Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:8940

2025-02-13 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/657781 / FA RK 23-8816
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-02-13
Publicatiedatum
2025-05-21
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/657781 / FA RK 23-8816
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (30.109 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Enkelvoudige Kamer


Zaak – en rekestnummers:


 C/09/657781 en FA RK 23-8816 (echtscheiding)
 C/09/664778 en FA RK 24-2768 (verdeling)

Datum beschikking: 13 februari 2025

Echtscheiding met nevenvoorzieningen



Beschikking op het op 1 december 2023 ingekomen verzoek van:




[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. van Pelt – de Jong te Bodegraven.



Als belanghebbende wordt aangemerkt:





[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R. van Venetiën te Alphen aan den Rijn .




Procedure:
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

 het verzoekschrift;
 het F9-formulier met bijlagen van 21 december 2023 van de man;
 het verweerschrift, tevens zelfstandige verzoeken, van 15 februari 2024 van de vrouw;
 het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken van 11 april 2024 van de man;
 het aanvullend zelfstandig verzoekschrift van 28 november 2024 van de vrouw;
 de brief met bijlagen van 2 december 2024 van de man, tevens houdende aanvullend verzoek;
 het F9-formulier met bijlagen van 9 december 2024 van de vrouw;
 het F9-formulier met bijlagen van 13 december 2024 van de man, tevens houdende aanvullend verzoek;
 het F9-formulier met bijlage, zijnde pleitnotities, van 19 december 2024 van de vrouw, tevens houdende wijziging van verzoek.



Op 20 december 2024 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: partijen, ieder bijgestaan door hun advocaat.




Feiten
 Partijen zijn gehuwd op [datum] 1991 te [plaats] .




Verzoek en verweer
Het verzoek van de man, na aanvulling, strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:
 primair: bepaling dat de echtelijke woning te ( [postcode] ) [plaats] , aan de [adres] , tot 1 maart 2026 onverdeeld blijft ex artikel 3:178 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW);

subsidiair: bepaling dat de man bevoegd is de bewoning en het gebruik van voornoemde woning en de bijbehorende inboedel gedurende zes maanden na inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand voort te zetten ex artikel 1:165 lid 1 BW;

 bepaling dat partijen, zolang zij nog getrouwd zijn en nog gezamenlijk eigenaar zijn van de echtelijke woning te ( [postcode] ) [plaats] , aan de [adres] , gehouden zijn om de eigenaarslasten naar rato van hun inkomen te voldoen, alsmede bepaling dat de vrouw, zodra partijen niet meer getrouwd zijn maar nog wel gezamenlijk eigenaar zijn van voornoemde woning, gehouden is om de helft van de eigenaarslasten en onderhoudskosten van de woning te voldoen;
 verdeling van de gemeenschap van goederen conform het voorstel van de man;
 bepaling dat de man een regres heeft met betrekking tot de door hem verrichte betalingen ten behoeve van de huisdieren van partijen van € 667,46, waarbij tevens wordt bepaald dat deze regresvordering door de vrouw aan de man zal dienen te worden voldaan uit het aan haar toekomende deel van de overwaarde van de woning;
 bepaling dat de man een vordering heeft op de vrouw met betrekking tot de door de vrouw over 2023 ontvangen teruggave van de Belastingdienst en wel ter hoogte van € 1.463,50, waarbij tevens wordt bepaald dat deze vordering dor de vrouw aan de man voldaan zal worden vanuit het aan de vrouw toekomende gedeelte van de overwaarde van de woning;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.


De vrouw voert – onder referte ten aanzien van het verzoek tot echtscheiding – nog verweer tegen de overige verzoeken van de man, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.



