Verval rechtsvordering tot verdeling. Aanvang vervaltermijn.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:200 BW
Genoemd in 105 uitspraken · Officiële wettekst
105 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Recht op behoorlijke procesvoering niet geschonden door het door laten gaan van de behandeling ter zitting zonder dat de man werd bijgestaan door een advocaat. Totstandkoming overeenkomst ter zitting.
Vernietiging verdeling huwelijksgemeenschap wegens dwaling, misbruik van omstandigheden en/of bedrog. Vordering op grond van artikel 3:196 BW niet ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn.
Familierecht. Echtscheiding. Uitleg kwijtingsbeding in echtscheidingsconvenant. (art. 81 RO).
IPR-zaak. Aanvullende verdeling van huwelijksgoederengemeenschap.
Wilsovereenstemming. Echtscheidingsconvenant. Huwelijksgoederenrecht. Verdeling.
Gevolgen voor erfgenaamschap en rechten van derden van terugwerkende kracht van de in art. 1:207 lid 5 bedoelde gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.
Verdelingszaak. Verschillende vraagstukken, w.o. de vraag of rechtsvordering tot vernietiging van de verdeling op grond van art. 3: 200 BW is vervallen, de vraag of toepassing van de in het convenant vastgelegde verdeling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaard
Vernietiging van verdeling huwelijksgoederengemeenschap wegens benadeling voor meer dan een vierde.
Vordering tot vernietiging van een verdeling vervalt na verloop van 3 jaar na de verdeling. Als tijdstip van de verdeling heeft te gelden de datum waarop de overeenkomst van verdeling is gesloten, art 3:200 BW.
Geschil tussen broer en zus over vernietiging overeenkomst tot overdracht van economische eigendom van het onverdeelde aandeel van de zus in de voormalige ouderlijke woning wegens dwaling; overbedeling. (81 RO)
Voorlopig getuigenverhoor. C200500176/MA & R200600322/MA T1 18-04-2006 LJN AZ5033 C20000176/MA T2 27-11-2007 LJN BC4956
Procesrecht. Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens berusting, reikwijdte art. 400 Rv.
Vordering tot vernietiging echtscheidingsconvenant. Verrekenbeding. Is aanvullend convenant een bekrachtiging van eerder convenant (rov. 6.5)? Is sprake van een vaststellingsovereenkomst (rov. 6.6.3)? Deskundigenbenoeming.
Ouderlijke boedelverdeling. Art. 4:1167 BW (oud). Toedeling vruchtgebruik van onroerende zaken die tot de nalatenschap behoren.
Onwettig kind vordert na gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in 2005 haar deel in de nalatenschap van haar in 1982 overleden vader. In dit vonnis wordt het volgende beslist: 1. Het beroep op de legitieme is tijdig gedaan, hoewel de gerechtelijke vaststelling van het vad
Als meest verstrekkende verweer doet de man een beroep op artikel 3:200 BW stellende dat de inleidende dagvaarding dateert van 2 juni 2005 en dat de afspraken met betrekking tot de verdeling dateren van vóór 2 juni 2002. Dit beroep wordt afgewezen reeds omdat dit verweer niet is
Familierecht. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap bij wege van echtscheidingsconvenant, onrechtmatige daad (verzwijging); samenloop?, de aan de bevoegdheid tot vernietiging van een verdeling (art. 3:196 BW) verbonden vervaltermijn van art. 3:200 BW staat niet eraan in de weg d
De vordering tot vernietiging van de boedelverdeling stuit af op de vervaltermijn in art. 3:200 BW. De subsidiaire vordering tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad is evenmin toewijsbaar, dit in het licht van HR 21 april 2006 NJ 2006,272.
De vordering van de vrouw zal dan ook, nu deze wegens verstrijken van een ter-mijn van drie jaar is vervallen, worden afgewezen. De vrouw zal voorts, als de in het onge-lijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.
Huwelijkse voorwaarden. Verrekenbeding. Echtscheidingsconvenant. Misbruik van omstandigheden. Verval vernietigingsrecht. Verrekening. Alimentatie. art. 1:160 BW. Levensgedrag uitkeringsgerechtigde.
Wettelijke vervaltermijn van artikel 3:200 BW. Ambtshalve toepassing.
Geen eis in reconventie in hoger beroep. Nadere verdeling van de reeds ontbonden huwelijksgoederengemeenschap in verband met een vergeten goed.
Gelet op hetgeen hiervoor werd overwogen is het hof van oordeel dat niet alleen de (stilzwijgende) verdeling van de woning en hypotheek in 1985 gesitueerd moet worden, maar tevens - mocht geen verdeling tot stand zijn gebracht - dat de peildatum voor de waarde waartegen alsnog
Voor de verjaring - in de voorloper van artikel 3:200 BW, artikel 1162 (oud) BW, stond nog een verjaringstermijn, al werd veelal aangenomen dat een vervaltermijn bedoeld was - heeft de wetgever in de artikelen 3:320 en 3:321 BW een verlengingsregeling gegeven voor de verjaringste