faillissementswet. Curator kan kavel niet leveren.
kort geding; afwijzing verbod executoriale veiling aandelen. Geen strijd met het toe-eigeningsverbod van artikel 3:235 BW of met artikel 3:250 BW. Geen misbruik van executiebevoegdheid. Veiling met voldoende waarborgen omkleed.
Pandrecht op octrooi. Tevens verzoek 3:251 BW. Uitspraak in vorm vonnis alsmede beschikking.
Begrip genothebbende als bedoeld in art. 24 Wet WOZ. Beschikking WOZ en aanslag WOZ opgelegd aan executoriaal verkopende bank. Nu de woning op 1 januari 2009 al wel executoriaal was verkocht, maar nog niet geleverd, was mevrouw A daarvan nog de eigenaar en daarmee genothebbende e
De voorzieningenrechter verbiedt gedaagden om (verdere) uitvoering te geven aan het besluit van 2 juli 2009 waarbij het bestuur van gedaagde 1 is vervangen, en het besluit van 28 september 2009, waarbij het besluit van 2 juli 2009 is bekrachtigd en waarbij besloten is tot verkoop
Bijzondere financieringsconstructie onroerende zaken (het project kroonwoningen te Den Helder). De rechtbank acht de aan de financieringsconstructie verbonden nadelen niet zodanig dat het niet redelijk is de kopers daaraan te houden. Regeling voor wanprestatie geen reden om de co
-