Daarnaast heeft de vrouw, na aanvulling, zelfstandig verzocht om de echtscheiding uit te spreken, met nevenvoorzieningen tot:


 veroordeling van de man tot betaling aan de vrouw van € 134,- per maand als bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw, althans een zodanige bijdrage als de rechtbank in goede justitie vaststelt, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand;
 vaststelling van de wijze van verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap conform hetgeen de vrouw heeft verzocht;
 veroordeling van de man tot betaling aan de vrouw van € 5.000,- uit hoofde van overbedeling ter zake de motoren/brommers/onderdelen;
 veroordeling van de man om onvoorwaardelijk en onherroepelijk alle medewerking en inspanning te verlenen teneinde de woning staande en gelegen te ( [postcode] ) [plaats] , aan de [adres] , zo spoedig mogelijk onderhands te verkopen via [bedrijfsnaam] Makelaardij te [plaats] , alsmede aan die makelaar een opdracht tot dienstverlening tot verkoop te geven, bij gebreke waarvan de in deze te wijzen beschikking voor de medewerking/toestemming van de man in de plaats treedt als had de man die medewerking/toestemming verleend;
 veroordeling van de man om, zodra de woning staande en gelegen te ( [postcode] ) [plaats] , aan de [adres] , zal zijn verkocht aan een derde, ter zake die woning een onherroepelijke en onvoorwaardelijke volmacht ten behoeve van de notaris tot eigendomsoverdracht/goederenrechtelijke levering van die woning af te geven/te verzorgen, bij gebreke waarvan de in deze te wijzen beschikking voor de medewerking/toestemming van de man in de plaats treedt als had de man die medewerking/toestemming verleend;
 veroordeling van de man alle verkoopadviezen van de te contracteren makelaar op te volgen/uit te voeren, en alle medewerking/inspanning te verlenen aan de werkzaamheden die nodig zijn voor een gunstig verkoopproces, waaronder het gelegenheid bieden voor het maken van foto’s en bezichtigingen door de makelaar met potentiële kopers, waarbij de woning staande en gelegen te ( [postcode] ) [plaats] , aan de [adres] , in een zoveel mogelijk presentabele staat dient te verkeren, al het voorgaande op verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat de man na betekening van de in deze te wijzen beschikking in gebreke blijft aan een of meer van de veroordelingen/verplichtingen te voldoen;
 veroordeling van de man tot betaling aan de vrouw van een gebruiksvergoeding van

€ 525,- per maand, althans een zodanige vergoeding als de rechtbank in goede justitie vaststelt, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding;
 primair: vaststelling dat alle bitcoins/crypto die behoren tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap (op grond van artikel 3:194 lid 2 BW) worden toebedeeld aan de vrouw, zonder nadere verrekening/vergoeding, althans toekomen aan de vrouw zonder verdere verrekening/vergoeding;


subsidiair: toedeling van alle bitcoins/crypto die behoren tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap aan de man, onder de verplichting de helft van de onderhandse verkoopwaarde daarvan aan de vrouw te voldoen/vergoeden;

meer subsidiair: veroordeling van de man om binnen twee dagen na betekening van de in deze te wijzen beschikking aan de vrouw inzage in en afschriften te geven van alle mutaties/boekingen ter zake van al zijn bitcoin-accounts/crypto, inzage in en afschriften te geven van de totale waarde van alle in zijn bitcoin-accounts aanwezige assets en het waarde verloop daarvan gedurende de periode van 1 januari 2021 tot en met heden, en/of alle stukken/gegevens waarover de man beschikt of kan beschikken ter zake de hoeveelheid bitcoins die hij tijdens het huwelijk van partijen heeft gekocht/in eigendom heeft verkregen en die behoren of hebben behoord tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van partijen, waaronder in ieder geval alle screenshots van alle gegevens op de telefoon(s) van de man en e-mails/berichten die betrekking hebben op deze bitcoins/assets/accounts, al het voorgaande op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat de man na betekening van de in deze te wijzen beschikking, in gebreke blijft aan een of meer van de veroordelingen/verplichtingen te voldoen;


 veroordeling van de man tot betaling/vergoeding aan de vrouw van alle door hem ontvangen huur– en zorgtoeslag die voor de vrouw was bestemd;
 primair: betaling van de man door de vrouw van € 1.985.50 in het kader van de teruggave 2023;



subsidiair: betaling van de man door de vrouw van € 1.084,50 in het kader van de teruggave 2023;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.



