Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Is het Kadaster voor zijn vorderingen wegens inschrijvingskosten en recherchekosten rechthebbende op een aandeel in het saldo van de kwaliteitsrekening van de notaris? Art. 25 lid 3 Wet op het notarisambt.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:20 BW
Genoemd in 26 uitspraken · Officiële wettekst
26 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid. Bij vestiging erfdienstbaarheid van weg is verzuimd om de kaart waarop de loop van de weg staat aangegeven, te hechten aan de akte van vestiging. Is de erfdienstbaarheid tot stand gekomen? Zo ja, hoe loopt de weg? Verdeling kost
Sint Maarten. Overdracht van een stuk grond door een moeder aan een zoon.
Bevel aan bewaarder ex artikel 3:20 lid 2 BW om verstekvonnis in te schrijven in de openbare registers. Hoewel de verklaring van de griffier van de rechtbank dat ‘tot op heden geen verzetdagvaarding is aangebracht’ niet woordelijk overeenkomt met het bepaalde in artikel 25 lid 1
Kort geding. Inschrijving verjaringsverklaring van de notaris door de bewaarder van de openbare registers. Artikel 37 van de Kadasterwet.
Saba. Oude boedel Sint John / John Every. Perceel niet op iemands naam gesteld in registers, wel notariële aktes met familieleden verzoeker als rechtsverkrijgers. Toekenning in eigendom aan verzoeker op grond van artikel 3:200a BW
Saba. Oude boedel Cove Bay. Toekenning in eigendom aan verzoekster op grond van artikel 3:200a BW.
Saba. Oude boedel. Perceel niet op iemands naam gesteld in registers, wel een notariële akte. Toekenning in eigendom aan verzoekster op grond van artikel 3:200a BW
Saba. Oude boedel Upper Hell’s Gate. Toepassing artikel 3:200a BW.
Saba. Oude boedel Cattle Plantation. Tussenbeschikking met voorlopig oordeel. Alsnog oproepen belanghebbenden.
Saba. Oude boedel Spring Bay. Toepassing artikel 3:200a BW.
Had de notaris partijen nader moeten informeren over de mogelijkheden van verhaal bij een in een notariële akte vastgelegde leningsovereenkomst? Schendt de notaris haar zorgplicht indien zij de voorwaarden van de lening niet ter inschrijving aanbiedt aan het Kadaster? Artikel 3:1
Descente en cvp.
Kort geding. Mondeling vonnis. Weigering inschrijving verklaring van verjaring door bewaarder van het kadaster ex artikel 3:20 lid 1 BW omdat notaris niet heeft kunnen voldoen aan artikel 37 lid 1 sub a en b Kadasterwet. Geen rechterlijk bevel tot inschrijving ex artikel 3:20 lid
Geschil over kosten vervanging watertransportleiding: verhouding artikel 19 Spoorwegwet / opstalrecht en verhouding publiekrechtelijke en privaatrechtelijke toestemming.
Procesrecht. Vordering met betrekking tot processueel ondeelbare rechtsverhouding (boedelbeschrijving en verdeling nalatenschap). Te dagvaarden partijen; HR 8 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0405, NJ 1992/34. Gelegenheid tot herstel op de voet van art. 118 Rv; HR 15 maart 2013,
Kort geding. Procedure ingevolge artikel 3:20 BW. Vordering om bewaarder kadaster te bevelen alsnog over te gaan tot inschrijving notariële verklaring met betrekking tot het onstaan van een opstalrecht door verjaring afgewezen. Eiseres en haar rechtsvoorganger hebben nooit bezit
Vast staat dat saniet de voor hem/haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende kernverplichtingen niet immer naar behoren is nagekomen. Zo heeft saniet tot aan het moment van zijn/haar vrijstelling van de sollicitatieplicht onvoldoende aantoonbaar gesolliciteerd, de bewindv
Inschrijving tenaamstelling perceel in registers wegens verkrijgende verjaring (art. 37 Landsverordening Openbare Registers). Bijzondere verjaringsregel bij langdurig onverdeeld gebleven boedels (art. 3:200a lid 5 BW)
Kort geding. Gemeente vordert op de voet van artikel 3:20 BW rechterlijk bevel aan de bewaarder van het Kadaster om de notariële verklaring zoals bedoeld in artikel 34 Kadasterwet alsnog in te schrijven in het openbare register van inschrijving van feiten die betrekking hebben op
Kort geding. Eigendom deel naburig perceel overgegaan door verkrijgende verjaring? Verhouding tussen artikel 37 Kadasterwet en artikel 3:20 Burgerlijk Wetboek. Bewijs verjaring. Geen verplichting bewaarder kadaster tot inschrijving.
Hoofdzaak betreft vordering van specialist op specialistenmaatschap wegens gederfde goodwillvergoeding. Twee incidentele procedures: (1) incident tot oproeping van derden in het geding (art. 118 Rv) en (2) bevoegdheidsincident dat voorwaardelijk is ingesteld (voorwaardelijk bevoe
Bewaarder van het Kadaster weigert verkrijgende verjaring in te schrijven in de openbare registers omdat de notaris een verklaring heeft afgegeven als bedoeld in artikel 37 lid 1 onder c van de Kadasterwet. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat die weigering onterecht is.
De vraag die in dit kort geding aan de orde is, is of er aanleiding bestaat de bewaarder van het kadaster te bevelen de inschrijving in de openbare registers alsnog te verrichten (zie artikel 3:20 lid 2 BW). Hierbij is van belang dat inschrijving in de openbare registers primair
Als niet gemotiveerd betwist staat voorshands tussen partijen vast dat [geïntimeerde], voordat hij in 1994 eigenaar werd van nr 10, geen kadastraal onderzoek heeft ingesteld naar de exacte locatie van de erfgrens tussen nr 8 en nr 10. Niet is betwist dat de erfgrens toentertijd i