OK; Enquete; onderzoek bevolen;economisch gerechtigde; art. 2:345, 346, 350 lid 1 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:350 BW
Genoemd in 553 uitspraken · Officiële wettekst
553 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
De OK stelt verzoekster tot uiterlijk 18 april 2016 in de gelegenheid zich bereid te verklaren in te staan voor financiering van de onderzoekskosten en beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikking van 4 december 2014 getroffen onmiddellijke voorziening in deze zaak.
Enquêterecht; toewijzing van het verzoek tot het gelasten van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken en het treffen van onmiddellijke voorzieningen nu verstandhouding tussen de twee bestuurders Zodanig ernstig is verstoord, dat de verwachting gerechtvaardigd is dat be
OK; enquêterecht; afwijzing van het verzoek tot het gelasten van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken
OK. Enquête. De huidige koers van het bestuur – het onverminderd doorgaan met het investeren van de opbrengsten uit de andere bedrijfsonderdelen in het (in de markt positioneren van) softwareproduct, ondanks het vooralsnog uitblijven van relevante opbrengsten daarmee – levert ond
OK; enquête; er is voldoende grond voor twijfel aan een juist beleid om het verzochte onderzoek te rechtvaardigen; bij wijze van onmiddellijke voorziening wordt een commissaris benoemd
OK. Enquêterecht. Verzoek toegewezen: onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschap en - bij wijze van onmiddellijke voorziening en voor de duur van het geding - commissaris benoemd. Het bestuur van de vennootschap had moeten bespreken en besluiten of
Er wordt eeen onderzoek bevolen omdat het aandeelhouderschap van verzoekster wordt genegeerd althans niet wordt betwist dat het aandeelhouderschap van verzoekster wordt ontkend en (daarom) verzoeksters’ wettelijke en statutaire aandeelhoudersrechten niet worden gehonoreerd. Dit l
OK, Enquete, onderzoek en onmiddellijke voorzieningen verzocht door vereffenaar van nalatenschap, niet nakomen overeenkomen onderzoek naar betalingen, doorbetaling teruggetreden bestuurder, onduidelijkheid over aandeelhouderschap, gegronde redenen voor twijfel aan een juist belei
Gegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid; onderzoek bevolen; benoeming van een niet-uitvoerend bestuurder bij wijze van onmidddellijke voorziening.
OK, Gegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid; verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen toegewezen. Schorsting van een van de bestuurders en benoeming van een onafhankelijke derde als bestuurder van de vennootschap. (BW 2:349a lid 2, 350 lid 2 BW)
OK; Enquete; onderzoek bevolen; onmiddellijke voorziening getroffen; omgang met minderheidsaandeelhouder; infomatievoorziening; dividendbeleid; artikel 2:345, 349a lid 2, 350 lid 1 BW
Enquêteverzoek toegewezen, onderzoeker benoemd; besluit AVA bij wijze van onmiddellijk voorziening geschorst.
12/04946 Vennootschapsrecht. Enquêterecht. Joint venture. Belang van de vennootschap: bevorderen van bestendige succes onderneming en, bij joint venture, aard en inhoud samenwerking aandeelhouders. Zorgvuldigheidsplicht met betrekking tot belangen van stakeholders. HR 9 juli 2010
Beschikking van de Ondernemingskamer van 31 juli 2013; [X] / JIMM HOLDING B.V.C.S.
Uitspraak Ondernemingskamer d.d. 14 juni 2012; Olav Rosenberg Belastingadviseurs B.V. / Rosenberg van der Does & Partners Holding B.V. e.a.
Geding na cassatie (HR 9 juli 2010, LJN BM0976). Enquêteverzoek. Beoordeling ontvankelijkheid op grond van kapitaalseis (art. 2:346 BW) alleen in eerste aanleg; ontvankelijkheid in cassatie bepaald door verschijning verzoekers in vorige instantie (art. 426 lid 1 Rv). Grenzen rech
De Ondernemingskamer heeft (a) vastgesteld dat de op in de beschikking genoemde onderdelen sprake is geweest van wanbeleid van Landis Group N.V. in de periode van 11 maart 1998 tot en met 10 april 2002, (b) vastgesteld dat de raad van bestuur en raad van commissarissen voor het w
Uitspraak Ondernemingskamer d.d. 21 februari 2011: Greater Europe / Amtel NV
Ondernemingsrecht. Houders van certificaten die deel uitmaken van een onverdeelde nalatenschap moeten gelijk worden gesteld met certificaathouders als bedoeld in artikel 2:346, aanhef en onder b, BW en zijn gezamenlijk bevoegd om een enquêteverzoek te doen; in overeenstemming me
Ondernemingsrecht. Enquêterecht (QWEST); niet-ontvankelijk cassatieberoep tegen brief van de secretaris ondernemingskamer; ondernemingskamer bevoegd onderzoek niet te laten doorgaan bij ontbreken financiële middelen; zekerheidstelling, maatstaf. Samenhang met nrs. R07/068 en R 09
Geschil tussen een beursgenoteerde vennootschap en aandeelhouders over een dividenduitkering bij wege van uitgegeven cumulatief preferente aandelen ten aanzien waarvan de vennootschap nadien heeft besloten deze te converteren in gewone aandelen; enquêterecht, kan een enquête word
8 april 2005 Eerste Kamer Nr. R04/005HR (OK 109) JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. LAURUS N.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch, 2. [Verzoeker 2], wonende te [woonplaats], 3. [Verzoeker 3], wonende te [woonplaats], 4. [Verzoeker 4], wonende te [woonplaats
Enquêterecht. Vertegenwoordiging rechtspersoon. Gegronde redenen om aan juist beleid te twijfelen (art. 2:350 lid 1 BW).
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Ontvankelijkheid: is een indirecte aandeelhouder van de vennootschap enquêtebevoegd?