De man voert – onder referte ten aanzien van het verzoek tot echtscheiding – nog verweer tegen de overige zelfstandige verzoeken van de vrouw, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.




Beoordeling


Echtscheiding

Beide partijen verzoeken de rechtbank om de echtscheiding uit te spreken. Tussen partijen staat daarmee vast dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De verzoeken tot echtscheiding worden daarom, als op de wet gegrond, toegewezen.




Partneralimentatie

Partijen hebben op de zitting overeenstemming bereikt over de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie. Zij zijn overeengekomen dat de man € 56,- bruto per maand aan de vrouw zal voldoen. Zodra de man in oktober 2025 met pensioen gaat, zullen partijen in onderling overleg onderzoeken of er een wijziging van deze partneralimentatie noodzakelijk is. De rechtbank zal conform deze overeenstemming beslissen. Hoewel de afspraak over het evalueren van de partneralimentatie in oktober 2025 zich niet leent voor opname in het dictum, gaat de rechtbank ervan uit dat partijen zich aan deze afspraak zullen houden.




Verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap

Nu partijen geen huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt, moet worden aangenomen dat
tussen hen een algehele gemeenschap van goederen bestaat. Als uitgangspunt geldt dat de ontbonden huwelijksgemeenschap bij helfte tussen hen wordt verdeeld (artikel 1:100 BW, zoals dat gold voor 1 januari 2018).




Peildatum

Voor het vaststellen van de omvang van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap geldt de datum van indiening van het verzoekschrift bij de rechtbank. Op de zitting is met partijen besproken dat de advocaat van de man het verzoekschrift op 30 november 2023 heeft ingediend, maar dat het verzoekschrift op 1 december 2023 bij de rechtbank is binnengekomen. Partijen hebben in onderling overleg besloten dat zij de voor de omvang de peildatum van 30 november 2023 wensen aan te houden. De rechtbank gaat daarom uit van deze peildatum.



Als peildatum voor de waardering van de te verdelen goederen geldt de datum van verdeling, tenzij de man en de vrouw anders overeenkomen of op basis van de redelijkheid en billijkheid daarvan moet worden afgeweken. Dit laatste is gesteld noch gebleken.




Omvang

Partijen hebben gesteld dat de volgende vermogensbestanddelen in hun ontbonden huwelijksgoederengemeenschap vallen:



de echtelijke woning, staande en gelegen aan de [adres] te [plaats] en de hieraan verbonden hypothecaire geldlening;


de saldi op de bankrekeningen;


de auto (Fiat Panda);


de inboedelgoederen;


motoren en brommers, alsmede klusonderdelen;


vier katten en een hond;


bitcoin.




De rechtbank dient verder een oordeel te geven over de eigenaarslasten en een gebruiksvergoeding, alsook over verschillende (overige) vorderingen over en weer.




Ad. 1: de echtelijke woning aan de [adres] te [plaats] en de hieraan verbonden hypothecaire geldlening

