Hoofdzaak. Ondanks schending publicatieplicht bestuurder niet aansprakelijk voor faillissementstekort op grond van artikel 2:248 lid 2 BW. Het betoog van de bestuurder, dat andere feiten of omstandigheden dan de (op basis van de schending van de publicatieplicht vaststaande) onbe
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:394 BW
Genoemd in 461 uitspraken · Officiële wettekst
461 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Kort geding. Toewijzing vordering tot intrekking fraudemelding bij FIOD. Fraudemelding is onrechtmatig. Daarin geuite vermoedens zijn niet gebaseerd op redelijke gronden en met fraudemelding is gedreigd om een derde tot betaling aan te zetten.
Eindvonnis; vaststelling van kennelijk onbehoorlijk bestuur, persoonlijke aansprakelijkheid voor faillissementstekort en oplegging van bestuursverbod; artikel 106a lid sub d Fw: bestuurder was ten minste tweemaal eerder betrokken bij een faillissement van een rechtspersoon en hem
bestuurdersaansprakelijkheid, boekhoudplicht, publicatieplicht, bewijsvermoeden, katvanger
curator q.q. vordert (verkort weergegeven) dat de rechtbank zijn vordering in het faillissement erkent tot een bedrag van € 475.029,08. Bestuurdersaansprakelijkheid. De rechtbank erkent de vordering die [curator] q.q. in het faillissement heeft ingediend.
Ondernemingsrecht. Art. 2:249 BW. Bestuurdersaansprakelijkheid voor misleidende tussentijdse cijfers vennootschap, verstrekt aan financier ivm aanvraag achtergestelde lening van € 2,5 mio. Bestuurlijke verantwoordelijkheid. Geen disculpatie. Schade en causaal verband. Geen eigen
Aansprakelijkheid van de bestuurder voor het faillissementstekort. De rechtbank komt op grond van art. 2:248 lid 4 BW tot een aanzienlijke matiging van het bedrag waarvoor de bestuurder aansprakelijk is.
Bestuurder aansprakelijk op grond van artikel 2:248 BW. Niet voldaan aan deponeringsplicht (2:394 BW). Geen onbelangrijk verzuim nu meerdere jaren niet zijn gedeponeerd. Arrestatie bestuurder vlak voor faillietverklaring ontzenuwt bewijsvermoeden niet.
Faillissement zorgbureaus. Aansprakelijkheid voor ontstane faillissementstekorten. Kennelijk onbehoorlijk bestuur. Administratieplicht op ernstige wijze geschonden. Civielrechtelijk bestuursverbod voor de tijd van vijf jaar.
Bestuurdersaansprakelijk; schending boekhoudplicht; belangrijke oorzaak van het faillissement? Pauliana
Bestuurdersaansprakelijkheid. Vraag of bestuurder op grond van art. 2:11 BW aansprakelijk kan worden gehouden en daarmee vraag van toepasselijk recht kan in midden blijven. Geen prejudiciële vragen. Bestuurder aansprakelijk op grond van art. 2:248 BW.
Verrichte werkzaamheden door accountant. Facturen onbetaald gelaten. Geen sprake van tekortkomingen dan wel (grove) fouten door accountant.
De rechtbank verklaart dat gedaagde zich als bestuurder van het bedrijf onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de schuldeisers en aansprakelijk is voor het gehele tekort in het faillissement.
Onderwerp van geschil is of gedaagden, als bestuurder en indirect bestuurder van een inmiddels failliete besloten vennootschap, onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:248 BW of artikel 2:9 BW verweten kan worden. De rechtbank wijst de vorderingen af
Civielrechtelijk bestuursverbod ex art 106a Fw; persoonlijk verwijt; drie faillissementen en tekorschieten informatie- en medewerkingesplicht jegens curator; schorsing als bestuurder.
De curator spreekt de bestuurder, de holding en de zustermaatschappij van de gefailleerde vennootschap aan op verschillende grondslagen: artikel 2:248 BW (onbehoorlijk bestuur), artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad), artikel 47 Fw (faillissementspauliana), artikel 6:212 (ongerech
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Schending deponeringsverplichting. Geen onbelangrijk verzuim. Andere oorzaken voor faillissement dan onbehoorlijke taakvervulling.
-
Gehoudenheid tot betaling van facturen voor accountantswerkzaamheden. Tekortkoming accountant wegens te late deponering jaarrekening?
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW
Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement. De (indirecte) bestuurders, met uitzondering van één die niet nalatig is geweest, zijn hoofdelijk aansprakelijk vanwege het handelen bij de inbreng van een Turkse vennootschap en vanwege fraude.
Vordering opheffing conservatoir beslag. Beslag op grond van artikel 1:96 lid 1 BW, op aandeel van echtgenote (niet-schuldenaar) in woning die tot huwelijksgemeenschap behoort (Hof Arnhem 22 februari 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BC5100).
Onbehoorlijk bestuur, bestuurder aansprakelijk voor tekort in faillissement.
OK; enquête; toewijzing van het verzoek tot het bevelen van een onderzoek.
Afwijzing faillietverklaring wegens geen baten ontbonden vennootschap