Ondertek. echtsch.conv. terwijl eiseres dan net 5 dagen met RM gedwongen is opgenomen op gesl. afd, psa. zkh. niet aangemerkt als verdeling vanwege wilsontbreken, verniet. v. not. verdeling o.g.v. art. 3:196 lid 2 BW. Bewijsopdr. gedaagde m.b.t. schenking
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:200 BW
Genoemd in 105 uitspraken · Officiële wettekst
105 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Geschil over nalatenschap. Voor het overlijden van erflater zijn er bedragen overgeboekt naar gedaagde. Volgens eiser moeten deze bedragen worden aangemerkt als leningen, die door gedaagde zijn verzwegen. Gedaagde stelt dat de bedragen zijn geschonken. De rechtbank volgt het stan
Verdeling gemeenschap. Geen dwaling, geen misbruk van omstandigheden, geen benadeling voor meer dan een kwart (artikel 3:52 BW, 3:199 BW, 6:228-230 BW, 3:196 BW)
Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksgoederenrecht. Vervolg van HR 19 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ1488, NJ 2007/62. Onrechtmatige daad door zwijgen over juiste omvang van huwelijksvermogen bij verdeling van de gemeenschap? Passeren bewijsaanbod.
Huwelijksvermogensrecht. Vernietigbaarheid echtscheidingsconvenant. Art. 3:200 BW.
Art. 3:196 BW (Laesio enormis). Man vordert wijziging (art. 3:198 BW) van eerdere verdeling wegens benadeling voor meer dan een kwart. Vrouw beroept zich op art. 3:196 lid 4 BW: Heeft de man de toedeling te zijnen bate of schade aanvaard?
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Ouderlijke boedelverdeling, art. 4:1167 (oud) BW. Verdeling; betekenis aangifte successierechten voor waardebepaling. Verzoekschriftprocedure of dagvaardingsprocedure? Art. 4:15 BW, overgangsrecht en wisselbepaling, art. 69 Rv.
Executiegeschil. “Versteknuance”. Exceptio plurium litis consortium. Verjaring.
De gevorderde pensioenverevening, omdat dit niet uitdrukkelijk is uitgesloten in het echtscheidingsconvenant, wordt afgewezen. Het is in de rechtspraktijk algemeen geaccepteerd dat een vereveningsgerechtigde als vorm van verevening afstorting vordert. Daarom is de stelling van de
Huwelijkse voorwaarden. Niet-uitgevoerd verrekenbeding. Echtscheidingsconvenant. Wilsgebrek: dwaling of misbruik van omstandigheden? Verjaring. Artikel 3:200 BW.
Is de nalatenschap stilzwijgend aanvaard in de zin van artikel 4:192 lid 1 BW? Is beroep op legitieme portie nog mogelijk?
Vervolg op Rb. Amsterdam 26 juni 2013 (ECLI:NL:RBAMS:2013:4617), Rb. Amsterdam 18 september 2013 (ECLI:NL:RBAMS:2013:5910) en HR 28 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:766). De rechtbank beantwoordt de resterende ‘voorvragen’.
Echtscheidingsconvenant. Dwaling. Beperkende werking redelijkheid en billijkheid
Ingevolge artikel 3:200 BW vervalt een rechtsvordering tot vernietiging door verloop van drie jaren na de verdeling. Naar het oordeel van de rechtbank behoeft de vraag of de vaststellingsovereenkomst als een verdeling voor de toekomst is aan te merken, zoals de vrouw stelt, of ee
Vraag of gedaagde op grond van de vaststellingsovereenkomst die partijen na echtscheiding hebben gesloten is gehouden de aan eiseres opgelegde fiscale claim voor zijn rekening te nemen. Gedaagde mag akte nemen over recente ontwikkelingen in de procedure met de fiscus die hebben g
Echtscheiding. Voor vernietiging vatbare overeenkomst in beschikking. Indien de rechter in een (echtscheidings)beschikking bepaalt dat de onderlinge vermogensrechtelijke regeling die partijen in een convenant hebben vastgelegd, als in de beschikking opgenomen wordt beschouwd, dan
Vorderingen tot vernietiging van akte verdeling en akte huwelijkse voorwaarden afgewezen.
Partijen hebben gedurende het huwelijk hun huwelijkse voorwaarden gewijzigd (van – kort gezegd – periodieke verrekening van inkomen naar koude uitsluiting) en een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin ter afwikkeling van de oorspronkelijke huwelijkse voorwaarden een verrekenv
Samenwoners met samenlevingscontract. Draagplicht hoofdelijke schuld. Stelplicht en bewijslast (r.o. 7.3).
Arubaanse zaak. In scheidingsakte is een kwijtingsbeding opgenomen. Hof oordeelt dat de latere vordering voor verdeling van de pensioenrechten van de man derhalve dient te worden afgewezen.
Art. 81 lid 1 RO. Echtscheiding. Onrechtmatige daad. Vordering tot vernietiging echtscheidingsconvenant. Bedrog? Misbruik van omstandigheden?
Nakoming echtscheidingsconvenant, vernietigingsvordering; (overeenkomstige) toepassing art. 3:196 en 3:199 BW op verdeling van vóór 1 september 1992? Beoordeling benadeling op onderdelen? Beroep op (wederzijdse) dwaling, grenzen van de rechtsstrijd. Verrekenbeding, opeisbaarheid,
Art. 81 lid 1 RO (principaal cassatieberoep). Verjaring van vordering tot vernietiging van scheiding en deling; verjaring schadevordering uit onrechtmatige daad. Incidenteel cassatieberoep: Incidenteel hoger beroep ingesteld? Uitleg gedingstukken. Kostenveroordeling.
Boedelscheiding, interpretatie convenantsbewoordingen.
Afstand van gemeenschap als bedoeld in artikel 1:103 BW. Handelen in strijd met artikel 1:107 BW? Beroep op artikel 1:107 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.