Partijen hebben op de zitting overeenstemming bereikt over de echtelijke woning en de hieraan verbonden hypothecaire geldlening. De man stelt binnen één week voor zijn pensioendatum, dus uiterlijk op 6 oktober 2025, drie makelaars voor aan de vrouw om de echtelijke woning te taxeren. Vervolgens kiest de vrouw uit deze drie makelaars één makelaar die de woning zal taxeren. De vrouw laat uiterlijk één week na het door de man ontvangen voorstel aan de man weten welke makelaar zij heeft gekozen. Mocht de vrouw binnen deze termijn geen keuze maken, dan mag de man de makelaar kiezen.
Vervolgens geven partijen de gekozen makelaar de opdracht om de woning te taxeren.
De taxatie van de woning dient uiterlijk eind augustus/begin september 2025 plaats te vinden. De door de makelaar getaxeerde waarde van de woning is bindend tussen partijen. Nadat de waarde van de woning bekend is, krijgt de man drie maanden de tijd om te bezien of hij financieel in staat is om de woning over te nemen. Indien hij hiertoe in staat is, worden de woning en de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening aan de man toebedeeld, onder de voorwaarden dat hij de helft van de overwaarde van de woning aan de vrouw voldoet en zich zal inspannen om de vrouw te doen ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid ten aanzien van de aan de woning verbonden hypothecaire geldlening. Indien de man financieel niet in staat is om de woning over te nemen, zal de woning worden verkocht aan een derde. De man zal hiervoor opnieuw drie makelaars voorstellen aan de vrouw. Vervolgens kiest de vrouw binnen één week na ontvangst van dit voorstel één makelaar. Indien de vrouw binnen deze termijn geen makelaar kiest, mag de man een makelaar kiezen. Beide partijen geven vervolgens binnen één week aan de gekozen makelaar de opdracht tot verkoop van de woning. Partijen laten zich door de betreffende makelaar adviseren over de vraagprijs. Ook de overige adviezen van de makelaar zullen door partijen worden gevolgd. Vervolgens zullen partijen in onderling overleg de opleverdatum van de woning vaststellen, waarbij de wens van de kopers leidend is. De man zal er voor zorgen dat hij uiterlijk twee dagen voor de opleverdatum de woning verlaat.
Tot slot zijn partijen overeengekomen dat eventuele vorderingen over en weer worden verrekend zodra de overdracht van de echtelijke woning heeft plaatsgevonden. De rechtbank zal conform deze overeenstemming beslissen.




Ad. 2: de saldi op de bankrekeningen

Partijen hebben in de loop van de procedure overeenstemming bereikt over de verdeling van de saldi op de bankrekeningen. Het saldo op de gezamenlijke bankrekening met rekeningnummer [rekeningnummer 1] wordt aan de man toebedeeld, onder de voorwaarde dat hij de helft van dit saldo op de omvang peildatum (zijnde 30 november 2023) aan de vrouw voldoet. Het saldo op de rekening op naam van de man, met rekeningnummer [rekeningnummer 2] , wordt aan de man toebedeeld, onder de voorwaarde dat hij de helft van dit saldo op de omvang peildatum (zijnde 30 november 2023) aan de vrouw voldoet. De saldi op de rekeningen op naam van de vrouw, zijnde [rekeningnummer 3] , met de hieraan verbonden spaarrekening [spaarrekening] , worden aan de vrouw toebedeeld, onder de onder de voorwaarde dat zij de helft van deze saldi op de omvang peildatum (zijnde 30 november 2023) aan de man voldoet. De rechtbank zal conform deze overeenstemming beslissen.





Ad. 3: de auto

Partijen hebben op de zitting overeenstemming bereikt over de auto. De auto wordt aan de man toebedeeld, onder de voorwaarde dat hij de helft van de waarde van de auto aan de vrouw voldoet. Partijen zijn op de zitting overeengekomen dat de auto € 500,- waard is, zodat de man € 250,- aan de vrouw dient te voldoen. De rechtbank zal conform deze overeenstemming beslissen.




Ad. 4: de inboedelgoederen

Partijen hebben op de zitting overeenstemming bereikt over de inboedelgoederen. De man heeft op de zitting aangegeven dat hij de inboedelgoederen van de vrouw al heeft ingepakt en heeft klaargezet in de schuur. De vrouw zal deze inboedelgoederen ophalen. Mocht de vrouw na het ophalen van deze inboedelgoederen constateren dat er nog goederen ontbreken, dan zal zij een lijstje van deze ontbrekende goederen maken en deze lijst aan de man geven. Mochten partijen er naar aanleiding van deze lijst in onderling overleg niet uitkomen, dan zullen de advocaten dit verder samen oppakken. De rechtbank zal conform deze overeenstemming beslissen.




Ad. 5: motoren, brommers en klusonderdelen

De vrouw stelt dat de man motoren, brommers en klusonderdelen bezit. Zij schat de waarde van deze vermogensbestanddelen op € 10.000,-. De man betwist dat hij deze vermogensbestanddelen in bezit heeft. De vrouw heeft, in het licht van deze betwisting door de man, niet nader met stukken onderbouwd dat deze vermogensbestanddelen aanwezig zijn. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw met betrekking tot deze vermogensbestanddelen daarom afwijzen.




