Echtscheiding. Verdeling gemeenschap van goederen. Beoordeling rapport deskundige. Door verdeling geen behoeftigheid aan een partnerbijdrage. Rechtbank acht zich bevoegd op de verzoeken op grond van artikel 3:168 lid 2 BW te beslissen; de gebruiksvergoedingen worden als in strijd
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:166 BW
Genoemd in 735 uitspraken · Officiële wettekst
735 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Vonnis incident. Vordering op grond van art. 843a Rv en art. 3:166 BW. Verdere verantwoording naar oordeel rechtbank niet nodig. Familierechtelijke relatie tussen erflaatster en gedaagde bracht kennelijk mee dat in vertrouwen werd gehandeld. Wel rekening en verantwoording over ge
Verbintenissenrecht; verbintenis uit ander bron dan od of ovkmst
KG. Partijen twisten over de vraag hoe de beslissing in de (verbeterde) echtscheidingsbeschikking ten aanzien van de toedeling van de woning moet worden uitgelegd en, daaruit voortvloeiend, of te gelden heeft dat de woning in het licht van de door partijen verrichte handelingen n
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Vermogensrechtelijke afwikkeling van een eenvoudige gemeenschap van een woning uit een affectieve relatie. Is degen die na het verbreken van de relatie een gebruiksvergoeding verschuldigd aan de ander. In de omstandigheden van dit geval is dat niet zo.
Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag en tot vervangende toestemming om passende hulpverlening voor de minderjarigen in te schakelen afgewezen. Bevel tot afgifte paspoorten minderjarigen. Gebruiksvergoeding ten gunste van de man v
Gezag van gewijsde. Art. 236 Rv.
Verdeling zorg- en opvoedtaken en verdeling huwelijksgemeenschap.
Tijdens hun relatie hebben partijen gezamenlijk een woning gekocht. Na het einde van de relatie heeft de vrouw de woning verlaten. Beide partijen vorderen verdeling van de woning, waarbij de man de woning toebedeeld wenst te krijgen terwijl de vrouw wenst dat de woning aan een de
Erfrecht. Tweetrapsmaking. Opvragen informatie in verband met het vaststellen van de omvang van de legitieme portie.
Eindvonnis verdeling nalatenschap. Boerderij wordt toegewezen aan één der partijen, zijnde twee erfgenamen. Bezwaar tegen wijziging/ vermeerdering van eis na het tussenvonnis wordt gegrond verklaard. Geen plaats voor heroverweging van in het tussenvonnis bindende eindbeslissing.
Tussenvonnis. Erfrecht. Gedwongen schuldtoerekening (3:184 BW jo 4:228 BW) en verjaring. Terugkomen van bindende eindbeslissing.
Verdeling. Dwaling. Onaanvaardbaarheidsexceptie. Gebruiksvergoeding. Lasten gemeenschappelijke woning.
Partij A, partij B, verweerster 1 en verweerster 2 zijn broers en zussen. De moeder van partij A, partij B, verweerster 1 en verweerster 2 is overleden en zij zijn gezamenlijk haar erfgenamen. De nalatenschap van de moeder omvat onder andere een woning, waar partij B op dit momen
Verdeling eenvoudige gemeenschap
stelplicht verstek nakoming overeenkomst
Samenwoners met samenlevingsovereenkomst. Einde affectieve relatie en gemeenschappelijke huishouding. Gemeenschappelijk registergoed met woon- en winkelruimte. Winkelruimte wordt aan derde verhuurd. Vrouw bleef na einde relatie in het huis wonen, man betaalde de aan het registerg
Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Partijen zijn in 1991 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden. Partijen hebben daarin een periodiek verrekenbeding opgenomen. De rechtbank legt het begrip ‘inkomsten uit arbeid’ ruim uit, vooral omdat partijen in 1991 niet bewust hebben gekozen v
Erfrecht. Gdaagde is erfgenaam en executeur in nalatenschap. Pro se gedagvaard. Bedoeld is als executeur te dagvaarden. Door uitleg van de inhoud van de dagvaarding wordt niet duidelijk in welke hoedanigheid gedaagde is gedagvaard. Wijziging van de hoedanigheid van een partij tij
Vonnis in incident. Incident tot betaling van een voorschot ex artikel 223 Rv. Incident tot verstrekking van stukken ex artikel 3:166 lid 3 BW jo 6:2 BW jo 4:78 BW. Afwijzing van de incidentele vorderingen.
indexering met terugwerkende kracht toegepast op vastgestelde onderhoudsbijdrage.
Kort geding; deelgenoot is gehouden mee te werken aan verkoop en levering van een perceel aan een andere deelgenoot.
Op grond van artikel 3:166 lid 3 BW worden de rechtsbetrekkingen tussen deelgenoten beheerst door de eisen van redelijkheid en billijkheid. De voorzieningenrechter bepaalt dat het belang van eiser bij een spoedige verkoop van de woning op grond van de redelijkheid en billijkheid
Vordering tot verdeling gemeenschap op grond van art. 3:178 BW in samenhang met artikel 3:185 BW. Het beroep op verrekening in de zin van 6:127 BW wordt afgewezen, omdat partijen niet elkaars schuldenaar zijn.