-
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:234 BW
Genoemd in 15 uitspraken · Officiële wettekst
15 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Kort geding. Derdenpandgever verzet zich tegen uitwining van de pandrechten op aandeeln . De voorzieningenrechter wijst de vordering af. Er is sprake van een achterstand in aflossingen en rentebetalingen mbt de lening waarvoor het pandrecht is gevestigd. De door eiseres aangevoer
Discussie over diverse financieringsverhoudingen, de vraag of er nog vorderingen resteren en welke zekerheden daarvoor mogen worden uitgewonnen.
Klacht tegen een notaris. Levering appartementsrecht. Hypotheekhouder weigerde toestemming voor overdracht, waardoor notaris zijn medewerking weigert. In 2022/2023 is terzake het weigeren van de medewerking door de notaris een klacht van klagers tegen de notaris ongegrond verklaa
Verzoek ex artikel 3:251 lid 1 BW. Verzoeker stelt een pandrecht te hebben op een partij ethanol die in de Rotterdamse haven is opgeslagen. De voorzieningenrechter wordt verzocht te bepalen dat de partij ethanol op de voet van artikel 3:251 lid 1 BW zal verblijven aan verzoeker a
Zonen maken aanspraak op uitbetaling door vader van hun kindsdelen in de nalatenschap van hun moeder. Met hertrouwen van vader zijn de erfdelen opeisbaar geworden. Vader heeft de erfdelen niet voorafgaand aan het huwelijk afgelost.
Verzoek tot primair schorsing executie hangende hoger beroep, subsidiair handelen conform artikel 3:234 BW afgewezen.
Geen verbod executieveiling, door derden verstrekte zekerheden, zorgplicht bank
Kort geding. Executiegeschil. Bank maakt geen misbruik van haar recht tot executie. Geen sprake van schuldeisersverzuim aan de zijde van de bank.
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2016:6675. Kort geding. Evenals de eerste rechter oordeelde, treft de bank geen verwijt ter zake van de uitoefening van haar hypotheekrecht.
Kort geding. Retentierecht botst met hypotheekrecht. Spoedeisend belang? Verzuim van de geldlener? Beroep op 3:291 lid 2 BW verworpen. Afweging van belangen in kort geding.
Klacht tegen een notaris en een oud-notaris. De klacht ziet op de handelwijze van de notarissen ter zake van de executoriale verkoop van onroerend goed, eigendom van een vennootschap waarvan klager aandeelhouder is. De kamer heeft de klacht van klager ongegrond verklaard. Het hof
Bank verleent krediet aan dochteronderneming. Afgesproken wordt dat als zekerheid de vorderingen van de dochter zullen worden verpand, alsmede dat een hypotheekrecht op panden van de moedermaatschappij zullen worden gevestigd. Nadat de dochteronderneming is gefailleerd blijkt gee
Verzoek onderhandse verkoop (artikel 3:268 BW). Doorbrekingsgronden appelverbod? Het niet in acht nemen van de notitie toestemming onderhandse verkoop, opgesteld in opdracht van het LOVCS, levert geen schending van essentiële normen op. Verhouding notitie en toepasselijk procesre
-