Ad. 6: vier katten en een hond

Partijen hebben in onderling overleg al bepaald wie welke huisdieren na de echtscheiding zal verzorgen. Zij hebben hun verzoeken op dit punt daarom op de zitting ingetrokken.
De rechtbank heeft op dit punt dus niets meer te beslissen.




Ad. 7: bitcoin

De man stelt, en verwijst ter onderbouwing daarvan naar door hem overgelegde stukken, dat partijen 0.001767 aan bitcoin bezitten. Hij verzoekt dat deze bitcoin aan hem worden toebedeeld, onder betaling van de helft van de waarde op de peildatum aan de vrouw. De vrouw schat dat partijen minimaal 10 bitcoins hebben. De vrouw heeft echter geen begin van onderbouwing geleverd dat partijen deze hoeveelheid aan bitcoins bezitten. De rechtbank zal daarom het verzoek van de man toewijzen.






Eigenaarslasten en gebruiksvergoeding

De vrouw draagt op geen enkele wijze bij aan de eigenaarslasten. De man verzoekt de rechtbank daarom te bepalen dat, zolang partijen nog getrouwd zijn, zij gehouden zijn om de eigenaarslasten naar rato van hun inkomen te voldoen. Ook verzoekt de man te bepalen dat, zodra partijen gescheiden zijn maar nog gezamenlijk eigenaar van de woning, zij gehouden zijn om de eigenaarslasten ieder bij helfte te voldoen.



De vrouw verzoekt op haar beurt een gebruiksvergoeding. Zij heeft op 6 oktober 2023 de echtelijke woning verlaten en stelt dat zij op grond van artikel 3:169 BW een gebruiksvergoeding kan vorderen. Gezien de wettelijke rente van 7% en de wettelijke handelsrente van 12,5%, acht de vrouw een gebruiksvergoeding van 7% van de overwaarde redelijk.



De rechtbank maakt in het kader van deze verzoeken onderscheid tussen twee perioden, namelijk de periode voor de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking (waarin partijen nog gehuwd zijn) en de periode na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking (wanneer partijen niet langer gehuwd zijn).



Ten aanzien van de periode voor de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking overweegt de rechtbank als volgt. De man moet stellen en (bij betwisting) onderbouwen op welke kosten de door hem gestelde eigenaarslasten exact zien, waartoe de rechtbank ook de gemeentebelasting rekent van 2024, wat hij hieraan heeft bijgedragen en dat hij meer heeft bijgedragen dan waartoe hij naar rato gehouden is.
De rechtbank kan niet wijs worden uit wat de man in dit kader heeft gesteld en wat hij aan onderbouwing heeft overgelegd, waarbij onduidelijk is om welke kosten het precies gaat.
De rechtbank kan niet vaststellen of, en zo ja, in welke mate, de man op basis van de inkomens van partijen eventueel onevenredig heeft bijgedragen in deze kosten. Aangezien de man zijn verzoeken, gelet op de gemotiveerde betwisting door de vrouw, onvoldoende heeft onderbouwd, zal de rechtbank deze verzoeken afwijzen. Ten aanzien van deze periode zal de rechtbank het verzoek van de vrouw om een gebruiksvergoeding ook afwijzen. Zolang het huwelijk nog niet is ontbonden, zijn partijen namelijk gehouden elkaar het nodige te verschaffen.



