Strekking van de informatieplicht van de notaris.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:196 BW
Genoemd in 303 uitspraken · Officiële wettekst
303 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
Geen hoger beroep tegen afwijzing wijziging voorlopige voorziening; evenmin tegen tussenbeschikking waarbij de vrouw is toegelaten tot nader bewijs dat zij voor meer dan een kwart is benadeeld ex artikel 3:196 BW. Geen andere beslissing met betrekking tot de draagkracht dan de re
Alimentatie van € 15.000,- per maand. Getuigenverhoor in het kader van het leveren van tegenbewijs. Het hof noemt zelf een getuige die gehoord moet worden (vgl artikel 284,2 Rv).
.
Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Partijen hebben de huwelijksgoederengemeenschap verdeeld en hebben deze verdeling schriftelijk vastgelegd in correspondentie tussen de advocaten van partijen. De man vordert in conventie een verklaring voor recht dat de
In de onderhavige procedure vordert [geïntimeerde] nakoming van de optie. In voorwaardelijke reconventie (mocht de conventie worden toegewezen) vorderen [appellanten] te verklaren voor recht dat de optieverklaring nietig is op grond van dwaling c.q. bedrog c.q. misbruik van omsta
Verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap, waarbij de woning is toegedeeld aan de man. Partijen zijn in het echtscheidingsconvenant een vaststellingsovereenkomst aangegaan ter beëindiging van onzekerheid over het bedrag van de overbedeling van de man. Doordat de vrouw zich op deze
De rechtbank heeft de vordering uit hoofde van artikel 3:196 BW afgewezen. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. 4.4.2. De erven hebben de prealabele vraag voorgelegd naar het object van de verdeling bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van benadeling van meer dan
28 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C04/074HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], Spanje, EISER tot cassatie, advocaat: mr. C.L. Koets-Bolhuis, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. H
De man heeft met een beroep op artikel 1:107 BW aangevoerd dat de vrouw geen afstand kan doen van de gemeenschap. Bij dit standpunt heeft de man, in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, geen belang. Inzet van de vordering van de man is immers de nakoming van de af-spraak
Nu is komen vast te staan dat de overeenkomst tussen Whizz en de gemeente niet in strijd is met de Mededingingswet en de gemeente geen bezwaar maakt tegen de vordering om de gemeente te veroordelen de tussen haar en Whizz gesloten overeenkomst correct en volledig na te komen, kan
Echtscheidingsconvenant, benadeling voor meer dan 1/4.
Hoge van den Broek heeft subsidiair gevorderd dat voor recht wordt verklaard dat de notaris de akte kan verbeteren volgens het voorschrift van art. 45 lid 2 Wet op het notarisambt. Volgens deze bepaling is de notaris bevoegd na het verlijden van een akte kennelijke schrijffouten
Art. 3:200 BW. De verjaringstermijn tot vernietiging van een verdeling kan alleen worden gestuit door het tijdig indienen van een rechtsvordering dan wel een schriftelijke aanmaning of een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming v
Art. 2 A+B van de nadere overeenkomst van 7 januari 1998 is in strijd met het horizontaal werkende artikel 12 EVRM. Art. 2 C is in strijd met artikel 5:1 BW juncto artikel 1 Protocol van 20-3-1952 Trb 1952, 80 EVRM. Art. 2 D van de nadere overeenkomst is in strijd met de tussen p
6 februari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/312HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. M.W. Scheltema, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het
Met grief 1 bestrijdt de vrouw de overweging in het vonnis van 13 januari 2000 dat de man in feite nakoming vordert van het aanvullend convenant van 24 november 1997. Zij meent dat de inleidende dagvaarding en de daarin geformuleerde vordering er geen twijfel over laten bestaan d
Het verschil van mening tussen partijen omvat het volgende: -de gelding van de tijdens de (mislukte) mediation gemaakte afspraken ten aanzien van de waardering van de ondernemingen; -de waarde van de ondernemingen; -de toescheiding van de ondernemingen; -de door [gedaagde] opgebo
-
-
-
-
-
-
-