Enquêterecht. Ontvankelijkheid. Belang. Doeleinden enquête. Vaststelling wanbeleid zonder definitieve voorzieningen te treffen. Vaststelling wanbeleid voor partijen bindend behoudens cassatie. Begrip wanbeleid. Werkwijze onderzoeker. Art. 6 EVRM.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:359 BW
Genoemd in 14 uitspraken · Officiële wettekst
14 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Ondernemingsrecht (Curaçao). Vervolg van HR 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2574. Toewijzing van verzoek om enquête te gelasten. Overgangsrecht met betrekking tot de regeling van het enquêterecht. Reikwijdte van het te verrichten onderzoek. Kan onderzoek ook andere bezwaren omv
Ondernemingsrecht. Recht van enquête. Klachten m.b.t. toepassing door OK van art. 2:349a leden 2 en 3 BW bij coöperatie met drie leden in meerdere beschikkingen i.v.m. (handhaving van) benoeming van tijdelijke bestuurder, benoeming van tijdelijke commissaris (met een doorslaggeve
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze vennootschap en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Klachten dat een niet-verschenen belanghebbende niet deugdelijk is opgeroepen en dat de ondernemingskamer bij verbeteri
Enquêterecht. Ontvankelijkheid. Belang. Doeleinden enquête. Vaststelling wanbeleid zonder definitieve voorzieningen te treffen. Vaststelling wanbeleid voor partijen bindend behoudens cassatie. Begrip wanbeleid. Werkwijze onderzoeker. Art. 6 EVRM.
Procesrecht. Executiegeschil, verbeurte van dwangsommen. Gezag van gewijsde van beschikking in enquêteprocedure (art. 2:349a lid 2 BW) waarin ondernemingskamer als dwangsomrechter optrad? Rechts- en motiveringsklachten.
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Concernenquête. Zorgvuldigheidsverplichting en art. 2:8 lid 1 BW. Onmiddellijke voorzieningen.
Enquête; tussentijds beroep; art. 401a, 426 Rv. Beschikking ondernemingskamer waarbij verweerster in cassatie is aangemerkt als belanghebbende is een tussenbeschikking; eiseres niet-ontvankelijk cassatieberoep.
-
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure. Wanbeleid grootaandeelhouder wegens blokkering van besluitvorming over financiering. Aan onderzoek en rapportage in enquêteprocedure te stellen eisen.
OK; Enquete; lopend onderzoek; afwijzing verzoek tot zekerheidstelling voor kosten van het onderzoek via bankgarantie en op straffe van een dwangsom; artikel 2:350 lid 3 BW, toepasselijkheid van de aan artikel 2:359 lid 2 BW ten grondlag liggende regel.
Enquêterecht. Verzoek als bedoeld in art. 2:345 lid 1 BW kan niet meer worden ingetrokken indien hierop met een uitdrukkelijk dictum is beslist; meest gerede partij kan zich met een verzoek tot beëindiging tot de ondernemingskamer richten. Oordeel dat curatoren van de failliete r
Enquêterecht. Wanbeleid. Tijdelijke overdracht ex art. 2:356 BW van aandelen van in buitenland gevestigde aandeelhouder in vennootschap die onderwerp is van enquête. Bevoegdheid bestuurder om namens die buitenlandse aandeelhouder op te treden, te beoordelen o.g.v. Wet conflictenr
BESCHIKKINGEN LAURUS N.V. De Ondernemingskamer heeft heden, 16 oktober 2003, uitspraak gedaan in de zaak tussen UB HOLDING B.V. en LIJMAR B.V. (advocaten: mr. E.M. Soerjatin en mr. M. Holtzer) en LAURUS N.V. (advocaat: Mr. M.W. den Boogert). De Ondernemingskamer heeft verstaan da