Ondernemingsrecht; enquêterecht; procesrecht. Onderzoek naar beleid en gang van zaken van SNS-vennootschappen. Medewerkingsplicht. Mogen de vennootschappen inzage weigeren in notulen, bestuursbesluiten en correspondentie, voor zover daarin informatie staat die is uitgewisseld me
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:355 BW
Genoemd in 162 uitspraken · Officiële wettekst
162 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vennootschapsrecht. Enquêterecht. Joint venture. Belang van de vennootschap: bevorderen van bestendige succes onderneming en, bij joint venture, aard en inhoud samenwerking aandeelhouders. Zorgvuldigheidsplicht met betrekking tot belangen van stakeholders. HR 9 juli 2010, ECLI:NL
Enquêterecht. Ontvankelijkheid. Belang. Doeleinden enquête. Vaststelling wanbeleid zonder definitieve voorzieningen te treffen. Vaststelling wanbeleid voor partijen bindend behoudens cassatie. Begrip wanbeleid. Werkwijze onderzoeker. Art. 6 EVRM.
8 april 2005 Eerste Kamer Nr. R04/005HR (OK 109) JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. LAURUS N.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch, 2. [Verzoeker 2], wonende te [woonplaats], 3. [Verzoeker 3], wonende te [woonplaats], 4. [Verzoeker 4], wonende te [woonplaats
Ondernemingsrecht. Enquête en het functioneren van commissarissen. Ondernemingskamer mag daarover oordelen i.v.m. de voorzieningen ex art. 2:354 en 356 BW. Geen bevoegdheid Ondernemingskamer t.a.v. hun persoonlijke aansprakelijkheid voor gevolgen wanbeleid. Veroordeling in kosten
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze vennootschap en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Klachten dat een niet-verschenen belanghebbende niet deugdelijk is opgeroepen en dat de ondernemingskamer bij verbeteri
Ondernemingsrecht. Recht van enquête. Klachten m.b.t. toepassing door OK van art. 2:349a leden 2 en 3 BW bij coöperatie met drie leden in meerdere beschikkingen i.v.m. (handhaving van) benoeming van tijdelijke bestuurder, benoeming van tijdelijke commissaris (met een doorslaggeve
Caribische zaak. Enquêterecht. Havenbedrijf Sint Maarten. Enquêteverzoek van OM om redenen van openbaar belang. Afweging van belangen.
Enquêterecht. Vervolg HR 25 juni 2010, LJN BM0710, NJ 2010/370. Certificering van aandelen die ex art. 2:356 BW tijdelijk ten titel van beheer waren overgedragen. Verzoek om onmiddellijke voorziening tot vernietiging besluit tot certificering. Verzoek als bedoeld in art. 2:349a l
Ondernemingsrecht (Curaçao). Vervolg van HR 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2574. Toewijzing van verzoek om enquête te gelasten. Overgangsrecht met betrekking tot de regeling van het enquêterecht. Reikwijdte van het te verrichten onderzoek. Kan onderzoek ook andere bezwaren omv
OK; enquêterecht; tweede fase; er wordt verstaan dat uit het onderzoeksverslag blijkt van wanbeleid en wie daarvoor verantwoordelijk zijn; de bestuurder wordt ontslagen en er wordt voor bepaalde duur een bestuurder benoemd; er wordt bepaald dat de in beheer overgedragen aandelen
De Ondernemingskamer heeft geoordeeld dat uit het onderzoeksverslag blijkt van wanbeleid van Fortis N.V. in de periode vanaf september 2007 tot en met september 2008 met betrekking tot de uitvoering van haar solvabiliteitsplanning in 2008, de informatieverschaffing over haar subp
-
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Eerste fase. Ondernemingskamer treft, op verzoek vennootschap en OK-bestuurder, nadere onmiddellijke voorzieningen (ge- en verboden, versterkt met dwangsom) ter waarborging volle werking eerder getroffen onmiddellijke voorzieningen o.v.v. art. 2:3
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze vennootschap en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Klachten dat een niet-verschenen belanghebbende niet deugdelijk is opgeroepen en dat de ondernemingskamer bij verbeteri
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure Meavita-concern. Beschikking niet uitgesproken door het in de wet bepaalde aantal rechters (art. 5 RO). Verhaal van onderzoekskosten op bestuurders (art. 2:354 BW): ook door vakbond? Verwijtbaarheid bestuurder vereist? Samenhang met zaak 16/005
ASMI. Enquêteprocedure; Verantwoordelijkheid van bestuur van de vennootschap voor de te volgen strategie en voor de corporate governance; geen voorafgaand overleg vereist met aandeelhouders over handelingen waartoe het bestuur bevoegd is (Vgl. HR 13 juli 2007, NJ 2007, 434, ABN A
-
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking. Conclusie in samenhangende zaken 23/03186 en 23/03233. Klachten met betrekking tot OK-oordeel inzake wanbeleid (art. 2:355 BW), vernietiging déchargebesluiten (art. 2:356 BW) en veroordeling in onderzoekskosten (art. 2:354 B
OK; enquêterecht; tweedefasezaak; vaststelling dat zich wanbeleid heeft voorgedaan en wie daarvoor verantwoordelijk zijn; vernietiging van déchargebesluiten; veroordeling tot betaling van de kosten van het onderzoek
vaststelling van wanbeleid en verantwoordelijkheid voor wanbeleid
Stichting Meavita Nederland c.s.
Ondernemingskamer uitspraak 15 februari 2013 inzake Van der Moolen Holding N.V.
Uitspraak Ondernemingskamer d.d. 19 juli 2012 Cancun Holding I B.V. / Cancun Holding II B.V.
De Ondernemingskamer heeft vastgesteld dat op onderdelen sprake is geweest van wanbeleid van die vennootschappen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 2 juli 2007 en de besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders tot het verlenen van decharge aan het bestuur e