Ten aanzien van de periode na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank zal voor deze situatie de eigenaarslasten en de gebruiksvergoeding tegen elkaar wegstrepen. Volgens artikel 3:172 BW dienen partijen na de inschrijving van de echtscheiding de eigenaarslasten bij helfte te voldoen. Op grond van artikel 3:169 BW mag de partij die het voortgezet gebruik van de woning niet heeft een gebruiksvergoeding vorderen. Artikel 3:169 BW bepaalt dat iedere deelgenoot, tenzij een regeling anders bepaalt, bevoegd is tot het gebruik van een gemeenschappelijk goed, mits dit gebruik met het recht van de overige deelgenoten te verenigen is. De deelgenoot die het goed met uitsluiting van de andere deelgenoot gebruikt moet die andere deelgenoot, die aldus verstoken is gebleven van het gebruik en genot, schadeloos stellen, bijvoorbeeld door het betalen van een gebruiksvergoeding. Daarbij dienen de redelijkheid en de billijkheid die de rechtsbetrekkingen tussen deelgenoten beheersen (artikel 3:166 lid 3 BW) tot maatstaf. De rechtbank oordeelt dat in dit geval uit de redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat de man de vrouw een gebruiksvergoeding moet betalen die qua omvang gelijk is aan de bijdrage van de vrouw in de door de man genoemde eigenaarslasten van de woning. De door de vrouw aan de man te betalen bijdrage in de eigenaarslasten kan dus worden weggestreept tegen de door de man aan de vrouw te betalen gebruiksvergoeding, zodat zij over en weer in dit kader niets van elkaar te vorderen hebben.
Anders dan door de advocaat van de vrouw op de zitting naar voren is gebracht is de rechtbank niet gebleken dat deze posten niet tegen elkaar kunnen worden weggestreept omdat de gebruiksvergoeding vele malen hoger is dan de helft van deze eigenaarslasten, te meer nu de rechtbank het door de vrouw gestelde percentage van 7% van de overwaarde niet redelijk acht, gelet op de lijn in de huidige jurisprudentie (waarbij er recentelijk percentages worden aangehouden van tussen de 0,5% en 2%).




Vorderingen over en weer


Vordering in verband met kosten voor de huisdieren

De man heeft in de periode van 30 november 2023 tot 27 juni 2024 (het moment dat partijen de dieren feitelijk hebben verdeeld) € 667,46 aan de dieren besteed (voer, kattengrit etc.). De vrouw dient volgens hem de helft van deze kosten aan de man te voldoen.



De rechtbank is van oordeel dat de kosten van de huisdieren vallen onder de kosten van de huishouding. Zoals hiervoor is overwogen, dienen partijen de kosten van de huishouding naar evenredigheid van hun inkomen te voldoen. De man heeft niet onderbouwd aangetoond dat hij meer heeft bijgedragen dan waar hij naar rato van zijn inkomen toe gehouden is.
De rechtbank zal dit verzoek van de man daarom afwijzen.




Energietoeslag

De vrouw stelt dat de man € 1.300,- van de gemeente heeft ontvangen in het kader van energietoeslag. Zij stelt dat iedere partij de helft van dit bedrag dient te ontvangen. De man geeft aan dat hij de toeslag op 1 december 2023 op zijn rekening heeft ontvangen, maar dat de volledige energietoeslag aan hem toekomt. De toeslag is immers bedoeld als compensatie voor de gemaakte energiekosten en de man heeft de volledige energiekosten betaald. De rechtbank overweegt als volgt. De man heeft deze toeslag na ontbinding van de gemeenschap ontvangen. De toeslag heeft echter betrekking op de periode tot ontbinding van de gemeenschap en moet daarom bij helfte worden gedeeld.. Nu de man heeft erkend dat hij deze toeslag heeft ontvangen, dient hij de helft hiervan, zijnde € 650,-, aan de vrouw te voldoen.




Zorg- en huurtoeslag

De vrouw stelt dat de aan haar toegekende huur- en zorgtoeslag over de periode januari 2024 tot en met maar 2024 van € 1.100,- abusievelijk is gestort op de bankrekening van de man. De man dient dit bedrag aan de vrouw te vergoeden.



De man betwist dat hij ooit huurtoeslag namens de vrouw heeft ontvangen. Hij erkent dat hij op 20 december 2023 en op 22 januari 2024 hoogstwaarschijnlijk de aan de vrouw toekomende zorgtoeslag heeft ontvangen. Hij heeft deze te veel ontvangen toeslag echter al terugbetaald aan de Belastingdienst (zoals nader onderbouwd in producties 17 t/m 19), zodat de vrouw deze toeslag daar zelf kan aanvragen. Dit kan nog tot 1 september 2025, aldus de man.



