Vennootschapsrecht. Enquêterecht. Joint venture. Belang van de vennootschap: bevorderen van bestendige succes onderneming en, bij joint venture, aard en inhoud samenwerking aandeelhouders. Zorgvuldigheidsplicht met betrekking tot belangen van stakeholders. HR 9 juli 2010, ECLI:NL
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:354 BW
Genoemd in 87 uitspraken · Officiële wettekst
87 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure Meavita-concern. Beschikking niet uitgesproken door het in de wet bepaalde aantal rechters (art. 5 RO). Verhaal van onderzoekskosten op bestuurders (art. 2:354 BW): ook door vakbond? Verwijtbaarheid bestuurder vereist? Samenhang met zaak 16/005
Ondernemingsrecht. Enquête en het functioneren van commissarissen. Ondernemingskamer mag daarover oordelen i.v.m. de voorzieningen ex art. 2:354 en 356 BW. Geen bevoegdheid Ondernemingskamer t.a.v. hun persoonlijke aansprakelijkheid voor gevolgen wanbeleid. Veroordeling in kosten
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure Meavita-concern. Beschikking niet uitgesproken door het in de wet bepaalde aantal rechters (art. 5 RO). Verhaal van onderzoekskosten op commissarissen (art. 2:354 BW): ook door vakbond? Verwijtbaarheid commissaris vereist? Samenhang met zaak 16
Ondernemingsrecht. Recht van enquête. Klachten m.b.t. toepassing door OK van art. 2:349a leden 2 en 3 BW bij coöperatie met drie leden in meerdere beschikkingen i.v.m. (handhaving van) benoeming van tijdelijke bestuurder, benoeming van tijdelijke commissaris (met een doorslaggeve
Ondernemingsrecht. Enquête. Kostenverhaal op feitelijk bestuurder op grond van art. 2:354 BW? Hoofdelijke verbondenheid als bedoeld in art. 6:6 lid 2 BW?
Vennootschapsrecht. Enquêterecht. Joint venture. Belang van de vennootschap: bevorderen van bestendige succes onderneming en, bij joint venture, aard en inhoud samenwerking aandeelhouders. Zorgvuldigheidsplicht met betrekking tot belangen van stakeholders. HR 9 juli 2010, ECLI:NL
-
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure Meavita-concern. Beschikking niet uitgesproken door het in de wet bepaalde aantal rechters (art. 5 RO). Verhaal van onderzoekskosten op bestuurders (art. 2:354 BW): ook door vakbond? Verwijtbaarheid bestuurder vereist? Samenhang met zaak 16/005
OK; Enquête; wanbeleid vastgesteld, voorzieningen op de voet van art. 2:356 getroffen, maar ook aanvullend onderzoek bevolen; art. 2:350, 355, 356, 357 lid 2 BW.
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking. Conclusie in samenhangende zaken 23/03186 en 23/03233. Klachten met betrekking tot OK-oordeel inzake wanbeleid (art. 2:355 BW), vernietiging déchargebesluiten (art. 2:356 BW) en veroordeling in onderzoekskosten (art. 2:354 B
OK; enquêterecht; tweede fase; uit het onderzoeksverslag is gebleken van wanbeleid; de bestuurder is daarvoor verantwoordelijk; bij wijze van voorziening wordt de bestuurder tijdelijk geschorst, wordt een tijdelijke bestuurder benoemd, worden aandelen ten titel van beheer tijdeli
vaststelling van wanbeleid en verantwoordelijkheid voor wanbeleid
Stichting Meavita Nederland c.s.
Ondernemingskamer uitspraak 15 februari 2013 inzake Van der Moolen Holding N.V.
Uitspraak Ondernemingskamer d.d. 19 juli 2012 Cancun Holding I B.V. / Cancun Holding II B.V.
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Eerstefasebeschikking inzake Funda. Middellijk (meerderheids)aandeelhouder en onderwerp van enquêteprocedure/onderzoek. Middellijk (meerderheids)aandeelhouder en art. 2:8 lid 1 BW. Onderscheid tussen middellijk en onmiddellijk (meerderheids)aandee
Ondernemingsrecht. Toewijsbaarheid van enquêteverzoek betreffende een failliete rechtspersoon (QWEST); doeleinden enquêterecht, HR komt niet terug van zijn rechtspraak sinds HR 10 januari 1990, nr. 21, NJ 1990, 466 (Ogem); aard en strekking van enquêteregeling, uitwerking van HR
OK; enquêterecht; tweede fase; afwijzing verzoek
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Zelfstandig tegenverzoek tot gelasten van enquête en treffen van onmiddellijke voorzieningen. Maatstaf van art. 2:350 lid 1 BW. Stellingen inzake voorbereiding beursnotering. Oordeel dat verzoek volgens OK niet op redelijke grond is gedaan (art. 2
Vennootschapsrecht. Enquêterecht. Joint venture. Belang van de vennootschap: bevorderen van bestendige succes onderneming en, bij joint venture, aard en inhoud samenwerking aandeelhouders. Zorgvuldigheidsplicht met betrekking tot belangen van stakeholders. HR 9 juli 2010, ECLI:NL
Enquêterecht. Belanghebbende in de zin van art. 282 lid 1 Rv.
Ok. Enquête. Verzoek om anderen dan de vennootschap in de kosten van het onderzoek te veroordelen afgewezen. Hoofdregel art. 2:350 lid 3 BW is dat de vennootschap de kosten van het onderzoek betaalt. Dit leidt slechts uitzondering indien sprake is van een zeer uitzonderlijke situ
Vennootschapsrecht. Enquêterecht. Joint venture. Belang van de vennootschap: bevorderen van bestendige succes onderneming en, bij joint venture, aard en inhoud samenwerking aandeelhouders. Zorgvuldigheidsplicht met betrekking tot belangen van stakeholders. HR 9 juli 2010, ECLI:NL
OK; enquêterecht; tweedefasezaak; er wordt verstaan dat uit het onderzoeksverslag is gebleken van wanbeleid; ook wordt verstaan wie voor dat wanbeleid verantwoordelijk zijn; vernietiging van besluiten; tijdelijke benoeming van een bestuurder; tijdelijk blijven aandelen in beheer