Convenant rechtsgeldig tot stand gekomen?
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:196 BW
Genoemd in 303 uitspraken · Officiële wettekst
303 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Vernietiging echtscheidingsconvenant op grond van een wilsgebrek, wederzijdse dwaling. Vervolg op LJN BC4956. Gebruik van de DCF-methode voor de berekening waarde van een onderneming. C200500176/MA & R200600322/MA T1 18-04-2006 LJN AZ5033 C20000176/MA T2 27-11-2007 LJN BC4956 R20
Tijdens de besprekingen over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap in het kader van een echtscheiding, onderhandelt de vrouw met een derde over de verkoop van de echtelijke woning. Is er sprake van bedrog c.q. dwaling nu de vrouw van deze onderhandelingen geen melding
Echtscheiding, nakoming echtscheidingsconvenant door gewijzigde financiële omstandigheden, pensioenverevening.
Verdelingszaak. Verschillende vraagstukken, w.o. de vraag of rechtsvordering tot vernietiging van de verdeling op grond van art. 3: 200 BW is vervallen, de vraag of toepassing van de in het convenant vastgelegde verdeling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaard
Het geschil De vrouw vordert dat de rechtbank – zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – de tussen partijen op 25 oktober 2005 gesloten overeenkomst vernietigt en bepaalt dat partijen alsnog tot een correcte verrekening komen, met veroordeling van de man in de kosten van de pr
Vernietiging van verdeling huwelijksgoederengemeenschap wegens benadeling voor meer dan een vierde.
beroepsfout advocaat
Rechtsmacht ter zake van een op onrechtmatige daad gebaseerde vordering tot vernietiging van een echtscheidingsconvenant. EEX-Vo niet van toepassing maar Nederlands-Belgisch Executieverdrag 1925 in verbinding met art. 2 en 6 Rv.
Geschil tussen broer en zus over vernietiging overeenkomst tot overdracht van economische eigendom van het onverdeelde aandeel van de zus in de voormalige ouderlijke woning wegens dwaling; overbedeling. (81 RO)
Voorlopig getuigenverhoor. C200500176/MA & R200600322/MA T1 18-04-2006 LJN AZ5033 C20000176/MA T2 27-11-2007 LJN BC4956
Art. 2 WVP. Verplichting tot afstorting van pensioenrechten die in eigen beheer zijn opgebouwd.
Geen vernietiging van de verdeling o.g.v. art. 3:196 BW, omdat benadeelde overeenkomstig lid 4 van dat artikel de toedeling te harer bate of schade heeft aanvaard.
Als meest verstrekkende verweer doet de man een beroep op artikel 3:200 BW stellende dat de inleidende dagvaarding dateert van 2 juni 2005 en dat de afspraken met betrekking tot de verdeling dateren van vóór 2 juni 2002. Dit beroep wordt afgewezen reeds omdat dit verweer niet is
vernietigbare verdeling op de voet van artikel 3:196 B.W.
Vrouw beroept zich op de nietigheid van de verdeling omdat deze deels buiten haar medeweten heeft plaatsgevonden. Verweer van de man dat de vrouw de verdeling ten eigen bate of schade heeft aanvaard wordt verworpen. Het hof stelt met toepassing van 3:185 opnieuw de verdeling vast
Criterium voor het doorbreken van afstand van het vernietigingsrecht (aanvaarding te zijnen bate of schade). Taxatie van een tot de boedel behorend woonhuis teneinde na te gaan of er sprake is van benadeling voor meer dan een kwart.
Familierecht. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap bij wege van echtscheidingsconvenant, onrechtmatige daad (verzwijging); samenloop?, de aan de bevoegdheid tot vernietiging van een verdeling (art. 3:196 BW) verbonden vervaltermijn van art. 3:200 BW staat niet eraan in de weg d
Huwelijksvermogensrecht. Geschil tussen voormalige echtelieden bij de scheiding en deling van hun ontbonden huwelijksgoederengemeenschap over de peildatum voor de waardebepaling van de voormalige echtelijke woning (81 RO).
De vordering van de vrouw zal dan ook, nu deze wegens verstrijken van een ter-mijn van drie jaar is vervallen, worden afgewezen. De vrouw zal voorts, als de in het onge-lijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.
Huwelijksvermogensrecht. Geschil tussen ex-echtelieden over de verdeling na echtscheiding van tussen hen bestaande, volgens huwelijkse voorwaarden beperkte, huwelijksgoederengemeenschap en over verrekening overeenkomstig echtscheidingsconvenant; beroep tot vernietiging convenant,
Wettelijke vervaltermijn van artikel 3:200 BW. Ambtshalve toepassing.
''...Kern van de zaak komt erop neer of het handelen dan wel de advisering van Sul in overeenstemming is geweest met de zorgvuldigheid die een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht. ...''
Huwelijksgoederenrecht. Geschil tussen ex-echtelieden over vernietiging op grond van art. 3:196 BW van een overeenkomst tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap wegens dwaling omtrent de waarde van een aandelenpakket, bedrog en benadeling; geldt hier de voorwaarde van ar
Voor de verjaring - in de voorloper van artikel 3:200 BW, artikel 1162 (oud) BW, stond nog een verjaringstermijn, al werd veelal aangenomen dat een vervaltermijn bedoeld was - heeft de wetgever in de artikelen 3:320 en 3:321 BW een verlengingsregeling gegeven voor de verjaringste