De rechtbank overweegt als volgt. In het licht van de betwisting door de man, had de vrouw nader met stukken moeten onderbouwen dat de man huurtoeslag namens de vrouw heeft ontvangen. Nu zij dit heeft nagelaten, zal de rechtbank dit verzoek afwijzen. Ten aanzien van de zorgtoeslag heeft de man met stukken onderbouwd dat hij deze voor de vrouw ontvangen toeslag heeft teruggestort aan de Belastingdienst. Het is daarom aan de vrouw om deze toeslag te vorderen bij de Belastingdienst in plaats van bij de man. Ook dit verzoek van de vrouw wordt dus afgewezen.




Teruggave van de Belastingdienst over 2023

De vrouw stelt dat de man de volledige teruggave van de Belastingdienst van 2023, ter hoogte van € 3.070,-, heeft ontvangen. Volgens de vrouw is dit bedrag namelijk overgemaakt naar een bankrekening op naam van de man. Zij verzoekt dan ook te bepalen dat de man de helft van dit bedrag aan haar dient te voldoen. Volgens de man heeft de vrouw echter dit bedrag ontvangen, gelet op productie 1 van de zijde van de vrouw. De vrouw dient daarom de helft van dit bedrag aan hem te voldoen. De man heeft zelf over 2023 een teruggave van in totaal € 206,17 ontvangen, waarvan de helft (€ 103,09) toekomt aan de vrouw.



Dat betekent dat de vrouw dus nog € 1.431,91 aan de man dient te voldoen.





Beslissing
De rechtbank:


spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 1991 te [plaats] ;



*



bepaalt dat – volgens de onderling getroffen regeling – de man aan de vrouw, met ingang van de dag dat de beschikking van echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, een partneralimentatie van € 56,- bruto per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;



*



stelt de verdeling van de gemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
1. aan de man worden toegedeeld:


1.1.
de echtelijke woning staande en gelegen aan de [adres] te [plaats] en de hieraan verbonden hypothecaire geldlening, onder de voorwaarden zoals hiervoor in het lichaam van deze beschikking is omschreven;


1.2.
de saldi op de gezamenlijke bankrekening van partijen en de rekening die op naam van de man staan, onder de voorwaarde dat hij de helft van de saldi op de omvang peildatum (30 november 2023) aan de vrouw voldoet;


1.3.
de auto, onder de voorwaarde dat hij € 250,- aan de vrouw voldoet;


1.4.
een deel van de inboedelgoederen, in onderling overleg tussen partijen te bepalen;


1.5. 0.001767

0.001767 aan bitcoin, onder de voorwaarde dat de man de helft van de waarde op de peildatum (zijnde datum verdeling) aan de vrouw voldoet;
2. aan de vrouw worden toegedeeld:



2.1.
de saldi op de rekeningen op naam van de vrouw, onder de voorwaarde dat zij de helft van de saldi op de omvang peildatum (30 november 2023) aan de man voldoet;


2.2.
een deel van de inboedelgoederen, in onderling overleg tussen partijen te bepalen;


*



bepaalt dat de man jegens de vrouw bevoegd is de bewoning van de echtelijke woning aan de [adres] , [postcode] te [plaats] en het gebruik van de zaken die behoren bij deze woning, voort te zetten totdat de woning aan hem is toebedeeld dan wel tot twee dagen voor de opleverdatum van de woning aan een derde;



*



bepaalt dat de man, uit hoofde van de door hem ontvangen energietoeslag, € 650,- aan de vrouw dient te voldoen;




*



bepaalt dat de vrouw, uit hoofde van de door haar ontvangen teruggave van de Belastingdienst over 2023, € 1.431,91 aan de man dient te voldoen;



*



verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



*



wijst af het meer of anders verzochte.










Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.M. Vingerling, rechter, bijgestaan door
mr. A.M. Lokhorst als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 februari 2025.