Faillissementsrecht. Overwaarde-arrangement. Regresvordering borg. Art. 42 en 54 Fw. Verplichte rechtshandeling? Wetenschap van benadeling?
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:231 BW
Genoemd in 42 uitspraken · Officiële wettekst
42 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
9 juli 2004 Eerste Kamer Nr. C03/078HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Mr. Marcus Antonius Maria BANNENBERG, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van I.C.T. INTERNATIONAL B.V., tevens handelende onder de naam Incotec, kantoorhoudende te Rosma
Tussentijdse ontbinding factorovereenkomsten na faillissement op grond van een contractueel beding. Kan de voor dat geval mede bedongen aanspraak op gederfde winst worden verhaald op de aan de bank verstrekte pandrechten voor alle bestaande en toekomstige vorderingen of is dat in
Pandrechten. Inningsbevoegdheid pandhouder na openbaarmaking pandrecht.
Surseance van betaling; verrekening; maatstaf ontbreken goede trouw (art. 54/235 Fw); gezichtspunten; cash pooling; overboekingen zonder toestemming bewindvoerder (art. 228 Fw); contractuele meerpartijenverrekening; reikwijdte verruimde verrekening (Mulder q.q./CLBN, NJ 1996/471)
Belanghebbende was bestuurder van [B] B.V. Op 9 december 2008 is het faillissement van [B] uitgesproken. Belanghebbende is door de Ontvanger bij beschikking als bestuurder aansprakelijk gesteld voor aan [B] opgelegde en onbetaald gebleven naheffingsaanslagen loon- en omzetbelasti
Artikel 21 lid 2 IW 1990 heeft alleen betrekking op de verhouding tussen préfaillissementsvorderingen onderling, alsmede op boedelvorderingen onderling. Dit artikel geldt dus niet voor de verhouding tussen het fiscale voorrecht terzake van een préfaillissementsvordering enerzijds
Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor he
Bevoegdheid hypotheekhouder tot executie bankhypoheek; rechtspraak of hypotheekakte na uitwinning kan dienen als executoriale titel in de zin van artikel 430 Rv (HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4889 en HR 26 juni 10992, NJ 1993/449)niet van toepassing. Zorgplicht bank niet
Wederzijds zekerhedenarrangement en faillissement. Het voor faillissement ten gunste van ICF gevestigde pandrecht strekt ook tot zekerheid van de contractuele regresvordering van ICF op haar (gefailleerde) schuldenaar uit hoofde van borgstelling. De regresvordering vloeit voort u
Het recht van pand is, net als het recht van hypotheek, een beperkt recht dat er toe strekt om op het daaraan onderworpen goed - in casu: de vordering tot levering - een vordering tot voldoening van een geldsom - in casu: voornoemde vordering tot schadevergoeding (zie 4.13) - bij
-
Artikelen 3:231 en 260 BW. Strekt een ‘bankhypotheek’ ook tot zekerheid voor een later aan de hypotheekhouder overgedragen vordering en welke maatstaf moet worden aangelegd bij de uitleg van de betrokken bepaling in de hypotheekakte (Haviltex of een objectieve maatstaf)? Het gaat
Aansprakelijkheid notaris. Beroepsfouten bij (de afwikkeling van) een executieveiling? Onrechtmatig of onzorgvuldig van de notaris komt niet vast te staan. Vordering tot schadevergoeding afgewezen.
Conclusie AG. Medeplegen doen van valse opgave in authentieke akte (art. 227 Sr) en medeplegen witwassen (art. 420bis Sr). Verdachte heeft een bedrag van € 700.000 met een criminele herkomst overgemaakt naar de notaris t.b.v. de aankoop van een woning door medeverdachte, terwijl
Doorhaling bankhypotheek. Uitleg hypotheekakte objectieve maatstaf. Toekomstige vordering. Hypotheek is niet tenietgegaan door beëindiging samenwerking. Weigering om medewerking te verlenen aan doorhaling is niet in strijd met redelijkheid en billijkheid.
Toekomstige vordering van hypotheekhouder valt onder het hypotheekrecht (art. 3:231 lid 2 BW jo. art. 3:260 lid 1 BW). Hypotheeknemer moet de kosten voor de opgestarte executie betalen (art. 3:270 lid 1 BW). Oneerlijk beding, maar terugvalverbod is niet van toepassing. Hypotheekh
Overeenkomst van geldlening gesloten tussen ene broer (eiser) enerzijds en andere broer met zijn echtgenote (gedaagde) anderzijds, vlak voor het overlijden van de andere broer. Geen sprake van dwaling of misbruik van omstandigheden. Geldigheid overeenkomst voorshands bewezen, ged
Doorhaling hypotheken.
Hypotheekrecht. Accessoire kredietfaciliteit met restschuld. Kredietnemers zijn rechtspersonen die inmiddels zijn opgehouden te bestaan. Niet meewerken aan doorhalen hypotheek door de bank onrechtmatig jegens eiseres /eigenaar bezwaarde onr.goed.
Vordering derde die stelt eigenaar te zijn, tot verbod executoriale verkoop door Ontvanger van twee in beslag genomen Bentleys en een Mercedes. Beroep door derde op art. 435 lid 3 Rv. Betekenis en reikwijdte art. 435 lid 2 en lid 3 Rv en verhouding tot art. 456 Rv. In dit geval n
Art. 81 lid 1 RO. Reikwijdte (derden)pandrecht: ook gevestigd voor toekomstige vorderingen van pandhouder op schuldenaar? Uitleg pandrecht aan de hand van Haviltexmaatstaf.
tenietgaan recht van hypotheek, uitleg hypotheekakte, betekenis obligatoire overeenkomst na faillissement contractspartij
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Overwaarde-arrangement. HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7575, NJ 2004/618 (Bannenberg). Verhaal door pandhouder voor ten tijde van faillietverklaring toekomstig vorderingen. Art. 483e Rv. Rechtsverhouding waaruit regresvord
Faillissementsrecht. Overwaarde-arrangement. Regresvordering borg. Art. 42 en 54 Fw. Verplichte rechtshandeling? Wetenschap van benadeling?