-
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:355 BW
Genoemd in 162 uitspraken · Officiële wettekst
162 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking. Art. 2:355 BW. Is ondernemingskamer steeds gehouden verzoek tot vaststelling van wanbeleid toe te wijzen indien sprake is van ernstige gebreken van formele en materiële aard, waarbij onvoldoende oog is geweest voor belang va
Ondernemingskamer; enquêteprocedure; tweede fase; gebreken die uit het onderzoek zijn gebleken leveren onjuist beleid, maar geen wanbeleid op. Daarbij hecht de Ondernemingskamer er veel waarde aan dat de vennootschap maatregelen heeft genomen die ertoe hebben geleid dat alle (mog
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Eerstefasebeschikking inzake Funda. Middellijk (meerderheids)aandeelhouder en onderwerp van enquêteprocedure/onderzoek. Middellijk (meerderheids)aandeelhouder en art. 2:8 lid 1 BW. Onderscheid tussen middellijk en onmiddellijk (meerderheids)aandee
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze vennootschap en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Klachten dat een niet-verschenen belanghebbende niet deugdelijk is opgeroepen en dat de ondernemingskamer bij verbeteri
Ondernemingsrecht. Toewijsbaarheid van enquêteverzoek betreffende een failliete rechtspersoon (QWEST); doeleinden enquêterecht, HR komt niet terug van zijn rechtspraak sinds HR 10 januari 1990, nr. 21, NJ 1990, 466 (Ogem); aard en strekking van enquêteregeling, uitwerking van HR
OK ; enquêterecht ; tweede fasebeslissing ; de Ondernemingskamer verstaat dat uit het onderzoeksverslag blijkt van wanbeleid bij Eukairos Holding B.V. (voorheen Centric Holding B.V.) en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk is ; de Ondernemingskamer treft eindvoorzieningen.
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Zelfstandig tegenverzoek tot gelasten van enquête en treffen van onmiddellijke voorzieningen. Maatstaf van art. 2:350 lid 1 BW. Stellingen inzake voorbereiding beursnotering. Oordeel dat verzoek volgens OK niet op redelijke grond is gedaan (art. 2
Beschikking Ondernemingskamer d.d. 6 november 2013; VEB NCVB / AGEAS SA/NV
Ondernemingsrecht. Procesrecht. Recht van enquête. Bevel (als bedoeld in art. 2:352 lid 1 BW) om personen, aangewezen voor een onderzoek naar beleid en gang van zaken van een rechtspersoon onbelemmerde en onvoorwaardelijke inzage te geven in boeken, bescheiden en andere gegevensd
Ondernemingsrecht; cassatie in het belang der wet. Voorgenomen statutenwijziging tot invoering van loyaliteitsdividend (DSM). Gelijke aandeelhoudersrechten; art. 2:92 lid 1 BW verzet zich niet tegen regeling tot toekenning van financiële uitkering aan geregistreerde aandeelhouder
13 mei 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R03/149HR (OK 108) JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ ZEELANDIA CURAÇAO B.V., gevestigd te Hilversum, 2. [Verzoekster 2], gevestigd te [vestigingsplaats], VERZOEKSTERS tot cassatie, advocaat: mr.
Enquêterecht. Belanghebbende in de zin van art. 282 lid 1 Rv.
Enquêterecht. Ontvankelijkheid. Belang. Doeleinden enquête. Vaststelling wanbeleid zonder definitieve voorzieningen te treffen. Vaststelling wanbeleid voor partijen bindend behoudens cassatie. Begrip wanbeleid. Werkwijze onderzoeker. Art. 6 EVRM.
Procesrecht. Executiegeschil, verbeurte van dwangsommen. Gezag van gewijsde van beschikking in enquêteprocedure (art. 2:349a lid 2 BW) waarin ondernemingskamer als dwangsomrechter optrad? Rechts- en motiveringsklachten.
OK; enquête; Tweedefasebeschikking; vaststelling wanbeleid; ontbinding; aanwijzen vereffenaar en beheerder
Caribische zaak (Sint Maarten). Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Afwijzing enquêteverzoek bij vierde beschikking o.b.v. belangenafweging.
OK; enquêterecht; beschikking van de raadsheer-commissaris; afwijzing van het primaire verzoek van de onderzoekers te bepalen dat SNS Reaal c.s. ter zake van opgevraagde en op te vragen documenten en bescheiden geen recht toekomt op een (afgeleid) verschoningsrecht dan wel het re
OK; Enquête; verzoek tot vaststelling van wanbeleid afgewezen; art. 2:355, 356, 349a lid 2 BW.
Enquêterecht. Is door ondernemingskamer gehoorde onderzoeker partij of belanghebbende in de zin van art. 426 Rv? Taak onderzoeker; art. 2:345, 351, 352 en 352a BW. Dient onderzoeker (i) een kopie van gespreksopnames ter beschikking van geïnterviewde personen te stellen, en (ii) h
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Falende klachten tegen oordeel ondernemingskamer dat sprake was van wanbeleid bij Fortis na overname ABN AMRO: welbewust selectieve en onevenwichtige informatieverstrekking in het kader van aandelenemissie; ernstige tekortkomingen in (uitvoering v
Enquêteprocedure; onmiddellijke voorziening, reikwijdte. Bevoegdheid van Ondernemingskamer tot treffen van onmiddellijke voorzieningen in strijd met dwingend recht; corporate governance, code-Tabaksblat.
-
OK; enquêterecht; tweedefasezaak; er wordt verstaan dat uit het onderzoeksverslag is gebleken van wanbeleid; ook wordt verstaan wie voor dat wanbeleid verantwoordelijk zijn; vernietiging van besluiten; tijdelijke benoeming van een bestuurder; tijdelijk blijven aandelen in beheer
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking. Afwijzing door OK van verzoeken tot vaststelling van (verantwoordelijkheid van bepaalde personen voor) wanbeleid, het treffen van voorzieningen en het ten laste brengen van de onderzoekskosten van bepaalde personen.