Huwelijksvermogensrecht. Gebruiksvergoeding artikel 3:169 BW. Verhouding met artikel 1:165 BW (redelijke vergoeding voor voortgezette bewoning en gebruik).
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:169 BW
Genoemd in 464 uitspraken · Officiële wettekst
464 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 17 · live
Verzoek vervangende toestemming voor verhuizing. Gebruiksvergoeding.
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden. Periodiek verrekenbeding. Verdeling eenvoudige gemeenschap. Wettelijke rente, wanneer is schuldenaar in verzuim bij niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding? Afstorting pensioenverplichting in eigen beheer, man wordt in zijn hoedanigheid van DG
Verdeling gemeenschap.
Omvang van te verdelen huwelijksgoederengemeenschap. De vrouw is eerder, op huwelijkse voorwaarden, gehuwd geweest, welk huwelijk is geëindigd door het overlijden van haar eerste man ten gevolge van een auto-ongeval, met achterlating van twee toen nog minderjarige kinderen. Voor
Echtscheidingsprocedure met als nevenverzoeken onder andere kinderalimentatie en gebruiksvergoeding echtelijke woning.
Gebruiksvergoeding voormalige echtelijke woning.
Gebruiksvergoeding echtelijke woning netto-inkomen aan zijde van alimentatiegerechtigde. Behoefte wordt daardoor verminderd.
Uitsluitend gebruik van de woning, verzoek over en weer om ten laste van de andere partij gebruiksvergoeding vast te stellen
Verzoek tot echtscheiding. Pensioenverweer.
Verdeling gemeenschappelijke vakantiewoning, ipr, geen uitstel ex 3:178 lid 3 BW
Verdeling nalatenschap. Gebruiksvergoeding. Gebruikslasten. Uitgesteld loon.
Huwelijkse voorwaarde, eenvoudige gemeenschap ten aanzien van de woning, 3:178 BW, vergoedingsrechten ten aanzien van woning, redelijkheid en billijkheid, gebruiksvergoeding
Voorlopige voorziening ter zake van medewerking aan verkoop en overdracht van registergoederen die behoren tot nalatenschap gedurende de vereffening van die nalatenschap.
Ex-samenwoners met samenlevingscontract. Draagplicht hypotheekrente versus gebruiksvergoeding ten aanzien van de gezamenlijke woning. Dat de nieuwe partner van één van partijen de gezamenlijke woning huurt is onvoldoende om op grond daarvan aan te nemen dat de betreffende ex-part
De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij moeder. Voor contact met vader bestaan volgens de raad geen contra-indicaties. Tussen de minderjarigen en hun vader is op geen enkele wijze contact mogelijk gebleken, ook niet door tussenkomst van de rechtbank, terwijl vader tot eind 2012
Buurweg (artikel 719 BW (oud)). Vraag of er sprake is van buurweg of erfdienstbaarheid van weg. Geschil over wijze van uitoefening met betrekking tot parkeergelegenheid. Positie mede-eigenaren en huurders.
Intellectuele eigendom; IPR en merkenrecht; verzoek opheffing onderbewindstelling door kantonrechter te Den Haag ex art. 3:168, lid 5 BW op Gemeenschapsmerken en - modellen, die gezamenlijk eigendom zouden zijn van een Belg en een Chinees.
Goederenrecht. Burenrecht. Mandeligheid. Het is een deelgenoot niet geoorloofd om van een mandelige zaak een gebruik te maken dat verder gaat dan een tijdelijk zich daarvan bedienen. De vraag of de andere deelgenoot of deelgenoten van een verdergaand gebruik al dan niet last onde
Verdeling onroerend goed. Vordering tot betaling van een gebruiksvergoeding alsnog afgewezen. Kosten opknappen woning. Overlegging van stukken. Verrekening.
Aankoop woning met eigen geld. Bijdrageplicht uitgaven gemeenschap 3:172 BW. Gebruikersvergoeding bepalen op 4% van aandeel in overwaarde woning.
afwikkeling samenlevingscontract conform (andere) financiële gang van zaken
Vaststelling verdeling nalatenschap. Gebruiksvergoeding.
Geen wettelijke grondslag voor toekennen vergoeding ter zake gebruik echtelijke woning in de periode voorafgaand aan echtscheiding. Wijze van berekenen gebruiksvergoeding na echtscheiding. Redelijke vermindering arbeidsduur en salaris van de man (DGA) door meer huishoudelijke tak
Gebruiksvergoeding in echtscheidingsprocedure: al dan niet toekennen dan wel matiging van een gebruiksvergoeding voor de echtelijke woning voor de duur van zes maanden na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking en na ommekomst van de duur van zes maanden. Man stelt dat h